Uitspraak
RECHTBANK OOST-BRABANT
[verdachte]
De tenlastelegging.
De formele voorvragen.
Inleiding.
Het standpunt van de officier van justitie.
bijlage)
Rechtbank Oost-Brabant
De rechtbank Oost-Brabant behandelde de zaak tegen verdachte die werd beschuldigd van het voorbereiden van meerdere liquidaties en zware geweldsdelicten in de periode april tot mei 2020. Verdachte zou samen met anderen cryptotelefoons en voertuigen hebben verworven of voorhanden hebben gehad die bestemd waren voor deze misdrijven.
Uit het onderzoek bleek dat verdachte en medeverdachten via Encrochat communiceerden over voorgenomen liquidaties en zware mishandelingen, waarbij ook afspraken en prijzen werden besproken. Verdachte gaf aan dat zijn berichten voortkwamen uit emoties en fantasie, maar de rechtbank achtte de inhoud van de communicatie serieus en doelgericht.
De rechtbank oordeelde echter dat de cryptotelefoons niet als strafbare voorbereidingsmiddelen konden worden aangemerkt omdat er geen bewijs was dat deze telefoons ook bij de daadwerkelijke uitvoering van de misdrijven zouden worden gebruikt. Evenmin kon worden vastgesteld dat verdachte feitelijke macht had over de voertuigen die als voorbereidingsmiddelen werden genoemd.
Daarom sprak de rechtbank verdachte vrij van het ten laste gelegde feit van strafbare voorbereiding. De voorlopige hechtenis werd opgeheven en de vordering van de benadeelde partij tot schadevergoeding werd niet-ontvankelijk verklaard.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs dat cryptotelefoons en voertuigen als strafbare voorbereidingsmiddelen zijn gebruikt.