Uitspraak
RECHTBANK OOST-BRABANT
[verdachte] ,
De tenlastelegging.
De formele voorvragen.
Vrijspraak (feiten 1 primair en 2 primair).
“Immers een werknemer die uit nieuwsgierigheid grasduint in de voor hem met wachtwoord toegankelijke systemen zal dat (op basis van interne regels) al snel onbevoegd kunnen doen, omdat dit niet altijd (strikt) noodzakelijk is voor de functie-uitoefening. Ook indien de gegevens alleen worden bekeken en niet overgenomen zal reeds sprake zijn van het overtreden van het bepaalde in art. 138ab lid 1 Sr (het binnendringen). Complicerende factor daarbij is dat niet voor alle gevallen, zoals ook hier, reeds op voorhand en zonder nadere bewijsmiddelen ondubbelzinnig blijkt wanneer volgens de rechthebbende (in dit geval de politie) precies wel en niet sprake is van bevoegd gebruik van de gegeven accreditatie. Het spreekt voor zich dat sprake is van onbevoegd gebruik wanneer het gebruik tot doel heeft vertrouwelijke gegevens te openbaren aan onbevoegde derden, maar dient art. 138ab Sr ook van toepassing te zijn indien de gegevens slechts ‘spontaan’ maar zonder noodzaak voor de functie worden ingezien? Aan deze overpeinzingen kunnen naar mijn mening in dit geval voorbij worden gegaan omdat er in deze zaak geen sprake is van een grijs gebied. Uit de bewijsmiddelen blijkt immers overduidelijk dat de verdachte ten aanzien van de daarin met name genoemde personen al voorafgaande aan het inloggen in Blue View de intentie heeft gehad, in strijd met de in Blue View opgenomen waarschuwing, het systeem oneigenlijk te gebruiken.”
Bewijswaardering (feiten 1 subsidiair en 2 subsidiair).
De bewijsmiddelen
Bijzondere overwegingen omtrent het bewijs