ECLI:NL:RBOBR:2025:8899

Rechtbank Oost-Brabant

Datum uitspraak
28 november 2025
Publicatiedatum
21 januari 2026
Zaaknummer
C/01/421159 / JE RK 25-1566
Instantie
Rechtbank Oost-Brabant
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 811 lid 2 RvArt. 6 EVRMArt. 3 IVRKArt. 5.1 lid 2 onder e Wet open overheid
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Weigering inzage niet aangepast verzoekschrift ter bescherming persoonlijke levenssfeer minderjarige kinderen

De zaak betreft een verzoek van de gecertificeerde instelling (GI) tot geheimhouding van bepaalde stukken in een procedure over wijziging van de omgangsregeling met minderjarige kinderen. De GI verzocht de kinderrechter om inzage en afschrift van het niet aangepaste verzoekschrift en een document niet aan de vader te verstrekken, vanwege bescherming van de persoonlijke levenssfeer.

De kinderrechter overweegt dat het uitgangspunt is dat alle belanghebbenden dezelfde stukken kunnen inzien, conform artikel 6 EVRM Pro. Echter kan op grond van artikel 811 lid 2 Rv Pro in zaken over minderjarigen inzage worden geweigerd als het belang van privacy zwaarder weegt. De GI is niet formeel verzoekende partij in dit artikel, maar de rechter past het op grond van het Internationaal Verdrag inzake de rechten van het kind (IVRK) analoog toe.

De kinderrechter oordeelt dat het belang van de kinderen en moeder bij bescherming van hun persoonlijke levenssfeer zwaarder weegt dan het belang van de vader bij inzage in de niet aangepaste stukken. De kinderen wonen op een geheim adres, hebben verklaard mishandeld te zijn door de vader, die dit ontkent. De vader heeft slechts beeldbelcontact met de kinderen. De gevolgen voor de procesvoering van de vader zijn beperkt omdat de onthouden gegevens gering zijn.

De beschikking wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard, zodat deze direct geldt ook bij hoger beroep. De vader krijgt alleen inzage in de aangepaste versie van het verzoekschrift en het document die door de GI zijn verstrekt.

Uitkomst: De vader wordt de inzage in het niet aangepaste verzoekschrift en document onthouden ter bescherming van de persoonlijke levenssfeer van de kinderen en moeder.

Uitspraak

RECHTBANK OOST-BRABANT

Familie- en Jeugdrecht
Zaaknummer: C/01/421159 / JE RK 25-1566
Datum uitspraak: 28 november 2025
beschikking van 28 november 2025 op grond van artikel 811 lid 2 Wetboek Pro van Burgerlijke Rechtsvordering
over de minderjarigen
[minderjarige A], geboren op [geboortedatum] in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen [A] ,
[minderjarige B], geboren op [geboortedatum] in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen [B] ,
[minderjarige C], geboren op [geboortedatum] in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen [C] ,
[minderjarige D], geboren op [geboortedatum] in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen [D] ,
[minderjarige E], geboren op [geboortedatum] in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen [E] .
In de zaak van
de
Stichting Jeugdbescherming Brabant, locatie ' [plaats] , hierna te noemen: de
gecertificeerde instelling (GI).
waarbij de kinderrechter als belanghebbenden heeft aangemerkt:
[naam moeder],
hierna te noemen de moeder,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
en
[naam vader],
hierna te noemen de vader,
wonende in [woonplaats] .

1.Het procesverloop.

1.1.
De kinderrechter heeft kennisgenomen van het op 21 november 2025 ingekomen verzoekschrift van de GI en de door de GI op 27 november 2025 ingediende aangepaste versie van het verzoekschrift tot wijziging van de omgangsregeling en het document “ [X] ”. De GI verzoekt om bepaalde informatie uit het dossier geheim te houden voor de vader op grond van artikel 811 lid 2 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv).
1.2.
De GI verzoekt de kinderrechter om bepaalde passages van haar verzoekschrift tot wijziging van de omgangsregeling en het door haar ingediende document “ [X] ” niet met de vader te delen. De GI heeft een aangepaste versie van het desbetreffende verzoekschrift en document aan de kinderrechter verstrekt, welke volgens de GI naar de vader kan worden gestuurd.

2.De beoordeling

2.1.
De kinderrechter beslist dat de vader alleen het aangepaste verzoekschrift van de GI tot wijziging van de omgangsregeling en het door de GI ingediende document “ [X] ” dient te krijgen. De kinderrechter legt die beslissing hieronder uit.
2.2.
Het uitgangspunt in een procedure is dat alle belanghebbenden kunnen kennisnemen van dezelfde stukken. Dit is van groot belang voor een eerlijke procedure als bedoeld in artikel 6 van Pro het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens. Slechts onder bijzondere omstandigheden kan van dit uitgangspunt worden afgeweken. Artikel 811 lid 2 Rv Pro bepaalt in dat kader dat – in zaken over minderjarigen – inzage of afschrift van stukken aan belanghebbenden op bepaalde gronden kan worden geweigerd door de rechter aan wie de bescheiden zijn overgelegd. Zo blijft het openbaar maken van informatie onder ander achterwege voor zover het belang daarvan niet opweegt tegen het belang van de eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer (Artikel 5.1 lid 2 onder e van de Wet open overheid). De GI is niet in artikel 811, tweede lid, Rv als verzoekende partij opgenomen. De kinderrechter ziet evenwel aanleiding om het artikel, evenals de weigeringsgronden, op grond van artikel 3 van Pro het Internationaal Verdrag voor de Rechten van het Kind (IVRK) naar analogie toe te passen op het verzoek van de GI.
2.3.
De kinderrechter is van oordeel dat het weigeren van inzage in het niet aangepaste verzoekschrift tot wijziging van de omgangsregeling en het document “ [X] ” aan de vader in dit geval noodzakelijk is om de persoonlijke levenssfeer van de kinderen en de moeder te eerbiedigen. Dit belang van de kinderen en de moeder weegt zwaarder dan het belang van de vader bij inzage in de niet aangepaste versies. De kinderrechter neemt daarbij in aanmerking dat de kinderen en de moeder, sinds zij in [jaar] vanuit [land] naar Nederland zijn gekomen, uit voorzorg op een voor de vader geheim adres wonen. De drie oudste kinderen hebben verklaard dat de vader tegen hen heeft geschreeuwd en hen heeft geslagen. De moeder heeft dit bevestigd en verder verklaard dat hij haar in het bijzijn van de kinderen met de dood heeft bedreigd. De vader heeft met klem alle beschuldigingen ontkend. De kinderen hebben sinds hun verblijf in Nederland geen fysiek contact met de vader gehad en hebben enkel beeldbelcontact met hem. Verder neemt de kinderrechter in aanmerking dat de gevolgen voor de procesvoering van de vader beperkt zijn, omdat de gegevens die hem worden onthouden gering van aard en omvang zijn.
2.4.
De kinderrechter zal de beslissing uitvoerbaar bij voorraad verklaren. Dat betekent dat de beslissing direct geldt, ook als hoger beroep wordt ingesteld.

3.De beslissing

De kinderrechter:
3.1.
onthoudt de vader inzage in het niet aangepaste verzoekschrift van de GI tot wijziging van de omgangsregeling en het document “ [X] ”;
3.2.
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beschikking is gegeven door mr. S.D.M. Michael, kinderrechter, en in het openbaar uitgesproken op 28 november 2025, in aanwezigheid van F. Dijkstra als griffier.
!NIET VERWIJDEREN, PLAATS VOOR HANDTEKENING SECRETARIS!
!NIET VERWIJDEREN, PLAATS VOOR HANDTEKENING RECHTER!
!NIET VERWIJDEREN, PLAATS VOOR STEMPELS!