De eiser, eigenaar van een zeiljacht, vordert schadevergoeding van de jachtwerf die een boegschroef in zijn jacht installeerde. Door een ondeugdelijke installatie ontstond brand, waardoor onder meer kussens beschadigd raakten en het jacht beperkt bruikbaar was.
De rechtbank oordeelt dat de jachtwerf aansprakelijk is voor de schade, maar wijst slechts een deel van de gevorderde schade toe. De rechtbank beoordeelt per schadepost of voldaan is aan de voorwaarden van tekortkoming, causaal verband en herstelmogelijkheid. Diverse posten worden afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing of omdat herstel niet eerst is aangeboden.
Toegewezen worden onder meer een deel van de reiskosten (€500), gederfd vaargenot (€3.000), kosten voor het terugsturen van een stuurcomputer (€200,99), en buitengerechtelijke incassokosten en rente gerelateerd aan een eerder betaald bedrag. De rechtbank wijst het meer gevorderde af en veroordeelt de gedaagde tevens in de proceskosten.