Uitspraak
RECHTBANK OOST-BRABANT
[verdachte] ,
De tenlastelegging.
- 151 kilogram, in elk geval een grote hoeveelheid, BMK-Glycidezuur en/of
- 120 kilogram, in elk geval een grote hoeveelheid, waterstofperoxide en/of
- reactiekolven en/of
- filterzeven en/of
- watertanks en/of
- TL-armaturen en/of
- diverse gereedschapsstukken;
zijnde cocaïne en/of MDMA (telkens) een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;
terwijl hij, verdachte, wist dat dat/die voorwerp(en) - onmiddellijk of middellijk - afkomstig was/waren uit enig misdrijf.
De formele voorvragen.
Overwegingen met betrekking tot de overeenkomst.
De door de rechtbank gebezigde bewijsmiddelen.
De bewezenverklaring.
De strafbaarheid van het feit.
De strafbaarheid van verdachte.
Oplegging van straf.
De eis van de officier van justitie.
Het standpunt van de verdediging.
Het oordeel van de rechtbank.
niet in redelijke verhouding staattot de ernst van de zaak, zal de rechter komen tot een andere sanctiebeslissing (HR 29 september 2022, ECLI:NL:HR:2022:1252).