Uitspraak
RECHTBANK OOST-BRABANT
STICHTING JEUGDBESCHERMING BRABANT,
Rechtbank Oost-Brabant
De gecertificeerde instelling (GI) heeft een geschil voorgelegd over de inzet van Video Interactie Begeleiding (VIB) binnen het pleeggezin van een minderjarige die onder toezicht staat. De GI verzocht de kinderrechter om toestemming voor de inzet van VIB, omdat zij niet de toestemming van de moeder kon verkrijgen, terwijl de vader wel toestemming had gegeven.
De kinderrechter stelde vast dat de Nederlandse rechter bevoegd is om kennis te nemen van het verzoek en dat Nederlands recht van toepassing is. Vervolgens werd beoordeeld of de GI toestemming van de ouders of kinderrechter nodig heeft voor de inzet van VIB, waarbij video-opnames van de minderjarige worden gemaakt om de interactie met de pleegouders te analyseren.
De kinderrechter oordeelde dat VIB valt onder jeugdhulp in de zin van de Jeugdwet en dat voor de inzet van jeugdhulp in het kader van een kinderbeschermingsmaatregel geen toestemming van de gezaghebbende ouders of kinderrechter vereist is. Het maken van video-opnames is een noodzakelijk onderdeel van deze jeugdhulp en schaadt de privacy van de minderjarige niet gezien het doel en de wijze van gebruik.
Daarom heeft de GI geen belang bij een beslissing van de kinderrechter en werd het verzoek om toestemming afgewezen. Tegen deze beschikking staat geen hoger beroep open.
Uitkomst: De kinderrechter wijst het verzoek om toestemming voor inzet van Video Interactie Begeleiding af omdat de GI deze zonder toestemming mag inzetten.