ECLI:NL:RBOBR:2025:8425

Rechtbank Oost-Brabant

Datum uitspraak
6 november 2025
Publicatiedatum
19 december 2025
Zaaknummer
11160758
Instantie
Rechtbank Oost-Brabant
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Deels toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 7:626 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Schending relatie- en geheimhoudingsbeding en terugvordering bonus afgewezen

In deze arbeidsrechtelijke bodemzaak vordert Trust Advocaten terugbetaling van een voorschot op een bonus en stelt dat de werknemer het relatie- en geheimhoudingsbeding heeft geschonden. De werknemer betwist de hoogte van de terugvordering en stelt dat zij recht heeft op een netto bedrag, mede vanwege onduidelijkheid over loonheffingen.

De kantonrechter overweegt dat de werknemer in september 2023 uit dienst is gegaan, waardoor zij niet meer aanspraak kan maken op de bonus die in maart 2024 zou worden vastgesteld. Desondanks heeft Trust Advocaten onvoldoende inzicht gegeven in de daadwerkelijke betalingen en loonheffingen, waardoor de vordering tot terugbetaling van het voorschot op de bonus wordt afgewezen.

Daarnaast wordt vastgesteld dat de werknemer het relatie- en geheimhoudingsbeding heeft overtreden. De werknemer wordt veroordeeld tot betaling van een bedrag van € 2.000, vermeerderd met een boete van € 500 per dag vanaf 5 februari 2024 zolang de overtreding voortduurt, plus wettelijke rente. De buitengerechtelijke incassokosten worden afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing. De proceskosten worden gecompenseerd, waarbij iedere partij haar eigen kosten draagt.

Uitkomst: Vordering tot terugbetaling bonus afgewezen, werknemer veroordeeld tot boete wegens schending relatie- en geheimhoudingsbeding.

Uitspraak

RECHTBANKOOST-BRABANT
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Eindhoven
Zaaknummer: 11160758 \ CV EXPL 24-4210
Vonnis van 6 november 2025
in de zaak van
TRUST ADVOCATEN B.V.,
statutair gevestigd in Helmond,
eisende partij in conventie,
verwerende partij in reconventie,
hierna te noemen: Trust Advocaten,
gemachtigde: mr. F.W. Linders,
tegen
[gedaagde],
wonende in [woonplaats] ,
gedaagde partij in conventie,
eisende partij in reconventie,
hierna te noemen: [gedaagde] ,
gemachtigde: mr. L. van der Steen.

1.De procedure

1.1.
Het verdere verloop van de procedure blijkt uit:
- het tussenvonnis van 12 juni 2025,
  • akte toelichting vordering van 10 juli 2025 aan de zijde van Trust Advocaten,
  • akte van uitlatingen na mondelinge behandeling van 7 augustus 2025 aan de zijde van [gedaagde] .
1.2.
De datum voor het vonnis is bepaald op vandaag.

2.De verdere beoordeling

2.1.
In het tussenvonnis van 12 juni 2025 heeft de kantonrechter in rechtsoverwegingen 4.13 en 4.14 het volgende overwogen:
“4.13. Zoals hiervoor is overwogen, is de kantonrechter van oordeel dat een voorschot is
betaald. De daadwerkelijke (aanspraak op de) bonus wordt op een later tijdstip, in de maand maart die volgt op het jaar waarop de bonus van toepassing is, vastgesteld en uitbetaald. De afspraak is dan ook dat [gedaagde] in dienst moet zijn, om aanspraak te kunnen maken op de bonus. [gedaagde] is in september 2023 uit dienst gegaan bij Trust Advocaten, waardoor zij in maart 2024, de peildatum uit de bonusbrief, niet meer in dienst is. [gedaagde] heeft dan ook niet aan de voorwaarden voldaan. Nu de aanspraak op de bonus in december 2022 nog niet bestond en [gedaagde] in maart 2024 niet meer in dienst was bij [gedaagde] is de kantonrechter van oordeel dat de verklaring voor recht, dat [gedaagde] is gehouden het teveel ontvangen loon/voorschot bonus terug te betalen aan Trust Advocaten, wordt toegewezen.
4.14.
Uit de ingenomen standpunten blijkt dat partijen het erover eens zijn dat een bepaald bedrag nog betaald dient te worden aan Trust Advocaten. Tijdens de mondelinge
behandeling is hier uitvoerig over gesproken. De kantonrechter merkt op dat het concrete
bedrag voor beide partijen nog niet duidelijk is en de kantonrechter stelt Trust Advocaten
dan ook in de gelegenheid om een cijfermatig overzicht te overleggen waaruit blijkt welk
bruto bedrag zij concreet nog te vorderen heeft van [gedaagde] . Het is uitdrukkelijk niet de
bedoeling om in deze akte nogmaals de discussie te openen, maar enkel om een cijfermatig
overzicht te verstrekken. [gedaagde] wordt vervolgens in de gelegenheid gesteld om op deze
akte te reageren.”
2.2.
Bij akte van 10 juli 2025 heeft Trust Advocaten cijfermatige gegevens overgelegd om het bedrag dat zij van [gedaagde] heeft te vorderen nader toe te lichten.
2.3.
Trust Advocaten heeft naar voren gebracht dat zij in het kader van de eindafrekening nog een aantal bedragen aan [gedaagde] diende te voldoen, waaronder vakantiegeld, vakantie uren en de wettelijke verhoging. Dit betreft in totaal een bedrag van € 1.678,68. Trust Advocaten legt uit dit bedrag verrekend dient te worden met het voorschot op de bonus. En hoewel op de loonstroken van juli 2023 en augustus 2023 een correctie staat (als zijnde ‘verrekening’) voor een bedrag van € 3.000,00 en € 1.629,63 dient dit buiten beschouwing te worden gelaten, omdat in werkelijkheid het reguliere brutoloon over deze maanden is uitbetaald, aldus Trust Advocaten. Trust Advocaten stelt zich op het standpunt dat zij de (verrekening van de) bruto bedragen van € 3.000,00 en € 1.629,63 op de loonstrook heeft opgenomen, maar in werkelijkheid zijn deze bedragen niet voldaan, dan wel verrekend door Trust Advocaten. Trust Advocaten vordert in deze procedure nog een bedrag van € 8.321,32 bruto (€ 10.000,00 - € 1.678,68).
2.4.
[gedaagde] is het hier niet mee eens. Op de eerste plaats brengt zij naar voren dat niet in redelijkheid van haar kan worden verlangd een bruto bedrag terug te betalen, want dan dient zij meer terug te betalen dan zij daadwerkelijk van Trust Advocaten heeft ontvangen. Ook heeft [gedaagde] er geen zicht op of en zo ja, welk bedrag Trust Advocaten reeds als loonheffing heeft afgedragen aan de Belastingdienst. [gedaagde] brengt naar voren dat als zij al gehouden is om een bedrag terug te betalen, dit enkel het netto bedrag kan zijn. Daarbij komt dat het op de weg van Trust Advocaten ligt om een herziening/correctie van de reeds betaalde loonheffing aan te vragen bij de Belastingdienst, aldus [gedaagde] . Verder betwist [gedaagde] dat zij een bedrag aan Trust Advocaten dient terug te betalen. Volgens haar eigen overgelegde berekening heeft zij recht heeft op betaling van € 359,81.
2.5.
De kantonrechter begrijpt dat Trust Advocaten zich op het standpunt stelt dat de informatie omschreven op de loonstroken niet strookt met wat in werkelijkheid is uitbetaald, dan wel is verrekend. De kantonrechter merkt op dat artikel 7:626 BW Pro de werkgever verplicht om bij elke voldoening van het in geld vastgestelde loon de werknemer een opgave van het loonbedrag te verstrekken en ook – kortgezegd – inzicht dient te verstrekken op de wijze hoe dit bedrag is samengesteld. De kantonrechter merkt op dat Trust Advocaten geen loonstrook heeft overgelegd waaruit blijkt wat daadwerkelijk is betaald. En Trust Advocaten is ook bij nadere akte niet erin geslaagd volledig inzicht te verschaffen. Trust Advocaten heeft haar vordering voor zover die ziet op de terugbetaling van de verstrekte voorlopige bonus onvoldoende onderbouwd. Het lag op de weg van Trust Advocaten om inzicht te geven in het daadwerkelijk bedrag, rekening houdende met de fiscale gegevens, maar hier is Trust Advocaten – ook gelet op kenbare gemotiveerde betwisting aan de zijde van [gedaagde] - niet in geslaagd.
2.6.
De kantonrechter wijst de vordering voor zover die ziet op de terugbetaling van de bonus af.
De buitengerechtelijke incassokosten worden afgewezen
2.7.
Trust Advocaten heeft een bedrag van € 1.403,33 als vergoeding voor de buitengerechtelijke incassokosten gevorderd. [gedaagde] heeft betwist dat Trust Advocaten aanspraak kan maken op vergoeding, omdat Trust Advocaten niet aannemelijk heeft gemaakt dergelijke kosten buiten rechte te hebben gemaakt. Omdat Trust Advocaten niet heeft gesteld dat en welke buitengerechtelijke werkzaamheden zijn verricht acht de kantonrechter dit verzoek onvoldoende bepaald en onderbouwd en wijst de vergoeding van de buitengerechtelijke incassokosten af.
Verwijzing naar tussenvonnis van 12 juni 2025 voor verdere beslissingen
2.8.
De kantonrechter verwijst verder naar en volhardt bij wat in het tussenvonnis van 12 juni 2025 is overwogen.
De proceskosten worden gecompenseerd
2.9.
Omdat beide partijen gedeeltelijk ongelijk krijgen, zullen de proceskosten tussen hen worden gecompenseerd, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.

3.De beslissing

De kantonrechter
in conventie
3.1.
verklaart voor recht dat [gedaagde] heeft gehandeld in strijd met het geheimhoudingsbeding en het relatiebeding,
3.2.
veroordeelt [gedaagde] om binnen veertien dagen na dagtekening van het vonnis aan Trust Advocaten te betalen een bedrag van € 2.000,00 te vermeerderen met een aanvullende boete van € 500,00 per dag vanaf 5 februari 2024 voor elke dag dat de overtreding na mededeling van de ontdekking voortduurt te vermeerderen met wettelijke rente vanaf 5 februari 2024,
in reconventie
3.3.
wijst de vorderingen af,
In conventie en in reconventie
3.4.
compenseert de kosten van de procedure tussen partijen, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt,
3.5.
verklaart de veroordelingen in dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,
3.6.
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. J.A.M. van den Berk en in het openbaar uitgesproken op 6 november 2025.