ECLI:NL:RBOBR:2026:1589
Rechtbank Oost-Brabant
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen last onder dwangsom voor illegaal tuinhuis
Verzoekster heeft een voorlopige voorziening gevraagd tegen een last onder dwangsom die het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Waalre aan haar heeft opgelegd. Deze last betreft het (gesteld) gebruik van grond in strijd met de bestemming door het aanwezig hebben van een tuinhuis zonder de vereiste omgevingsvergunning.
Het college handhaafde het besluit van 9 januari 2025 en bleef bij de oplegging van de last onder dwangsom in het besluit van 2 juli 2025. De voorzieningenrechter behandelde het verzoek op 25 februari 2026 gelijktijdig met het beroep dat verzoekster had ingesteld onder zaaknummer SHE 25/1965.
De voorzieningenrechter verwees naar de uitspraak van de rechtbank Oost-Brabant van 11 maart 2026 in het beroep SHE 25/1965, waarin het beroep ongegrond werd verklaard. Op grond hiervan zag de voorzieningenrechter geen aanleiding om een voorlopige voorziening te treffen conform artikel 8:72, vijfde lid van de Algemene wet bestuursrecht.
Het verzoek om voorlopige voorziening werd daarom afgewezen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd en ook geen vergoeding van het griffierecht toegekend. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de last onder dwangsom wordt afgewezen.