De rechtbank Oost-Brabant heeft verdachte veroordeeld voor deelneming aan een criminele organisatie die zich bezighield met het overtreden van de Opiumwet, alsmede voor het medeplegen van handel in en het opzettelijk aanwezig hebben van harddrugs. De feiten betreffen de periode van september 2020 tot januari 2022 in Eindhoven en Helmond.
Procesafspraken tussen het Openbaar Ministerie en de verdediging zijn gemaakt en door de rechtbank beoordeeld aan de hand van het arrest van de Hoge Raad van 27 september 2022. Verdachte heeft vrijwillig ingestemd met de afdoening en afstand gedaan van bepaalde verdedigingsrechten. De rechtbank acht de afdoening passend en in redelijke verhouding tot de ernst van de feiten.
De bewezenverklaring omvat deelneming aan een organisatie met als oogmerk het plegen van misdrijven volgens de Opiumwet, het opzettelijk handelen in strijd met verboden middelen (heroïne en cocaïne) en het aanwezig hebben van deze harddrugs in bepaalde hoeveelheden. De rechtbank legt een gevangenisstraf van 18 maanden op met aftrek van voorarrest en verklaart drie geldbedragen verbeurd.
De rechtbank heft tevens het geschorste bevel tot voorlopige hechtenis op. De uitspraak is gedaan door een meervoudige kamer en is gebaseerd op de artikelen 33, 33a, 47 en 57 van het Wetboek van Strafrecht en artikelen 2 en 10 van de Opiumwet.