Uitspraak
RECHTBANK OOST-BRABANT
[verdachte] ,
De tenlastelegging.
De formele voorvragen.
De beoordeling van procesafspraken.
De bewijsvraag.
De bewezenverklaring.
De strafbaarheid van het feit.
De strafbaarheid van verdachte.
Oplegging van straf en/of maatregel.
- een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van 107 dagen, gelijk aan de periode doorgebracht in voorlopige hechtenis;
- een voorwaardelijke gevangenisstraf van 107 dagen met een proeftijd van twee jaren;
- een onvoorwaardelijke werkstraf van 240 uren en
- een onvoorwaardelijke geldboete van € 25.000,-.
niet in redelijke verhouding staattot de ernst van de zaak, zal de rechter komen tot een andere sanctiebeslissing (ECLI:NL:HR:2022:1252).
- een geldbedrag groot € 15.295,-;
- een geldbedrag groot € 126,60;
- een armband van het merk Hermes;
- een personenauto merk Renault.
- meldplicht bij reclassering;
- ambulante begeleiding;
- dagbesteding.
Toepasselijke wetsartikelen.
DE UITSPRAAK
t.a.v. feit 1:
opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 2 onder Pro B van de Opiumwet gegeven verbod
t.a.v. feit 2:
opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 2 onder Pro B van de Opiumwet gegeven verbod, meermalen gepleegd
t.a.v. feit 3:
eenvoudig witwassen
t.a.v. feit 4:
handelen in strijd met artikel 13, eerste lid, van de Wet wapens en munitie
gevangenisstraf voor de duur van 214 dagenmet aftrek overeenkomstig artikel 27 Wetboek Pro van Strafrecht
waarvan 107 dagen voorwaardelijken een proeftijd van 2 jaren
en het zich melden bij de reclassering zo vaak en zolang de reclassering dat nodig vindt;