Eiser en gedaagde zijn buren met spanningen over Halloweenactiviteiten van eiser. Gedaagde plaatste op 31 oktober 2024 camera’s aan voor- en achterkant van zijn woning, deels gericht op het perceel van eiser, met geluidsopname en afstandsbediening. Eiser vordert verwijdering wegens inbreuk op privacy.
Gedaagde stelt dat camera’s zijn geplaatst ter bescherming van zichzelf en zijn eigendommen, en heeft enkele maatregelen getroffen om het zicht op het perceel van eiser te beperken. De voorzieningenrechter oordeelt dat het recht van gedaagde om camera’s te plaatsen niet onbegrensd is en dat camera’s met geluidsopname en beweegbare functies gericht op het perceel van eiser onrechtmatig zijn.
Omdat niet is vastgesteld of gedaagde inmiddels aan de beperkingen voldoet, wordt hij veroordeeld om binnen veertien dagen de beweegbare camera’s met geluidsopnamefaciliteit gericht op het perceel van eiser te verwijderen en verwijderd te houden, onder dreiging van een dwangsom. De proceskosten worden gecompenseerd.