Uitspraak
RECHTBANK OOST-BRABANT
1.De procedure
- de verzetdagvaarding van 11 december 2025 met producties 1 en 2;
2.De feiten
- om aan GBRS te betalen een bedrag van € 28.584,96, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 Burgerlijk Pro Wetboek (BW) daarover vanaf de respectievelijke datum van verschuldigdheid tot de dag van volledige betaling;
- in de proceskosten van € 801,16, te vermeerderen met de kosten van betekening als het vonnis wordt betekend en te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de 15e dag na aanschrijving tot de dag van voldoening.
3.Het geschil in het incident
4.De beoordeling
5.De beslissing
9 april 2026voor het opgeven van verhinderdata door partijen, waarna de rechtbank een datum en tijdstip voor een mondelinge behandeling zal bepalen,