ECLI:NL:RBOBR:2025:991
Rechtbank Oost-Brabant
- Proces-verbaal
- Rechtspraak.nl
Ongegrond verklaard beroep tegen toekenning IVA-uitkering met verkorte wachttijd
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van het UWV om hem een IVA-uitkering met verkorte wachttijd toe te kennen per 5 februari 2024, omdat hij volledig en duurzaam arbeidsongeschikt is verklaard. Eiser betwist de vastgestelde maatmanomvang van 31,95 uur per week en stelt dat deze 40 uur zou moeten zijn. De rechtbank oordeelt dat de maatmanomvang juist is vastgesteld op basis van een arbeidsdeskundig rapport.
Daarnaast stelt eiser dat zijn eerste ziektedag in juni 2019 lag in plaats van augustus 2022, wat zou leiden tot een eerdere wachttijd en mogelijk een hogere uitkering. De verzekeringsarts en de rechtbank concluderen echter dat onvoldoende is komen vast te staan dat eiser per juni 2019 arbeidsongeschikt was en dat zelfs bij erkenning van die datum eiser waarschijnlijk minder dan 35% arbeidsongeschikt zou zijn geweest, waardoor geen recht op WIA-uitkering zou bestaan.
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en wijst proceskostenveroordeling af. Partijen is gewezen op de mogelijkheid tot hoger beroep bij de Centrale Raad van Beroep binnen zes weken na verzending van het proces-verbaal.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen het besluit van het UWV tot toekenning van een IVA-uitkering met verkorte wachttijd wordt ongegrond verklaard.