ECLI:NL:RBOBR:2026:1256
Rechtbank Oost-Brabant
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Toewijzing uitsluitend gebruik woning en ontruiming met uitschrijving geweigerd
Eiseres en gedaagde waren samen huurders van een woning die op medische urgentie aan eiseres was toegewezen. Na het beëindigen van hun relatie voelde eiseres zich onveilig en verliet zij de woning. Gedaagde verblijft sinds januari 2026 op de High Intensive Care van de GGzE. Eiseres vordert in kort geding het uitsluitend gebruik van de woning en ontruiming van gedaagde, met machtiging voor ontruiming door politie en justitie, en tevens uitschrijving van gedaagde bij de Basisregistratie Personen (BRP).
De kantonrechter stelt vast dat gedaagde op de hoogte was van de procedure maar niet is verschenen, waardoor verstek wordt verleend. Gedaagde heeft de huur schriftelijk opgezegd, waardoor hij vanaf 6 maart 2026 geen huurder meer is. Tot die datum is eiseres gerechtigd tot uitsluitend gebruik van de woning vanwege haar medische urgentie en het onveilige gevoel door het gedrag van gedaagde.
De vordering tot ontruiming wordt toegewezen met de kanttekening dat de deurwaarder de ontruiming moet uitvoeren, niet eiseres zelf. De machtiging voor politie-inzet wordt afgewezen. De vordering tot vervangende toestemming voor uitschrijving bij de BRP wordt afgewezen wegens het ontbreken van een wettelijke grondslag. Ook de subsidiaire vordering tot veroordeling tot uitschrijving wordt afgewezen wegens gebrek aan belang, aangezien gedaagde al een verzoek tot uitschrijving heeft ingediend en de gemeente ambtshalve bevoegd is tot uitschrijving.
De proceskosten worden gecompenseerd, waarbij iedere partij haar eigen kosten draagt. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: Eiseres krijgt het uitsluitend gebruik van de woning toegewezen en gedaagde wordt veroordeeld tot onmiddellijke ontruiming, terwijl de vorderingen tot uitschrijving bij de BRP worden afgewezen.