Uitspraak
1.De procedure
- de aantekeningen van het mondelinge gegeven schriftelijke verweer van 9 oktober 2025 met bijlagen;
2.De kern van de zaak
3.De beoordeling
(…) Uitzoeken waarom de cv-ketel blijft/bleef branden. Thermostaat kabel was aan elkaar vast gedraaid/verbonden in de cv-ketel. (…).”
“(…) Aansluiten bestaande ruimte thermostaat op de Atag cv ketel.”Ter plaatse bleek dat de bestaande thermostaat verwijderd was, waardoor [eiser] in plaats van het aansluiten van de bestaande thermostaat op de cv-ketel – als tijdelijke oplossing – twee kabeltjes heeft doorverbonden, zodat de cv-ketel zou blijven branden. Dit heeft hij gedaan, omdat een vloer moest drogen en er daardoor constant warme lucht in de betreffende ruimte nodig was. [eiser] heeft hiermee betwist dat hij de opdracht niet goed heeft uitgevoerd. Hij heeft geen fout gemaakt, maar een passende oplossing gevonden voor een onverwachte situatie die zich voordeed, zo meent [eiser] .
“(…) Cv-ketel kon niet bijgevuld worden. Kraan en aansluiting gemaakt t.b.v. de cv-ketel. (…).”[eiser] heeft het tweede verwijt ter zitting gemotiveerd betwist.
€ 836,01 (tot 1 augustus 2025) is niet oud genoeg om daarover opnieuw wettelijke handelsrente te mogen berekenen. Dat kan alleen als zo’n vordering minimaal een jaar oud is. Wettelijke handelsrente over de buitengerechtelijke incassokosten kan ook niet, want dat is geen vordering uit een handelsovereenkomst.
€ 5.506,56 moet betalen, maar ook de buitengerechtelijke incassokosten (€ 650,33) en de (al berekende) wettelijke handelsrente tot 1 augustus 2025 (€ 836,01). Dit betekent dat er door [gedaagde] een bedrag van € 6.992,90 moet worden betaald aan [eiser] , te vermeerderen met de wettelijke handelsrente over € 5.506,56 met ingang van 1 augustus 2025 tot de dag van volledige betaling.