Uitspraak
RECHTBANK OOST-BRABANT
[verdachte] ,
De tenlastelegging.
terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;
kunnen leiden:
kunnen leiden:
Rechtbank Oost-Brabant
De rechtbank Oost-Brabant behandelde op 25 februari 2026 de zaak tegen verdachte, die werd verdacht van poging tot doodslag, poging tot zware mishandeling, bezit van 66,54 gram amfetamine en twee diefstallen van elektrische fietsen. De feiten vonden plaats tussen december 2023 en november 2025 in Helmond.
De rechtbank sprak verdachte vrij van poging tot doodslag omdat niet wettig en overtuigend kon worden bewezen dat verdachte het slachtoffer tegen het hoofd had getrapt of dat er sprake was van een aanmerkelijke kans op overlijden. Wel werd bewezen verklaard dat verdachte het slachtoffer meerdere keren met kracht had geslagen en getrapt, wat leidde tot een veroordeling voor poging tot zware mishandeling. Daarnaast werden de feiten van drugsbezit en diefstal van twee elektrische fietsen wettig en overtuigend bewezen verklaard.
De rechtbank legde een gevangenisstraf van twaalf maanden op, met aftrek van het voorarrest, rekening houdend met de ernst van de feiten, recidive en persoonlijke omstandigheden van verdachte. De vordering van de benadeelde partij werd gedeeltelijk toegewezen: materiële schadevergoeding voor ziekenhuisverblijf werd niet-ontvankelijk verklaard, maar daggeld en immateriële schadevergoeding werden toegekend. De vordering van de andere benadeelde partij voor de gestolen fiets werd niet-ontvankelijk verklaard.
De rechtbank legde tevens een schadevergoedingsmaatregel op en bepaalde dat betaling aan de Staat of de benadeelde partij elkaar vervangt. Verdachte werd veroordeeld in de proceskosten van de benadeelde partij en de kosten voor tenuitvoerlegging.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken van poging tot doodslag, veroordeeld tot 12 maanden gevangenisstraf voor poging tot zware mishandeling, drugsbezit en fietsdiefstal, met gedeeltelijke toewijzing van schadevergoeding.