Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 6 maart 2026 in de zaak tussen
[eiser], uit [woonplaats], eiser
de heffingsambtenaar van de gemeente Meierijstad, de heffingsambtenaar
Inleiding
Feiten
Beoordeling door de rechtbank
voorbereidingop het SVM-examen heeft afgelegd. Hij heeft er daarbij op gewezen dat op het certificaat is vermeld dat [naam] is geslaagd voor de
trainingWOZ-taxateur woningen. Ook heeft de heffingsambtenaar tijdens de zitting een e-mail van [naam] overgelegd waar dit volgens hem uit blijkt. In deze e-mail is vermeld dat [naam] tussen 5 januari 2023 en 5 april 2023 toegang heeft gehad tot de e-learningmodule WOZ-taxateur woningen. Hij is geslaagd voor de e-learningopleiding en heeft een certificaat gehad. Dat certificaat heeft volgens deze e-mail niet zoveel waarde zonder het SVM Nivo diploma (theorie en vakvaardigheden). Gelet op de gemotiveerde betwisting van de heffingsambtenaar, lag het op de weg van eiser om zijn stelling dat [naam] over een door het SVM afgegeven diploma WOZ-taxateur beschikt, nader te onderbouwen. Nu hij dit niet heeft gedaan, gaat de rechtbank er bij de verdere beoordeling van uit dat [naam] geen WOZ-taxateur is. Immers beschikt hij niet over het daarvoor vereiste diploma. De verwijzing door eiser naar de uitspraak van deze rechtbank van 16 april 2025, ter onderbouwing van de deskundigheid van [naam], gaat dan ook niet op. Immers was in die zaak niet in geschil dat [naam] op 13 februari 2023 het certificaat WOZ-taxateur woningen heeft behaald, terwijl in deze zaak is vastgesteld dat dit niet zo blijkt te zijn. Eiser heeft gesteld dat [naam] inmiddels een vastgoedopleiding aan het HBO heeft afgerond, maar niet in geschil is dat dit ten tijde van het opstellen van het taxatierapport nog niet het geval was. Deze informatie kan dan ook niet in de beoordeling van de deskundigheid van [naam] ten tijde hier van belang worden betrokken.