De rechtbank Oost-Brabant heeft verdachte veroordeeld voor het medeplegen van ernstige drugshandel en deelname aan een criminele organisatie. De feiten betreffen het buiten Nederland brengen van circa 97 kilogram cocaïne, 24,75 kilogram heroïne en 25 kilogram ketamine, alsmede deelname aan een organisatie die zich bezighield met internationale handel in harddrugs en witwassen.
De zaak werd behandeld in meerdere zittingen tussen augustus 2024 en februari 2026. Verdachte en het Openbaar Ministerie sloten procesafspraken waarbij verdachte afstand deed van bewijsverweren en onderzoekswensen, en het OM een strafeis van 64 maanden onvoorwaardelijke gevangenisstraf indiende. De rechtbank stelde vast dat verdachte vrijwillig en bewust instemde met deze overeenkomst.
De rechtbank achtte de bewezenverklaring wettig en overtuigend bewezen op basis van diverse bewijsmiddelen, waaronder communicatie via beveiligde telefoons en chatberichten, en concludeerde dat verdachte strafbaar is. Gelet op de ernst van de feiten, de omvang van de drugshandel en de recidive van verdachte, vond de rechtbank de overeengekomen straf passend en in redelijke verhouding tot de zaak.
De voorlopige hechtenis werd geschorst tot de uitspraak, waarna deze schorsing eindigde. De straf zal volledig in een penitentiaire inrichting worden uitgevoerd, met mogelijkheid tot voorwaardelijke invrijheidstelling. De rechtbank sprak verdachte vrij van overige tenlastegelegde feiten die niet bewezen konden worden.