Uitspraak
1.De procedure
- de akte houdende eiswijziging met producties 44 tot en met 46;
- de mondelinge behandeling (hierna: de zitting) van 19 februari 2026, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt. Ter zitting is namens BrabantWonen verschenen [A] , adviseur bij BrabantWonen (hierna: [A] ), samen met de gemachtigden van BrabantWonen. [gedaagde] is in persoon verschenen.
2.De zaak in het kort
3.De feiten
€ 476,60 per maand.
- U maakt geluidsoverlast op ongewenste tijdstippen. U boort of slaat met een hamer heel laat in de avond of nacht. U laat op deze tijdstippen ook vaak grote voorwerpen op de vloer vallen
- Omwonenden hebben ontzettend veel last van wietlucht. U rookt joints in huis en in de trappenhal. Het is verboden om te roken in de trappenhal en er mag geen overlast zijn van wietlucht
4.Het geschil
€ 259,51 (incl. 21% btw) aan buitengerechtelijke incassokosten, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf datum dagvaarding tot aan de dag der algehele voldoening;
5.De beoordeling
€ 259,51 inclusief 21% btw. De vordering moet worden beoordeeld op grond van artikel 6:96 BW Pro en het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (hierna: het Besluit). De kantonrechter stelt vast dat [gedaagde] een consument is (een natuurlijk persoon die niet heeft gehandeld in de uitoefening van een beroep of bedrijf). Daarom moet de kantonrechter controleren of is voldaan aan de dan geldende (extra) eisen voor de verschuldigdheid van buitengerechtelijke incassokosten. BrabantWonen heeft onvoldoende gesteld en onderbouwd dat er buitengerechtelijke incassowerkzaamheden zijn verricht, zodat niet is voldaan aan de stelplicht. Daarom is [gedaagde] geen vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten verschuldigd op grond van de wet.