ECLI:NL:RBOBR:2026:1271

Rechtbank Oost-Brabant

Datum uitspraak
20 februari 2026
Publicatiedatum
2 maart 2026
Zaaknummer
NL:TZ:0000448032:M001 en 12052002
Instantie
Rechtbank Oost-Brabant
Type
Uitspraak
Uitkomst
Deels toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzoek tot opheffing en opvolging van mentorschap afgewezen en toegewezen

De dochter van de betrokkene verzoekt om opheffing van het mentorschap omdat zij zich terugtrekt om de relatie met haar vader te behouden. De familie verzoekt tevens ontslag van de dochter als mentor en benoeming van de broer als opvolgend mentor, met een subsidiaire wens voor een onafhankelijke professionele mentor.

De rechtbank overweegt dat het mentorschap noodzakelijk en zinvol blijft vanwege de revalidatie van de betrokkene, die aangeeft nog niet zelfstandig alle beslissingen te kunnen nemen. Daarom wordt het verzoek tot opheffing afgewezen.

De dochter heeft duidelijk gemaakt niet langer als mentor te willen optreden, waardoor haar ontslag als mentor wordt toegewezen. Gezien de voorkeur van de betrokkene en instemming van betrokkenen wordt de broer benoemd tot opvolgend mentor. Het subsidiaire verzoek tot een onafhankelijke mentor wordt niet behandeld.

De beschikking is uitgesproken door de kantonrechter op 20 februari 2026 en bevat tevens informatie over de mogelijkheid tot hoger beroep binnen drie maanden.

Uitkomst: Verzoek tot opheffing mentorschap afgewezen, dochter ontslagen als mentor en broer benoemd als opvolgend mentor.

Uitspraak

RECHTBANK OOST-BRABANT
Zittingsplaats 's-Hertogenbosch
zaaknummers
:
NL:TZ:0000448032:M001 en 12052002 TE VERZ 26-22
dossiernummer
:
[beschikkingsnummer]
datum
:
20 februari 2026
beschikking op een verzoek tot opheffing van mentorschap / een verzoek tot ontslag van de mentor en benoeming van een opvolgend mentor
op verzoek van:
[verzoeker 1]
[adres ] , [postcode] [woonplaats]
hierna te noemen: dochter,
en op verzoek van:
[verzoeker 2] ,
[adres ] , [postcode] [woonplaats] ,
en
[verzoeker 3] ,
[adres ] [postcode] [woonplaats]
en
[verzoeker 4] ,
[adres ] , [postcode] [woonplaats] ,
en
[verzoeker 5] ,
[adres ] , [postcode] [woonplaats]
hierna te noemen: familie,
met betrekking tot:

[betrokkene] ,geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] ,wonende te [adres ] , [postcode] [woonplaats]hierna te noemen: betrokkene.

procedure

De kantonrechter heeft kennisgenomen van:
- het verzoek tot opheffing van het bewind (met bijlagen), ontvangen op 19 oktober 2025;
- het verzoek tot ontslag van de mentor en benoeming van een opvolgend mentor (met bijlage), ontvangen op 13 januari 2026;
- de brieven van de (voormalige) levenspartner van betrokkene, ontvangen op 27 januari 2026 en 9 februari 2026;
- de bereidverklaring van de voorgestelde opvolgend mentor, overhandigd ter zitting van 11 februari 2026.
Het verzoek is mondeling behandeld op 11 februari 2026. Ter zitting zijn verschenen: betrokkene, de dochter van betrokkene, de familie van betrokkene en de bewindvoerder van betrokkene. De (voormalige) levenspartner van betrokkene heeft zich bij brief van 9 februari 2026 afgemeld voor de zitting en zich teruggetrokken. De kantonrechter heeft ter zitting eerst betrokkene alleen gehoord. Daarna zijn ook de andere verschenen personen gehoord.

beoordeling

Dochter vraagt om opheffing van het mentorschap ten behoeve van de betrokkene.
Aan het verzoek wordt, samengevat, het volgende ten grondslag gelegd.
Dochter voelt zich genoodzaakt om zich terug te trekken om de relatie met haar vader te kunnen behouden. Het mentorschap wordt haar in de gegeven omstandigheden te veel.
De familie van betrokkene vraag om de dochter van betrokkene te ontslaan als mentor. Primair wordt verzocht om benoeming van broer [naam broer] tot opvolgend mentor. Subsidiair wordt verzocht om benoeming van een onafhankelijke professionele mentor. Aan dit verzoek wordt, samengevat, het volgende ten grondslag gelegd.
De familie vindt dat betrokkene nog een mentor nodig heeft. In een eerdere periode heeft betrokkene bewust zijn broer aangewezen om zijn belangen te behartigen mocht hem iets overkomen. Na het ongeval is zijn broer nauw betrokken geweest rondom de situatie van betrokkene. Als de kantonrechter bezwaren ziet tegen benoeming van de broer, verzoekt de familie benoeming van een onafhankelijke professionele mentor.
De kantonrechter overweegt als volgt.
Een mentorschap kan worden opgeheven indien de noodzaak daartoe niet meer bestaat of voortzetting van het mentorschap niet zinvol is. Uit de overgelegde stukken en hetgeen tijdens de mondelinge behandeling naar voren is gebracht, is de kantonrechter gebleken dat voortzetting van het bewind op dit moment noodzakelijk en zinvol is. Betrokkene is nog volop bezig met revalideren. Op zitting heeft hij aangegeven dat hij denkt dat hij steeds meer beslissingen zelf kan nemen, maar dat het nu nog te vroeg is om het mentorschap op te heffen. Hij vindt het prettig als iemand naast hem staat bij het nemen van belangrijke beslissingen. Het verzoek tot opheffing van het mentorschap zal daarom afgewezen worden.
De volgende vraag is of de huidige mentor ontslagen moet worden en wie in dat geval als opvolgend mentor benoemd moet worden. Een mentor wordt ontslag verleend hetzij op eigen verzoek, hetzij wegens gewichtige redenen of omdat de mentor niet meer voldoet aan de eisen om mentor te kunnen worden. Op zitting heeft dochter duidelijk gemaakt dat zij niet langer mentor van haar vader wil blijven en dat zij zich in de afgelopen maanden al gedeeltelijk heeft teruggetrokken als mentor. De kantonrechter is daarom van oordeel dat het ontslag van dochter als mentor moet worden toegewezen.
In de aanloop naar de zitting zijn verschillende visies geuit door de dochter, de familie en de (voormalige) levenspartner van betrokkene op de vraag wie als opvolgend mentor benoemd moet worden. Voor de kantonrechter is het van belang dat bij de benoeming van een opvolgend mentor de uitdrukkelijke voorkeur van de betrokkene gevolgd wordt, tenzij gegronde redenen zich daartegen verzetten. Betrokkene is duidelijk over zijn wens dat zijn broer benoemd wordt tot opvolgend mentor.
De dochter, familie en bewindvoerder van betrokkene zijn het hiermee eens. De kantonrechter zal daarom de broer van betrokkene tot opvolgend mentor benoemen.
Nu het primaire verzoek wordt toegewezen komt de kantonrechter niet toe aan het subsidiaire verzoek tot benoeming van een onafhankelijke professionele mentor.

beslissing

De kantonrechter:
- wijst het verzoek tot opheffing van het mentorschap af;
- ontslaat met ingang van 1 maart 2026 als mentor
[mentor]wonende te [adres ] , [postcode] [woonplaats] ;
- benoemt met ingang van 1 maart 2026 tot mentor
[mentor] ,wonende te [adres ] , [postcode] [woonplaats] ;
- wijst af het meer of anders verzochte.
Deze beschikking is gegeven door mr. C.S.M. Morel, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op 20 februari 2026.
Tegen deze beschikking kan - uitsluitend door tussenkomst van een advocaat - hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof te 's-Hertogenbosch:
door de verzoeker en degenen aan wie een afschrift van deze beschikking (digitaal) is verstrekt of verzonden binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
door andere belanghebbenden binnen drie maanden na betekening daarvan of nadat deze beschikking hun op andere wijze bekend is geworden.