Uitspraak
1.De procedure
- de dagvaarding met 10 producties;
- de conclusie van antwoord met 17 producties.
2.De feiten
Partij 1:
Partij 2:
Rechtbank Oost-Brabant
Woonbedrijf verhuurt sinds 2006 een woning en garagebox aan [gedaagde 1]. Op 17 oktober 2022 werd bij een politie-inval in de schuur van de woning een handelshoeveelheid softdrugs aangetroffen. Dit werd bevestigd door een onherroepelijk strafvonnis van 25 oktober 2023. Woonbedrijf vordert ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van de woning en garagebox wegens ernstige tekortkomingen.
[gedaagde 1] betwist de handel in drugs en stelt dat de aangetroffen softdrugs oud en niet meer werkzaam zijn, en dat zij niet op de hoogte was van de aanwezigheid ervan. De rechtbank oordeelt dat de grote hoeveelheid drugs wijst op handel en dat [gedaagde 1] op grond van haar huurovereenkomst en wettelijke bepalingen verantwoordelijk is, ook voor gedragingen van haar partner die in de woning verblijft.
De kantonrechter weegt het belang van Woonbedrijf, dat een zerotolerancebeleid voert tegen drugsoverlast vanwege risico’s voor de leefbaarheid, zwaarder dan het woonbelang van [gedaagde 1]. De aangevoerde persoonlijke omstandigheden en het belang van een minderjarig kind zijn onvoldoende onderbouwd om ontbinding te voorkomen. De vordering tot ontbinding en ontruiming wordt daarom toegewezen, met een ontruimingstermijn van veertien dagen na betekening.
Uitkomst: De huurovereenkomst wordt ontbonden en ontruiming van de woning en garagebox bevolen wegens aanwezigheid van een handelshoeveelheid softdrugs.