Summa, een onderwijsinstelling, verzocht de ontbinding van de arbeidsovereenkomst met haar teamleider wegens ernstig verwijtbaar handelen en een verstoorde arbeidsverhouding. De werkgever stelde dat de werknemer grensoverschrijdend gedrag vertoonde, collega's intimideerde en een autoritaire stijl hanteerde, ondanks begeleiding en coaching.
De werknemer, sinds 2016 in dienst, ontkende de beschuldigingen en verwees naar positieve beoordelingen, goede medewerkerstevredenheidsonderzoeken en het ontbreken van formele waarschuwingen. Zij wees ook op haar chronische ziekte als relevante omstandigheid.
De kantonrechter hechtte zwaar aan het beoordelingsgesprek van december 2024, waarin de werknemer op meerdere resultaatgebieden een voldoende tot goede beoordeling kreeg. De rechter vond de negatieve kwalificaties in het verzoekschrift overdreven en niet in lijn met het eerdere professionele oordeel. Incidenten uit het verleden waren reeds meegenomen in het gunstige oordeel.
Hoewel er kritiek was op het plotseling weglopen van de werknemer tijdens een teamvergadering in april 2025, vond de rechter dit onvoldoende reden voor ontbinding. De werkgever had onvoldoende herstelpogingen gedaan en de relatie was niet duurzaam verstoord. Ook privégedrag van de werknemer en dreigementen van collega’s beïnvloedden de beslissing niet.
De kantonrechter wees het verzoek tot ontbinding af, veroordeelde Summa tot betaling van proceskosten en verklaarde de beschikking uitvoerbaar bij voorraad. Het voorwaardelijk tegenverzoek van de werknemer werd niet behandeld omdat de ontbinding niet werd toegewezen.