ECLI:NL:RBOBR:2026:1773

Rechtbank Oost-Brabant

Datum uitspraak
18 maart 2026
Publicatiedatum
18 maart 2026
Zaaknummer
C/01/408600 / HA ZA 24-594
Instantie
Rechtbank Oost-Brabant
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 23 lid 4 Elektriciteitswet 1998Art. 47 Handvest van de grondrechten van de Europese UnieArt. 6:100 BWArt. 6:101 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Geen wanprestatie netbeheerder door te late aansluiting en levering transportvermogen

De zaak betreft een geschil tussen [eiser], een taxibedrijf dat haar wagenpark wilde vernieuwen met elektrische bussen, en netbeheerder Enexis over de vertraging bij het realiseren van een verzwaarde elektriciteitsaansluiting en het beschikbaar stellen van het gecontracteerde transportvermogen.

[eiser] vordert schadevergoeding wegens vermeende wanprestatie van Enexis, die de aansluiting en het benodigde transportvermogen pas ruim na de gewenste datum beschikbaar stelde. De kern van het geschil is of Enexis een bindende opleverdatum heeft toegezegd en of zij tekort is geschoten in haar contractuele en wettelijke verplichtingen.

De rechtbank stelt vast dat de wettelijke termijn van 18 weken voor aansluiting niet van toepassing is vanwege een eerder arrest van het hof. De offerte en overeenkomst bevatten duidelijke voorbehouden over levertijden, en de communicatie van Enexis over de planning was indicatief. De vermeende toezegging van een oplevering in week 2 van 2024 is niet als bindend aan te merken.

Gelet op de publieke taak van Enexis, de complexiteit van netuitbreidingen en de communicatie, oordeelt de rechtbank dat Enexis redelijke keuzes heeft gemaakt en voldoende duidelijkheid heeft verschaft. De vordering van [eiser] wordt afgewezen en zij wordt veroordeeld in de proceskosten.

Uitkomst: De rechtbank wijst de vordering af en veroordeelt [eiser] in de proceskosten.

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK OOST-BRABANT

Civiel Recht
Zittingsplaats 's-Hertogenbosch
zaaknummer / rolnummer: C/01/408600 / HA ZA 24-594
Vonnis van 18 maart 2026
in de zaak van
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
[eiser] B.V.,
gevestigd te [vestigingsplaats] ,
eisende partij,
advocaat mr. J. Schutrups te Enschede,
tegen
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
ENEXIS NETBEHEER B.V.,
gevestigd te 's-Hertogenbosch,
gedaagde partij,
advocaat mr. Q.N. Manuel te Zwolle.
Partijen zullen hierna [eiser] en Enexis genoemd worden.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
  • de dagvaarding van 23 september 2025 met 20 producties;
  • de conclusie van antwoord met 12 producties;
  • de e-mail van de rechtbank waarin is medegedeeld dat een mondelinge behandeling is bepaald;
  • de akte overlegging aanvullende producties aan de zijde van [eiser] met producties 21 tot en met 23.
1.2.
De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 4 december 2025. De advocaten van partijen hebben spreekaantekeningen overgelegd en voorgedragen. Van wat er overigens op de zitting aan de orde is geweest, heeft de griffier aantekeningen gemaakt.
1.3.
Ten slotte is vonnis bepaald.

2.De feiten

2.1.
Enexis is netbeheerder en verzorgt de realisatie van alle aansluitingen en het transport van elektriciteit op het door haar beheerde elektriciteitsnet. [eiser] is een taxibedrijf en gespecialiseerd in contractvervoer met onder andere leerlingenvervoer, WMO-vervoer en Zittend Ziekenvervoer.
2.2.
Via exenis.nl/zakelijk heeft [eiser] op 31 januari 2023 een aanvraag ingediend voor een wijziging van de aansluiting op het elektriciteitsnet ter grootte van 3x250 ampère naar een aansluiting van 1.750 kilovolt-ampère (kVA) op haar terrein aan [adres]. [eiser] wilde haar wagenpark vernieuwen met 50 elektrische bussen die zouden moeten kunnen laden op dat eigen terrein.
2.3.
Partijen hebben tussen 13 februari 2023 en 14 maart 2023 gecorrespondeerd over deze aanvraag. De uitkomst daarvan was dat [eiser] een aansluiting van 1.750 kVA met maximaal gecontracteerd vermogen van 1.750 kW wilde.
2.4.
Op 13 april 2023 heeft [eiser] de door Enexis gestuurde offerte voor het realiseren van de aangevraagde aansluiting ondertekend. In de offerte staat, voor zover relevant:
“(…) Doorlooptijd en opleverdatum
  • U hebt een aansluiting aangevraagd met als gewenste opleverdatum: 03-07-2023
  • Onze verwachte levertijd voor deze aansluiting is 33 weken, gerekend vanaf het moment dat wij uw getekende offerte hebben ontvangen.
  • Deze verwachte levertijd is een indicatie en onderhevig aan regionale verschillen. U kunt hier geen rechten aan ontlenen.
  • Als wij ons netwerk moeten uitbreiden voordat we uw aansluiting kunnen aanleggen, wordt de verwachte levertijd langer. Is dat het geval, dan hoort u dit zo snel mogelijk nadat wij uw getekende offerte binnen hebben. U hoort dan ook of uw gewenste transportcapaciteit beschikbaar is.
  • De wettelijke levertijd voor het opleveren van uw gewenste aansluiting is 18 weken.
  • Helaas lukt het ons niet altijd om dit type aansluiting binnen de wettelijke termijn op te leveren: de huidige marktomstandigheden zorgen voor langere doorlooptijden dan normaal. We doen ons uiterste best om uw aansluiting zo snel mogelijk te realiseren en houden rekening met uw wensdatum.
  • Als we uw getekende offerte binnen hebben, bellen we u op om de planning en de uitvoering van de werkzaamheden door te spreken.(…)”
2.5.
[eiser] en Enexis hebben een overeenkomst gesloten voor de aansluiting en het transport van elektriciteit (ATO) voor 1.750 kW. De ATO is op 14 april 2023 ondertekend door Enexis. [eiser] deed dat later (zie hierna onder 2.12).
2.6.
Na een telefoongesprek met de heer [A] , algemeen directeur van [eiser] , heeft de heer [B] van Enexis op 19 april 2023 aan [eiser] geschreven:
“(…) U heeft in de aanvraag een voorkeursdatum opgegeven van 3 juli 2023. Ik heb in ons gesprek aangegeven dat deze datum voor ons helaas niet haalbaar is. In overleg met u heb ik de datum nu gezet op week 2 van 2024. Om uw aansluiting te kunnen realiseren zal er van onze kant o.a. ook een netuitbreiding uitgevoerd moeten worden. Dit zorgt helaas voor extra doorlooptijd. (…)”
2.7.
Op 10 juli 2023 heeft [eiser] 50 elektrische bussen besteld. De eerste bussen zijn op 30 november 2023 geleverd.
2.8.
Op 4 oktober 2023 heeft [eiser] gevraagd om meer duidelijkheid aan Enexis. Enexis heeft op 5 oktober 2023 geantwoord:
“(…) Helaas zien wij op korte termijn nog geen mogelijkheden om een hogere
transportcapaciteit te bieden, vanwege het capaciteitsknelpunt in ons middenspanningsnet op [bedrijventerrein] . Momenteel zijn er meerdere klanten op [bedrijventerrein] die hinder ondervinden van dit capaciteitsknelpunt.
Wij verwachten in mei 2024 een uitbreiding op te leveren, waarbij 1500 kW beschikbaar komt. Ons doel was om deze uitbreiding eind van dit jaar op te leveren, maar door de marktomstandigheden hebben wij recent de beslissing moeten maken om de werkzaamheden te verplaatsen.
Later in 2024 volgt er nog een tweede uitbreiding, waarmee de resterende klanten op [bedrijventerrein] geholpen kunnen worden.
De werkzaamheden voor de verzwaring van de aansluiting kunnen wij pas inplannen als de leverancier van het klantstation vast staat. Wij weten nu nog niet of de leverdatum van het klantstation of onze aannemerscapaciteit bepalend gaat zijn voor de planning.
Ik heb nog wel een opmerking over de locatie van het station. Het station staat nu ver van de erfgrens af, maar op basis van de KLIC lijken er wel mogelijkheden om het station dichter bij de erfgrens te plaatsen. Op basis van deze informatie kan ik de locatie nog niet goedkeuren. Het lijkt mij goed om dit verder te bespreken als de leverancier van het klantstation bekend is.
2.9.
[eiser] heeft op 6 november 2023 aan een door haar gekozen leverancier opdracht verstrekt voor het realiseren voor een klantstation.
2.10.
Op 1 december 2023 heeft [eiser] Enexis gevraagd om de werkzaamheden voor de aansluiting in week 10 van 2024 af te ronden. Daarbij heeft [eiser] aangegeven dat als haar snellaadfaciliteit begin maart 2024 gereed is, zij dan tenminste 875 kVA nodig zal hebben en dat het prima is als de verdere uitbreiding in 2024 gerealiseerd wordt.
2.11.
Op 13 december 2023 heeft Enexis aan [eiser] geschreven:
(…) Op uw verzoek, om de werkzaamheden in week 10 afgerond te hebben, kunnen wij geen akkoord geven. Deze datum is voor ons helaas niet haalbaar. Ik snap heel goed dat dit consequenties heeft voor uw plannen en bedrijfsvoering. Al is het alleen al dat u hierdoor niet tijdig, met eigen voorzieningen, kunt starten van het snelladen van de door u aangeschafte wagenpark. Dit met alle door u genoemde gevolgen van dien. Wanneer wij u dit eerder hadden kunnen melden had u mogelijk zelf uw planning kunnen bijsturen. Naar mijn mening hadden wij deze verlenging van doorlooptijd niet eerder kunnen inzien en hebben wij u, zodra wij wisten dat de planning anders verliep, alsnog spoedig ingelicht.
Om ervoor te zorgen dat u een aansluiting krijgt met de nodige gewenste capaciteit is een uitbreiding van ons verdeelstation noodzakelijk. Hier zijn wij al druk mee aan de slag en gaat gepaard met een aantal onzekere factoren. Zo zijn wij afhankelijk van de beschikbaarheid van een vervangingscontainer (als tijdelijke verdeelstation tijdens de werkzaamheden).
De uitbreiding van het verdeelstation zal niet eerder afgerond zijn dan eind juni 2024. De uitvoering van uw project staat voor nu gepland om te starten in week 14 (2024), waarbij de werkzaamheden uiterlijk tot het einde van week 16 zullen duren.Let op dit is de aanpassing van uw aansluiting zonder de totaal gewenste capaciteit.Na de uitbreiding van het verdeelstation kunnen wij 1300 kVA van de door u gevraagde 1750 kVA leveren. Wij verwachten begin Q3 (juli 2024) dit afgerond te hebben.(...)
Aanleg nieuwe aansluiting
Zoals besproken kunnen wij, los van het capaciteitsprobleem, alvast de nieuwe aansluiting realiseren. Het voorstel van u om dit in gang te zetten en dus spoedig in ieder geval de nieuwe aansluiting alvast gereed te hebben is qua tijdsbestek niet realistisch. In de mail van 5 oktober heb ik benoemd dat wij de werkzaamheden pas in zouden kunnen plannen, als er een leverancier van het klantstation gecontracteerd zou zijn. De leverancier van het klantstation (EPS) is uiteindelijk in november gecontracteerd. Voor het bestellen van de nodige installaties voor het klantstation hebben wij te maken met lange doorlooptijden. Hierdoor was de installatie 29 februari pas inleverbaar. De capaciteit van de onze aannemer(s) staat helaas niet toe om eerder te starten dan de genoemde week 14, waarbij de werkzaamheden uiterlijk einde van week 16 zullen duren.
Een belangrijk openstaand punt is het feit dat er nog geen overeenstemming is bereikt over de locatie van het klantstation. Dit heeft op dit moment nog geen gevolgen voor de planning, maar zal op termijn kunnen leiden tot het opschuiven van de planning. De locatie van het station dient op zijn laatst voor week 7 (2024) te zijn vastgesteld.(…)”
2.12.
[eiser] heeft op 18 januari 2024 de ATO getekend.
2.13.
Op 20 maart 2024 heeft de advocaat van [eiser] Exenis een sommatiebrief gestuurd waarin is vermeld dat Enexis vanaf 17 augustus 2023 (18 weken na de offerte) in verzuim verkeert, waarin Enexis wordt verzocht binnen vier weken een aansluiting te realiseren, en waarin Enexis aansprakelijk wordt gesteld voor de schade.
2.14.
Op 26 april 2024 heeft Enexis de verzwaarde aansluiting gerealiseerd.
2.15.
In een brief aan [eiser] van 30 april 2024 heeft Enexis aansprakelijkheid afgewezen en aangegeven dat naar verwachting medio juli 1.300 kW en eind van 2024 het resterende vermogen beschikbaar zal komen.
2.16.
In een brief van 5 juni 2024 heeft de advocaat van [eiser] de aansprakelijkstelling gehandhaafd en een dagvaarding aangekondigd.
2.17.
Na afronding van de noodzakelijke eerste netwerkuitbreiding is op 14 juni 2024 1.300 kW aan transportvermogen beschikbaar gekomen. Dit was voldoende voor [eiser] .
2.18.
Na afronding van een tweede netwerkuitbreiding in week 39 van 2025 is het transportvermogen waarover [eiser] kan beschikken verhoogd naar 1.750 kW, zoals aangevraagd.

3.Het geschil

3.1.
[eiser] vordert samengevat dat de rechtbank, bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis, Enexis veroordeelt:
tot betaling aan [eiser] van een schadevergoeding ter hoogte van € 526.805,46, te vermeerderen met de buitengerechtelijke incassokosten ad € 4.175,88 en met de wettelijke handelsrente vanaf 20 maart 2024;
in de kosten van deze procedure, te voldoen binnen veertien dagen na de datum van dit vonnis en – indien voldoening niet tijdig plaatsvindt - te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de veertiende dag na de datum van dit vonnis.
3.2.
[eiser] legt aan haar vordering het volgende ten grondslag. Enexis is toerekenbaar tekort geschoten in haar wettelijke en contractuele verplichtingen bij het realiseren van de verzwaarde aansluiting en het beschikbaar stellen van het overeengekomen transportvermogen ten behoeve van de laadinfra voor de 50 nieuwe elektrische taxibussen van [eiser] . Sprake is van een overschrijding van de wettelijke aansluittermijn van 18 weken (artikel 23 lid 4 Elektriciteitswet Pro 1998) dan wel een redelijke termijn. Op basis van uitlatingen van Enexis vertrouwde [eiser] erop dat de aansluiting in week 2 van 2024 klaar zou zijn. In dat vertrouwen heeft zij in juli 2023 nieuwe elektrische bussen besteld. Door de tekortkoming van Enexis kon [eiser] haar elektrische bussen lange tijd niet opladen op haar eigen terrein en moest zij langer blijven rijden met haar oude bussen. [eiser] stelt de volgende schade te hebben geleden:
- vaste kosten (lease, verzekering, kosten boordcomputer) van 50 nieuwe bussen die grotendeels niet gebruikt werden (€ 349.735,81 over de periode januari-juni 2024);
  • afschrijving van de oude bussen die [eiser] langer moest aanhouden (€ 94.185,--);
  • kosten van onderhoud van de oude bussen (€ 36.255,02);
  • kosten van 12 laadpalen bij medewerkers thuis (€ 46.629,63).
3.3.
Enexis concludeert kort gezegd tot afwijzing van de vorderingen, met veroordeling van [eiser] in de kosten van het geding.
3.4.
Enexis voert ter verweer samengevat het volgende aan:
  • de 18-weken termijn van artikel 23 lid 4 Elektriciteitswet Pro 1998 is geen fatale termijn;
  • de aansluiting is binnen een redelijke termijn gerealiseerd, want ruim voordat het transportvermogen beschikbaar was;
  • Enexis was niet in staat en ook niet verplicht eerder transportvermogen beschikbaar te stellen, omdat daarvoor netuitbreiding nodig was;
  • de offerte en de ATO bevatten een duidelijk voorbehoud ten aanzien van de levertermijn en door Enexis is geen toezegging gedaan dat de aansluiting met transportcapaciteit in week 2 van 2024 gereed zou zijn;
  • er is geen causaal verband tussen de vermeende tekortkomingen van Enexis en de gestelde schade van [eiser] ;
  • de aansprakelijkheid van Enexis is uitgesloten dan wel beperkt in de algemene voorwaarden;
  • de omvang van de schade is onvoldoende onderbouwd;
  • er is grond voor voordeelsverrekening (artikel 6:100 BW Pro);
  • er is sprake van eigen schuld aan de zijde van [eiser] (artikel 6:101 BW Pro);
  • [eiser] is niet de schadelijdende entiteit.

4.De beoordeling

4.1.
Deze zaak gaat, kort weergegeven, over de vraag of Enexis als netbeheerder te kort geschoten is in de nakoming van haar verbintenis doordat zij [eiser] pas op 26 april 2024 heeft aangesloten op het elektriciteitsnet en pas omstreeks 14 juni 2024 een hoger transportvermogen ter beschikking heeft gesteld. [eiser] stelt als gevolg hiervan schade te hebben geleden omdat zij haar nieuwe elektrische bussen maandenlang niet op eigen terrein kon opladen.
4.2.
In de dagvaarding heeft [eiser] eerst en vooral een beroep gedaan op overschrijding van de wettelijke termijn van 18 weken op grond van artikel 23 lid 4 Elektriciteitswet Pro 1998. Tijdens de mondelinge behandeling heeft [eiser] deze grondslag verlaten gelet op het arrest van het gerechtshof ’s-Hertogenbosch van 29 april 2025 (ECLI:NL:GHSHE:2025:1220). In dit arrest heeft het hof onder andere geconcludeerd dat de in artikel 23 lid 4 Elektriciteitswet Pro 1998 opgenomen termijn van 18 weken buiten toepassing dient te worden gelaten wegens strijd met artikel 47 Handvest Pro van de grondrechten van de Europese Unie.
4.3.
Tijdens de mondelinge behandeling heeft [eiser] haar grondslag gewijzigd in die zin dat volgens haar sprake is van een tekortkoming, omdat Enexis onjuiste dan wel misleidende informatie heeft verstrekt en de aansluiting niet binnen een redelijke termijn heeft gerealiseerd. [eiser] stelt dat zij door de handelwijze van Enexis en hoe het gehele aansluitingstraject door Enexis is ingericht (de manier waarop en welke toezeggingen zij doet tijdens het aanvraagproces, hoe zij aanvragers informeert en vervolgens op essentiële punten terugkomt op eerdere mededelingen) op het verkeerde been is gezet waardoor zij schade heeft geleden. [eiser] meent dat Enexis met haar e-mail van 19 april 2023 en het kort daarvoor gevoerde telefoongesprek heeft toegezegd, althans bij [eiser] het vertrouwen heeft gewekt, dat de aansluiting in week 2 van 2024 in gebruik zou kunnen worden genomen. De heer [A] , algemeen directeur van [eiser] , heeft tijdens de mondelinge behandeling verklaard dat hij de heer [B] van Enexis in dat telefoongesprek gevraagd heeft om een datum te noemen, zodat [eiser] haar mogelijkheden daarop kon afstemmen. De heer [B] heeft volgens de heer [A] toen de datum van week 2 van 2024 genoemd. De heer [A] heeft de heer [B] gevraagd om een schriftelijke bevestiging daarvan. Volgens [eiser] had Enexis kennelijk de capaciteit op dat moment beoordeeld en al vastgesteld dat netuitbreiding noodzakelijk was. Volgens [eiser] waren die werkzaamheden toen ingepland, was er een opleverdatum bekend en was de oplevering ruim 6 maanden uitgesteld naar week 2 van 2024 zonder enig voorbehoud. Enexis wist waarvoor [eiser] de aansluiting nodig had. Volgens [eiser] was er vanaf dat moment duidelijkheid over de datum van aansluiting. Uit de e-mail van 19 april 2023 en het telefoongesprek kort daarvoor blijkt dat toen geen voorbehoud is gemaakt en dat toen niet is gesproken over een voorkeursdatum. [eiser] heeft ook overeenkomstig gehandeld door op 7 juli 2023 elektrische bussen te bestellen met als leverdatum eind 2023. Pas nadat de bussen waren besteld heeft Enexis telefonisch laten weten dat geen transportcapaciteit beschikbaar was voor begin 2024, aldus nog steeds [eiser] .
4.4.
Volgens Enexis was week 2 van 2024 geen harde toezegging. Op het moment van de e-mail van 19 april 2023 kon Enexis nog onmogelijk zekerheid bieden. Enexis heeft een voorbehoud gemaakt en gewezen op de noodzakelijke netuitbreiding. De heer [B] heeft in de e-mail alleen een verwachting uitgesproken en bijgesteld. De aansluiting is volgens Enexis binnen een redelijke termijn gerealiseerd namelijk binnen 54 weken na het accepteren van de offerte. Dat is ruim 7 weken voordat Enexis de noodzakelijke netuitbreiding afrondde en [eiser] gebruik kon maken van het gevraagde transportvermogen. Uit het codebesluit van de ACM en artikel 8.11 Netcode Elektriciteit volgt dat als geen transportcapaciteit beschikbaar is, de netbeheerder de aansluiting pas 13 weken na het opheffen van congestie hoeft te realiseren. Enexis heeft het initiële congestieknelpunt op 13 juni 2024 opgelost door middel van een netuitbreiding.
4.5.
Ook als het congestieknelpunt zou worden weggedacht, vindt Enexis dat zij [eiser] binnen een redelijke termijn heeft aangesloten, omdat de aansluiting is gerealiseerd binnen een termijn die de ACM redelijk acht. De aansluittermijnen worden bepaald aan de hand van twee componenten: de technische complexiteit van de aansluiting en een extra dynamische wachttijd die gerelateerd is aan de regionale plaats van de beoogde aansluiting. In dit geval gaat Enexis uit van een eenvoudige aansluiting (26 weken) en een dynamische regionale wachttijd van 40 weken. De maximale realisatietermijn is dan 66 weken.
4.6.
De rechtbank stelt vast dat het [eiser] gaat om zowel de aansluiting als het maximaal gecontracteerde vermogen, omdat zij pas na oplevering van beide onderdelen, per 14 juni 2024, haar elektrische bussen kon opladen.
4.7.
[eiser] beroept zich, zo is ter zitting naar voren gekomen, op een toezegging die Enexis volgens haar op 19 april 2023 zou hebben gedaan om uiterlijk in week 2 van 2024 de aansluiting met het gecontracteerd vermogen op te leveren, welke toezegging Enexis niet is nagekomen.
4.8.
De rechtbank is van oordeel – gelet op de inhoud van de offerte en de ATO, de achtergrond van het telefoongesprek van 19 april 2023, de inhoud van het mailbericht van die dag en de context waarbinnen Enexis als netbeheerder werkt – dat er onvoldoende grond is om aan te nemen dat [eiser] redelijkerwijs heeft mogen aannemen dat de door Enexis genoemde datum van week 2 van 2024 een fatale termijn was voor de realisatie van de aansluiting van [eiser] waaraan Enexis zich had verbonden, en waarvan overschrijding zou leiden tot verzuim en tot schadeplichtigheid van Enexis. De rechtbank zal dat hierna toelichten.
4.9.
In de offerte van Enexis staat géén datum vermeld voor het aansluiten en voor het beschikbaar stellen van het maximaal gecontracteerde vermogen, maar staat:
 dat [eiser] gebeld zal worden om de planning door te spreken,
  • dat de verwachte levertijd een indicatie is, onderhevig aan regionale verschillen,
  • dat de klant hier geen rechten aan kan ontlenen,
  • dat als Enexis haar netwerk moet uitbreiden voordat de aansluiting aangelegd kan worden, de verwachte levertijd langer zal zijn,
  • de huidige marktomstandigheden zorgen voor langere doorlooptijden dan normaal.
4.9.1.
In de ATO staat ook geen datum voor oplevering vermeld. In artikel 2 lid 2 van Pro de ATO staat dat bij de aanvraag om verhoging van het gecontracteerd vermogen door Enexis onder meer wordt getoetst of het beschikbare transportvermogen toereikend is. In artikel 2 lid 3 van Pro de toepasselijke ‘Algemene voorwaarden aansluiting en transport elektriciteit voor zakelijke afnemers’ van Enexis staat dat Enexis bevoegd is aan een aanbod voor het tot stand brengen van een aansluiting bijzondere voorwaarden te stellen indien de transportcapaciteit van de netbeheerder ter plaatse onvoldoende is.
4.10.
Uit het ontbreken van een opleverdatum in de offerte en de ATO, en uit de vermelding daarin van een uitdrukkelijk voorbehoud ten aanzien van de levertermijnen, heeft [eiser] naar het oordeel van de rechtbank redelijkerwijs moeten begrijpen dat Enexis zich niet wilde verbinden tot een in rechte afdwingbare toezegging wat betreft de datum van aansluiting en beschikbaarstelling van het maximaal gecontracteerde vermogen. Enexis heeft in de contractdocumentatie duidelijk gemaakt dat zij voor wat betreft planning en levertijden slechts indicaties kon geven, gebaseerd op haar verwachtingen op basis van de omstandigheden van dat moment.
4.11.
Tussen partijen staat vast dat zij elkaar op 19 april 2023, enkele dagen na het ondertekenen van de offerte, telefonisch hebben gesproken. Enexis heeft onweersproken gesteld dat dit telefoongesprek plaatsvond ter uitvoering van de offerte, waarin stond “
als we uw getekende offerte binnen hebben, bellen we u op om de planning en uitvoering van de werkzaamheden door te spreken”. Gelet op wat daarover in de offerte staat vermeld, was het gesprek dus bedoeld om de planning te bespreken en een indicatie te geven van de verwachte levertijd, waaraan [eiser] als klant geen rechten zou kunnen ontlenen.
4.12.
Vaststaat dat op 19 april 2023 de heer [B] , klantcontact medewerker van Enexis, telefonisch contact opnam met de heer [A] om de planning van de aansluitwerkzaamheden te bespreken. Tussen partijen staat vast dat tijdens dat telefoongesprek de heer [B] namens Enexis heeft aangegeven dat de voorkeursdatum voor aansluiting die [eiser] had opgegeven (3 juli 2023) niet haalbaar was in verband met de noodzaak van netuitbreiding, en dat de heer [B] vervolgens de datum van week 2 van 2024 heeft genoemd, welke datum hij op verzoek van de heer [A] in een mail van diezelfde datum heeft bevestigd. Enexis moet hebben begrepen dat [eiser] belang had bij duidelijkheid over de realisatietermijn van de aangevraagde aansluiting, die zij nodig had voor haar bedrijfsvoering en waarmee zij aan de slag wilde. Maar dat in het telefoongesprek een toezegging door [eiser] is gevraagd en door Enexis is gegeven dat de aansluiting op die datum ook daadwerkelijk klaar zou zijn, zoals [eiser] stelt, blijkt niet uit wat de betrokken personen over de inhoud van dat telefoongesprek hebben verklaard. De heer [B] heeft dat gedaan in een schriftelijke verklaring die is overgelegd als productie 1 bij conclusie van antwoord, de heer [A] heeft daarover verklaard tijdens de mondelinge behandeling. Veeleer moet worden aangenomen dat in lijn met wat in de offerte staat vermeld, de genoemde datum van week 2 van 2024 was bedoeld als een nadere indicatie van de planning, op basis van de verwachtingen die Enexis op dat moment daarover had, wetend dat een netuitbreiding nodig was. Dat heeft de heer [B] ook zo verklaard. De heer [A] heeft niet verklaard dat hij tijdens het telefoongesprek uitdrukkelijk om een toezegging heeft gevraagd. Uit het mailbericht dat Enexis direct na het telefoongesprek stuurde (zie hiervoor onder 2.6) kan naar het oordeel van de rechtbank ook niet worden afgeleid dat Enexis zich heeft willen verbinden aan de datum van week 2 van 2024. Mede bezien in het licht van de offerte ging het hier om een (nadere) indicatie van de planningsdatum, op basis van verwachtingen, en niet om een in rechte afdwingbare verbintenis waarop [eiser] zich kon beroepen.
4.13.
De rechtbank is dan ook van oordeel dat [eiser] er na het telefoongesprek van 19 april 2023 en de mail van die dag enkel vanuit mocht gaan dat de werkzaamheden voor haar aansluiting door Enexis gepland stonden in week 2 van 2024. [eiser] mocht er redelijkerwijs niet vanuit gaan dat Enexis zich ertoe had verbonden de aansluiting op die datum te realiseren. Uit de contractsdocumentatie bleek immers dat de door Enexis gegeven levertijden slechts indicatief waren, en de verklaringen van de heren [A] en [B] , over wat zij op 19 april 2023 bespraken, geven geen aanknopingspunten om te oordelen dat dat in dit geval anders was. Voor bewijslevering op dit punt ziet de rechtbank dan ook geen ruimte.
4.14.
De rechtbank betrekt bij al het voorgaande twee meer algemene achtergronden, die van belang zijn, gelet op de maatschappelijke kringen waartoe partijen behoren, en daarom in acht moeten worden genomen bij de uitleg van de overeenkomst.
(1) De publieke, wettelijk geregelde taak van Enexis speelt een belangrijke rol bij de invulling van wat partijen in de context redelijkerwijs uit elkaars uitlatingen mogen afleiden en van elkaar mogen verwachten. Deze publieke taak houdt in dat alle aangeslotenen kosten betalen aan Enexis en dat Enexis met dat geld onder meer waar nodig zorgt voor netuitbreidingen. Enexis moet haar taak uitvoeren binnen de wettelijke kaders. Zij mag bijvoorbeeld niet op zichzelf beslissen (a) zoveel nieuwe medewerkers in dienst te nemen, zoveel onderdelen in te kopen en zoveel nieuwe opdrachten aan aannemers te gunnen, dat zij veel sneller netuitbreidingen kan opleveren, en (b) de (hoge) kosten hiervan om te slaan over de aangeslotenen. De gedachte in de wet is dat een balans moet worden bereikt tussen daadkracht en kosten. Het is belangrijk dat [eiser] dus de kosten van de netuitbreiding hier niet zelf draagt, anders dan de kosten die aan haar als aangeslotene in rekening worden gebracht. [eiser] heeft een positie die in enige mate vergelijkbaar is met de positie van een patiënt in de zorg: de patiënt wil aandringen op een spoedige behandeling, maar betaalt de kosten ervan niet (anders dan de premie van de zorgpolis en een eventuele eigen bijdrage) en zal binnen ruime grenzen genoegen moeten nemen met gemotiveerde beslissingen van de medici wat betreft prioriteiten en wachtlijsten. Dat volgt ook bij de zorg uit de wettelijke context waarin de kosten worden gedragen door grote groepen samen, niet door de patiënt alleen.
(2) Het stroomnet in Nederland staat al geruime tijd onder grote druk en de verwachting is dat deze druk de komende jaren sterk toeneemt. Deze druk vertaalt zich in vertragingen bij de netbeheerders zoals Enexis, die de gevraagde werkzaamheden – binnen de wettelijke kaders – niet snel kunnen uitvoeren. Het is niet zozeer aan de netbeheerders, maar aan de (politieke) instituties van de (centrale) overheid om met oplossingen te komen, omdat deze oplossingen nauw samenhangen met de vraag wie het gaat betalen (aangeslotenen, rijksbelastingbetalers, lokale of regionale belastingbetalers, of anderen?).
4.15.
Bij deze stand van zaken moet Enexis redelijke keuzes maken over netuitbreidingen en werkzaamheden en duidelijk communiceren over haar planning en de voortgang. De rechtbank is van oordeel dat Enexis dit hier goed heeft gedaan, en dat [eiser] uit de uitlatingen van Enexis redelijkerwijs heeft moeten begrijpen dat daarbij steeds het voorbehoud door Enexis werd gemaakt dat oplevering pas zou kunnen plaatsvinden als de noodzakelijke netuitbreiding gereed zou zijn.
4.16.
Het voorgaande brengt met zich dat het door [eiser] gevorderde door de rechtbank zal worden afgewezen.
4.17.
Gelet op het voorgaande kunnen de andere stellingen en verweren van partijen onbesproken blijven.
4.18.
[eiser] is (grotendeels) in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van Enexis worden begroot op:
- griffierecht € 6.617,00
- salaris advocaat € 7.446,00 (2 punten x € 3.723,00)
- nakosten
€ 178,00(plus de verhoging zoals hierna vermeld)
€ 14.241,00.

5.De beslissing

De rechtbank
5.1.
wijst het door [eiser] gevorderde af;
5.2.
veroordeelt [eiser] in de proceskosten van € 14.241,00, te betalen binnen veertien dagen na dit vonnis, te vermeerderen met € 92,00 plus de kosten van betekening als [eiser] niet tijdig aan de proceskostenveroordeling voldoet en het vonnis daarna wordt betekend.
Dit vonnis is gewezen door L.S. Frakes en in het openbaar uitgesproken op 18 maart 2026.