De rechtbank Oost-Brabant behandelde de zaak tegen een masseur die werd beschuldigd van ontucht tijdens een massagebehandeling op 28 januari 2023. De aangeefster stelde dat de verdachte haar borsten had aangeraakt, wat de verdachte bevestigde maar verklaarde dat dit onderdeel was van een gebruikelijke full body massage.
De rechtbank achtte wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte de borsten van de aangeefster had gemasseerd, maar concludeerde dat er geen seksuele intentie was. De verdachte had onprofessioneel gehandeld en tekortgeschoten in communicatie, maar dit was onvoldoende om van ontucht te spreken. De subjectieve bedoeling van de verdachte was doorslaggevend; er waren geen aanwijzingen voor seksuele bedoelingen.
De rechtbank sprak de verdachte vrij van het ten laste gelegde feit en verklaarde de benadeelde partij niet-ontvankelijk in haar vordering tot schadevergoeding. Beide partijen dragen hun eigen proceskosten. Het vonnis werd gewezen door de meervoudige kamer op 19 februari 2026.