Uitspraak
RECHTBANK OOST-BRABANT
Parketnummer vordering: 01.190881.20
[verdachte] ,
De tenlastelegging.
De vordering na voorwaardelijke veroordeling.
De formele voorvragen.
Bewijs
- Verdachte heeft in het politieverhoor een fragment gezien van video 1 en heeft daarop geantwoord dat hij deze video herkent als een van de video’s die hij van het gewone internet heeft afgehaald (p. 205 van het eind p-v).
- De video’s 2 en 3 zijn volgens de politie opgenomen in dezelfde ruimte en bevatten volgens de politiebeschrijving beelden van hetzelfde blanke meisje. Deze video’s beginnen met de tekst “ [naam 2] ” (p. 13). Dat correspondeert met de instructies van [naam 1] aan de verdachte op 13 september 2022 met betrekking tot het te downloaden materiaal:
- In de teliogesprekken wordt tussen verdachte en [naam 1] gesproken over het uploaden van een bestand “oefententamen MB0402” (p. 77 van het eind p-v). Een bestand met dezelfde naam is door de politie op de USB-stick van [naam 1] aangetroffen en geoormerkt als video 4 (p. 14 van het eindp-v).
De bewezenverklaring.
De strafbaarheid van het feit.
De strafbaarheid van verdachte.
Oplegging van straf.
De behandeling van deze zaak is niet binnen twee jaar na aanvang van de redelijke termijn afgerond met een eindvonnis, terwijl de rechtbank geen bijzondere omstandigheden aanwezig acht die deze overschrijding rechtvaardigt. De redelijke termijn is met ruim negen maanden geschonden.