Uitspraak
RECHTBANK Oost-Brabant
1.De procedure
- de dagvaarding van 3 november 2025 met producties, genummerd 1 tot en met 8;
- de conclusie van antwoord van mr. Cliteur, ingekomen ter griffie van de rechtbank op 8 december 2025 met producties, genummerd 1 tot en met 17, waarbij de aangekondigde producties, genummerd 3, 14 en 15, de voorzieningenrechter niet hebben bereikt;
- de mondelinge behandeling ter zitting van 9 december 2025.
2.De feiten
- [eiser] en [gedaagde] zijn buren die wonen aan de [adres 1] en [adres 2] in [plaats] .
- [eiser] heeft geruime tijd jaarlijks voor zijn woning (en soms ook binnen en in de achtertuin) voor Halloween voor met name kinderen ontvangsten georganiseerd.
- In 2024 ging dit niet door omdat de gemeente hiervoor geen toestemming gaf.
- In 2025 heeft [eiser] de festiviteiten rondom Halloween beperkt tot activiteiten in de voortuin van zijn woning.
- De hiervoor genoemde activiteiten van [eiser] in het kader van Halloween hebben de afgelopen tijd geleid tot spanningen tussen [eiser] en [gedaagde] .
- [gedaagde] heeft op 31 oktober 2024 camera’s aangebracht aan de voorzijde en achterzijde van zijn bewoonde woning.
- [eiser] heeft [gedaagde] bij brieven van 18 juli 2025 en 25 augustus 2025 gesommeerd om de camera’s weg te halen omdat hij de aanwezigheid van deze camera’s als een vergaande inbreuk op zijn privacy ervaart.
- Overleg tussen [eiser] en [gedaagde] (waarbij [gedaagde] enige maatregelen heeft getroffen om [eiser] tegemoet te komen) heeft niet tot een oplossing geleid waarna [eiser] dit kort geding is begonnen.