Uitspraak
RECHTBANK OOST-BRABANT
De tenlastelegging.
- voorbereidingshandelingen voor de productie van synthetische drugs in Rotterdam en Land van Cuijk (feit 1) en
- het aanwezig hebben van MDMA en/of (met)amfetamine en/of cocaïne in Rotterdam (feit 2).
hebbende hij, verdachte, en/of een of meer van zijn mededader(s)
De formele voorvragen.
Het bewijs.
laat ik dat maar niet zeggen”, kan het niet anders dan dat verdachte wist dat hij stoffen vervoerde die bedoeld waren voor de (voorbereiding ten behoeve van) de handel in en het vervaardigen van amfetamine of een ander middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I.
De bewezenverklaring.
De strafbaarheid van het feit.
De strafbaarheid van verdachte.
Oplegging van straf.
Toepasselijke wetsartikelen.
DE UITSPRAAK
De rechtbank:
- verklaart het ten laste gelegde bewezen zoals hiervoor is omschreven.
- verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt hem daarvan vrij.