Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBOBR:2026:1628

Rechtbank Oost-Brabant

Datum uitspraak
13 maart 2026
Publicatiedatum
11 maart 2026
Zaaknummer
25/2208
Instantie
Rechtbank Oost-Brabant
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:1 AwbArt. 8:54 AwbArt. 12 lid 2 sub g Wet op de rechtsbijstand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep niet-ontvankelijk wegens ontbreken belanghebbende bij weigering vergoeding toevoeging

Eiser heeft via het High Trust programma een toevoeging verkregen voor het indienen van een klacht. De Raad voor Rechtsbijstand heeft de aanvraag tot vergoeding van deze toevoeging afgewezen omdat de rechtzoekende geen advocaat nodig had voor de oplossing van het probleem.

Eisers gemachtigde heeft bezwaar gemaakt tegen deze afwijzing, maar dit bezwaar is ongegrond verklaard. Eiser heeft vervolgens beroep ingesteld tegen het besluit op bezwaar. De Raad stelde dat het beroep niet-ontvankelijk is omdat eiser niet als belanghebbende bij het besluit kan worden aangemerkt.

De rechtbank oordeelt dat eiser inderdaad geen belanghebbende is, omdat het besluit op bezwaar is gericht aan de gemachtigde van eiser en niet aan eiser zelf. Uit de voorwaarden van het High Trust programma volgt dat alleen de rechtsbijstandsverlener nadeel ondervindt bij weigering van vergoeding en dus alleen deze partij een rechtsmiddel kan aanwenden.

Daarom verklaart de rechtbank het beroep van eiser niet-ontvankelijk en doet zij dit zonder zitting op grond van artikel 8:54 Awb Pro.

Uitkomst: Het beroep van eiser wordt niet-ontvankelijk verklaard omdat eiser geen belanghebbende is bij het bestreden besluit.

Uitspraak

RECHTBANK OOST-BRABANT
Bestuursrecht
zaaknummer: SHE 25/2208

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 13 maart 2026 in de zaak tussen

[eiser], uit [woonplaats], eiser

(gemachtigde: mr. H. Külcü),
en

het bestuur van de Raad voor Rechtsbijstand

(gemachtigde: [naam]).

Inleiding

1. In deze uitspraak beslist de rechtbank over het beroep van eiser tegen het bestreden besluit van de Raad van 24 juli 2025.
1.1.
Omdat het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is, doet de rechtbank uitspraak zonder zitting. Artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk.

Beoordeling door de rechtbank

2. Eiser heeft via het High Trust programma een toevoeging verkregen voor het indienen van een klacht. Omdat de gemachtigde van eiser deelneemt aan het High Trust programma met één-op-één controle achteraf, heeft de Raad deze toevoegingsaanvraag niet inhoudelijk gecontroleerd en heeft hij de toevoeging op 27 augustus 2024 toegekend.
3. Op 24 februari 2025 heeft eisers gemachtigde een aanvraag tot vaststelling van de vergoeding ingediend. De Raad heeft deze aanvraag met het besluit van 4 april 2025 op grond van artikel 12, tweede lid, onder g van de Wet op de rechtsbijstand afgewezen, omdat de rechtzoekende voor de oplossing van het probleem geen advocaat nodig had.
4. Eisers gemachtigde heeft middels een “aanvraag mutatie declaratie” bezwaar gemaakt tegen dat besluit van de Raad. De Raad heeft dat bezwaar van eisers gemachtigde met het bestreden besluit ongegrond verklaard.
5. Eiser heeft tegen dat besluit beroep ingesteld.
6. De Raad heeft zich in zijn verweerschrift op het standpunt gesteld dat eisers beroep niet-ontvankelijk moet worden verklaard, omdat eiser niet als belanghebbende bij het bestreden besluit kan worden aangemerkt. Eiser(s gemachtigde) heeft niet gereageerd op het verzoek van de rechtbank van 2 januari 2026 om op dat standpunt te reageren.
Is het beroep ontvankelijk?
7. Op grond van artikel 8:1 van Pro de Algemene wet bestuursrecht kan een belanghebbende tegen een besluit beroep instellen bij de bestuursrechter. Het besluit op bezwaar is gericht aan de gemachtigde van eiser en niet aan eiser zelf.
Het beroep is echter ingesteld door eiser zelf. In eisers pro forma beroepschrift en zijn aanvullende beroepschrift, staat namelijk onder andere:
“(…)
Cliënt heeft mij verzocht en gemachtigd om namens hem onderhavig beroepschrift op te stellen en te – doen – indienen.
De heer Guerchouh (hierna: cliënt) komt bij deze in beroep tegen het besluit op bezwaar (…)”
8. De rechtbank is van oordeel dat eiser gelet op de gevolgde High Trust-procedure geen belanghebbende is bij het bestreden besluit, ook al volgt uit de motivering dat de bezwaaradviescommissie heeft beoordeeld of de
toevoegingop juiste gronden is geweigerd. Bij de laatste zou eiser normaal gesproken wel belanghebbende zijn, maar uit de algemene voorwaarden bij High Trust volgt dat in een geval als dit de toevoeging in stand blijft en dat de advocaat de rechtszoekende geen kosten in rekening mag brengen. [1] Kortom wanneer bij de controle achteraf blijkt dat geen toevoeging had mogen worden verleend en dit de reden vormt om de vergoeding te weigeren, dan is de enige die daarvan nadeel ondervindt de rechtsbijstandsverlener. Alleen de rechtsbijstandverlener kan dus bij deze vorm van controle achteraf een rechtsmiddel aanwenden tegen de geweigerde vergoeding. Eiser is dus geen belanghebbende bij dit besluit op bezwaar dat is gericht aan zijn advocaat. Het beroep van eiser is dus niet-ontvankelijk.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M.M.L. Wijnen, rechter, in aanwezigheid van R.G.B.M. Spapens, griffier.
Uitgesproken in het openbaar op 13 maart 2026.
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over verzet

Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.

Voetnoten

1.Algemene voorwaarden High Trust één-op-één - rvr.org