ECLI:NL:RBOBR:2026:1132
Rechtbank Oost-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing compensatie kinderopvangtoeslag 2012 wegens geen schade door vooringenomenheid of hardheid
Eiseres verzocht compensatie voor de kinderopvangtoeslag over 2012 op grond van de Wet hersteloperatie toeslagen (Wht). De Dienst Toeslagen wees dit verzoek af, hoewel zij erkende dat er sprake was van institutionele vooringenomenheid omdat eiseres niet vooraf een vraagbrief ontving. De rechtbank bevestigt dat de afwijzing terecht is omdat eiseres geen schade heeft geleden door deze vooringenomenheid.
De kinderopvangtoeslag werd in 2012 definitief vastgesteld op basis van de arbeidsurenkoppeling, waardoor eiseres het bedrag ontving waarop zij recht had. De terugvordering van een deel van de toeslag was niet het gevolg van vooringenomenheid, maar van de wettelijke regels. Ook het beroep op hardheid wordt verworpen omdat de toeslag niet op nul werd gesteld en niet geheel werd teruggevorderd.
De rechtbank concludeert dat de afwijzing van het verzoek om compensatie voor 2012 in stand blijft. Eiseres krijgt geen vergoeding van griffierecht of proceskosten. Het beroep is ongegrond verklaard en de uitspraak is gedaan door rechter J. Lie op 24 februari 2026.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van compensatie kinderopvangtoeslag 2012 wordt ongegrond verklaard omdat geen schade of hardheid is vastgesteld.