ECLI:NL:RBOBR:2026:1939

Rechtbank Oost-Brabant

Datum uitspraak
25 maart 2026
Publicatiedatum
25 maart 2026
Zaaknummer
01/272394/24
Instantie
Rechtbank Oost-Brabant
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 9 SrArt. 14a SrArt. 14b SrArt. 14c SrArt. 22c Sr
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Veroordeling poging tot afdreiging via internet en WhatsApp-chats

De rechtbank Oost-Brabant heeft verdachte veroordeeld voor poging tot afdreiging van een slachtoffer via internet en WhatsApp-berichten. Verdachte deed zich voor als escortdame en dwong het slachtoffer om geld te betalen onder dreiging van verspreiding van naaktfoto's en beschuldigingen van pedofilie.

De rechtbank baseerde haar oordeel op uitgebreid bewijsmateriaal, waaronder WhatsApp-gesprekken, telefoongegevens, locatiegegevens en verklaringen van het slachtoffer en politie. Verdachte werd op heterdaad betrapt bij het ophalen van het geëiste geld. De verdediging voerde aan dat verdachte onschuldig was en slechts werd gebruikt door een ander, maar dit werd verworpen.

De rechtbank oordeelde dat verdachte strafbaar is en wees de verweren af. Gelet op de ernst van het feit, de persoonlijke omstandigheden van verdachte en het reclasseringsrapport, legde de rechtbank een taakstraf van 120 uur op, subsidiair 60 dagen hechtenis, en een voorwaardelijke gevangenisstraf van 70 dagen met een proeftijd van 2 jaar en bijzondere voorwaarden zoals meldplicht en ambulante behandeling.

Vormverzuimen bij de aanhouding werden deels erkend, maar leidden niet tot strafvermindering. De in beslag genomen telefoon werd verbeurd verklaard. De bijzondere voorwaarden en toezicht werden niet dadelijk uitvoerbaar verklaard omdat het delict niet gericht was tegen de lichamelijke integriteit van personen.

Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot een taakstraf van 120 uur en een voorwaardelijke gevangenisstraf van 70 dagen met bijzondere voorwaarden.

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK OOST-BRABANT

Locatie 's-Hertogenbosch
Strafrecht
Parketnummer: 01.272394.24
Datum uitspraak: 25 maart 2026
Vonnis van de rechtbank Oost-Brabant, meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken, in de zaak tegen:

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [2000] ,
wonende te [adres 1] .
Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting van 13 maart 2026.
De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie en van hetgeen van de zijde van verdachte naar voren is gebracht.

De tenlastelegging.

De zaak is aanhangig gemaakt bij dagvaarding van 10 februari 2026.
Aan verdachte is ten laste gelegd dat:
hij in of omstreeks de periode van 25 augustus 2024 tot en met 26 augustus 2024 te Eindhoven, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, ter uitvoering van het door verdachte en/of zijn mededader(s) voorgenomen misdrijf om met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door bedreiging met smaad, smaadschrift en/of openbaring van een geheim [slachtoffer 1] te dwingen tot afgifte van enig goed, te weten een hoeveelheid geld, dat geheel of ten dele aan die [slachtoffer 1] en/of aan een derde toebehoorde, nadat die [slachtoffer 1] via internet een of meer foto's en/of videos van zijn naakte lichaam had gestuurd via een WhatsApp-chat naar een veronderstelde escortdame [naam 1] , die [slachtoffer 1] heeft bericht via die WhatsApp-chat en/of via SMS-berichten dat hij 1000 euro moest betalen omdat anders zijn foto's van zijn naakte lichaam zouden worden verspeid en/of dat hij een pedofiel was en moest betalen omdat hij anders de consequenties zelf moest ervaren/aanvaarden, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.

De formele voorvragen.

Bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat de dagvaarding geldig is. De rechtbank is bevoegd van het ten laste gelegde kennis te nemen en de officier van justitie kan in de vervolging worden ontvangen. Voorts zijn er geen gronden gebleken voor schorsing van de vervolging.

Bewijs.

Het standpunt van de officier van justitie.
De officier van justitie heeft gevorderd het ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen te verklaren.
Het standpunt van de verdediging.
De raadsvrouw van verdachte heeft zich primair op het standpunt gesteld dat verdachte vrijgesproken dient te worden. Gelet op de stellige ontkenning van verdachte inhoudende dat hij is opgelicht of gebruikt door [naam 3] , het feit dat hij de politie ook naar [naam 3] heeft geleid en het feit dat deze verklaring in lijn is met het dossier en niet direct wordt weersproken door het dossier maakt dat de verklaring van verdachte geloofwaardig is. Uitgaande van zijn verklaring is hij ingezet als willoos werktuig om een strafbaar feit te plegen en daarom kan geen sprake zijn van het ten laste gelegde oogmerk van wederrechtelijke bevoordeling.
Subsidiair heeft de raadsvrouw betoogd dat verdachte moet worden ontslagen van alle rechtsvervolging omdat hem een geslaagd beroep op de buitenwettelijke schulduitsluitingsgrond afwezigheid van alle schuld toekomt. Verdachte wist niet dat er sprake was van afdreiging en dat het geld daarvan afkomstig was. Hij was in de
veronderstelling dat de persoon die van hem geld had geleend dit geld en rente in
de envelop had neergelegd op een afgesproken plek zodat verdachte dat daar kon ophalen.
Verdachte dacht een envelop op te halen met geld voor zichzelf maar werd feitelijk door de echte dader ingezet om te helpen bij het plegen van een strafbaar feit zonder dat verdachte hiervan op de hoogte was.
Het oordeel van de rechtbank. [1]
Bewijsmiddelen.
1.
Een proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 1] , opgemaakt door verbalisanten [verbalisant 1] en [verbalisant 2] d.d. 26 augustus 2024, dossierpagina’s 83-93, voor zover inhoudende:
Vannacht op zaterdag 25 augustus 2024 heb ik op [website 1] een advertentie gezien van een escort ([naam 1] 100% Nederlands) welke op haar advertentie een “all-in” pakket aanbood voor een bedrag van 150 euro. Ik heb hierop een whatsapp bericht gestuurd naar het telefoonnummer wat op de pagina stond. Dit betrof het volgende telefoonnummer: [nummer 1] . Om 00.58 uur, kwamen wij vervolgens via whatsapp tot een overeenstemming voor een afspraak. Wij hebben hierop nog enkele berichten uitgewisseld via whatsapp. Om 02.14 uur, werd mijn adres gevraagd en die heb ik verstrekt. Dit omdat ik in de veronderstelling was dat zij een 26 jarige escortdame was. Nadat ik mijn adres had gegeven werd er om een aanbetaling gevraagd. Deze aanbetaling kon ik via een pay safe kaart voldoen. Hier ging ik niet mee akkoord omdat ik niet opgelicht wilde worden. Dit zei ik ook tegen haar. Hier ging zij niet mee akkoord. Ik heb vervolgens een foto gestuurd van 4 bankbiljetten van 50 euro. Dit om aan te tonen dat ik het geld wel gewoon thuis had liggen. Er is vervolgens afgesproken dat wij later op een normaler tijdstip wel gewoon contant konden afrekenen. Dit was voor haar akkoord. Om 02.23 uur, vroeg zij via whatsapp om een foto van mij. Ik heb haar hierop een foto gestuurd van mijn naakte lichaam waarbij mijn gezicht bedekt was. Ik kreeg van haar een video terug waarin was te zien dat een naakte vrouw seksuele handelingen met zichzelf pleegde. De vrouw had blond lang haar, leeftijd rond de 26 jaar oud en een blanke huidskleur. Vervolgens spraken wij via whatsapp af voor maandagmiddag 26 augustus 2024. Daarna zijn nog enkele naaktfoto’s heen en weer gestuurd, om 03.00 uur stuurde zij haar laatste bericht.
Op zondag 25 augustus om 13.12 uur, ontving ik een bericht van haar via whatsapp. Dit was weer met hetzelfde nummer als vannacht: [nummer 1] . Zij wenste mij goedemorgen en wij stuurden elkaar vervolgens enkele berichten. Zij bood op een gegeven moment aan om naar mij te komen. Ik stemde hiermee in. Wel moest zij nog douchen. Dit probeerde zij mij te laten zien via video bellen. Dit lukte niet want ik kon haar niet zien. Mogelijk kon zij mij wel zien maar ik haar in ieder geval niet. Ik stuurde vervolgens ook een foto van mijzelf in de badkamer. Hierop was mijn naakte lichaam te zien in de spiegel. Mijn gezicht was weer niet zichtbaar. Zij vroeg vervolgens waar mijn gezicht was. Ik gaf aan dat de spiegel niet zo hoog was. Hierop sloeg opeens het gesprek om. Om 14.05 uur, stuurde zij mij een bericht waarin stond dat ik 1000 euro moest betalen. Ik zou foto’s hebben gestuurd van mijn geslachtsdeel en ik moest het netjes oplossen. Als ik dat niet deed zouden ze mijn foto met mijn gezicht verspreiden in mijn straat zodat de hele buurt wist wat voor een viespeuk ik
was. Hierop werden er foto’s gestuurd van mijn naakte lichaam en een foto van mijn
gezicht. De foto van mijn gezicht had ik niet gestuurd. Vermoedelijk hadden ze die
genomen toen ik even daarvoor kort had video gebeld. Ook kreeg ik berichten dat zij
mijn adres hadden en dat ik voor 16.00 uur moest betalen. Het geldbedrag moest ik bij
de Nettorama supermarkt, in een enveloppe, op de Hurk leggen. Iets voor 16.00 uur, kreeg ik via een ander telefoonnummer een aantal sms berichten waarin werd aangegeven dat ik een pedofiel was en 1000 euro moest betalen. Anders zou ik de consequenties zelf ervaren. Deze berichten werden gestuurd met het volgende telefoonnummer: [nummer 2] . Nadat ik de sms berichten had ontvangen, ontving ik van hetzelfde telefoonnummer een aantal berichten middels Whatsapp. In de berichten stond dat ik de consequenties nu zelf had aanvaard.
2.
Een proces-verbaal van bevindingen, opgemaakt door verbalisant [verbalisant 3] d.d. 24 september 2024, dossierpagina’s 120-127, voor zover inhoudende:
In de periode van zondag 25 augustus 2024 omstreeks 21.00 uur en maandag 26 augustus 2024 omstreeks 02.00 uur werd onder politietoezicht met de telefoon van slachtoffer [slachtoffer 1] telefonisch contact gelegd met de afperser. Van deze berichten en gesprekscontacten zijn video-opnames gemaakt, die in fragmenten werden opgeslagen. Er wordt middels Whatsapp (via internet) uitgebeld naar ~Xxx. Uit onderzoek is gebleken dat het ~Xxx is gekoppeld aan het telefoonnummer [nummer 3] . Ik, verbalisant, hoor twee mannenstemmen, waarvan één slachtoffer [slachtoffer 1] betreft en als slachtoffer genoemd wordt. De andere stem betreft de afperser.
Opmerkingen verbalisant:
Verdachte geeft in bovenstaand gesprek aan dat hij iets moest regelen met iemand anders en over dertig minuten terugbelt. Uit de verklaring van verdachte [verdachte] blijkt dat hij op 26 augustus 2024 eerst zijn vriendin moest ophalen. Zij kwam om 00.27 uur aan op het Eindhoven Station (bron: PV [nummer 4] ). Op 25 augustus 2024 werd op het mobiele nummer [nummer 2] een (spoed)tap aangesloten. Volgens analyse van de zendmastgegevens van deze tap blijkt dat op 26 augustus 2024 tussen 00.29 uur en 00.41 uur twee (KPN) zendmasten werden aangestraald, die onder andere als dekkingsgebied het centraal station te Eindhoven hebben.
3.
Een proces-verbaal van bevindingen, opgemaakt door verbalisant [verbalisant 4] d.d. 7 september 2024, dossierpagina’s 132-135, voor zover inhoudende:
Op 25 augustus 2024 vanaf omstreeks 21.20 uur werd aangever [slachtoffer 1] gecoacht en begeleid door politieonderhandelaars. Om uiteindelijk te komen tot een heterdaad situatie werd ook een observatieteam en, ten behoeve van de aanhouding, een arrestatieteam ingezet. Vervolgens werd ingebeld op het nummer [nummer 2] om uiteindelijk over te gaan tot het betalen van het geëiste geld en werd als overdrachtslocatie Winkelcentrum Woensel te Eindhoven gekozen. Het geld zou in een envelop zitten en er zou een foto worden gestuurd van de plek. Uiteindelijk werd met de mobiele telefoon van aangever op 26-08-2024 te 00.23 uur een WhatsApp gestuurd naar het mobiele nummer [nummer 2] met de navolgende tekst:
Ik heb het geld onder de kliko bij winkelcentrum Woensel
neergelegd. Ik kon de spanning niet meer aan en ben ontzettend zenuwachtig. Ik heb gedaan watje wilde dus pak het geld maar en val me nooit meer lastig.
Na het neerleggen van de envelop met geld onder de kliko en het maken van de foto van deze plek, werd er ook een (tijdelijke) camera geplaatst met zicht op de des betreffende kliko. De verdachte [verdachte] werd vervolgens ook door opsporingsambtenaren geobserveerd en uiteindelijk in de directe nabijheid van de overdrachtslocatie aangehouden. Verdachte [verdachte] stond op een elektrische step en hield in zijn rechterhand een witte envelop vast.
4.
Een proces-verbaal van bevindingen, opgemaakt door verbalisant [verbalisant 5] d.d. 28 augustus 2024, dossierpagina’s 136-138, voor zover inhoudende:
Te zien is dat het woonadres van verdachte [verdachte] precies valt tussen beide zendmasten waar het telefoonnummer [nummer 3] gebruik maakt. Daarnaast had verdachte [verdachte] een telefoon in zijn fouillering waarvan het IMEI nummer overeen kwam met het IMEI nummer waarvan wij de telecommunicatie opnamen. Het IMEI nummer waar beide telefoonnummers van de dader gebruik van maakten.
Uit bovenstaande is te concluderen dat verdachte [verdachte] de gebruiker was van de
telefoonnummers [nummer 3] en [nummer 4] waarmee de afdreiging richting benadeelde [slachtoffer 1] was gepleegd.
5.
Een proces-verbaal van bevindingen, opgemaakt door verbalisant [verbalisant 4] d.d. 29 augustus 2024, dossierpagina’s 139-142, voor zover inhoudende:

Resumé:Naar aanleiding van de hiervoor beschreven bevindingen kan worden gesteld dat de mobieletelefoon, die verdachte bij zich had tijdens zijn aanhouding, op zondag 25 augustus 2025 vanaf 21.54 uur tot maandag 26 augustus 2024 te 00.05 uur in de direct nabijheid van zijn woning was. Vervolgens was deze telefoon tussen 00.29 uur en 00.41 uur op het centraal station te Eindhoven waar ook de vriendin van verdachte te 00.27 aankwam en werd opgehaald door verdachte. Vervolgens verplaatste de telefoon zich weer richting woning van de verdachte en bleef daar tot 02.05 uur. Vervolgens verplaatste de telefoon zich rechtstreeks naar het Winkelcentrum Woensel waar te 02.16 uur verdachte [verdachte] met telefoon werd aangehouden.

6.
Een proces-verbaal van bevindingen, opgemaakt door verbalisant [verbalisant 6] d.d. 28 augustus 2024, dossierpagina’s 147-154, voor zover inhoudende:
De telefoon die onder [verdachte] in beslag was genomen betrof een Apple iPhone 11 met het IMEI: [nummer 5] .
Ik zag dat het volgende telefoonnummer gekoppeld was aan de telefoon: [nummer 2] . Ik zag dat de volgende telefoonnummers eerder waren gekoppeld aan de telefoon:
- [nummer 6]
- [nummer 1]
Ik zag dat er een contact in de telefoon aanwezig was met de naam [slachtoffer 1] , ik zag dat hieraan het volgende telefoonnummer was gekoppeld: [nummer 7] . Ik ben ambtshalve bekend dat dit het slachtoffer is in deze zaak.
Ik zag dat er een WhatsApp gesprek was tussen de aangever [slachtoffer 1] met telefoonnummer [nummer 7] en de verdachte. Ik zag dat de verdachte als WhatsApp naam “ [naam 2] ” had en dat het gekoppelde telefoonnummer aan dit WhatsApp account [nummer 1] . Ik zag dat er 9 berichten in deze chat stonden.
Ik zag in de aangifte dat door het slachtoffer screenshots waren aangeleverd van de gesprekken, hierin stonden ook expliciete foto’s van het slachtoffer. Deze expliciete foto’s van het slachtoffer zag ik ook staan in de opslag van de inbeslaggenomen telefoon.
Ik zag dat er een WhatsApp gesprek was tussen de aangever [slachtoffer 1] met telefoonnummer [nummer 7] en de verdachte. Ik zag dat de verdachte als WhatsApp naam “Xxx” had en dat het gekoppelde telefoonnummer aan dit WhatsApp account [nummer 3] . Ik zag dat er diverse berichten waren verstuurd. Ik zag dat er volgens twee gesprekken zijn geweest tussen beide telefoonnummers. Ik zag dat er volgens weer diverse berichten waren verstuurd.
Ik zag dat de verdachte al maandenlang berichten kreeg na aanleiding van een advertentie op [website 1] .
7.
Een proces-verbaal van bevindingen, opgemaakt door verbalisant [verbalisant 4] d.d. 17 september 2024, dossierpagina’s 157-192, voor zover inhoudende:
Ik verbalisant heb de data veiliggesteld van de mobiele telefoon van verdachte [verdachte] , nader bekeken en geanalyseerd. Hieronder een opsomming van zaak gerelateerde bijzonderheden die ik tegenkwam in de data en applicaties.
Resumé:Naar aanleiding van genoemde bevindingen kan worden gesteld dat er waarschijnlijk vanuit deze mobiele telefoon handelingen, onder andere het resetten van het wachtwoord, werden verricht op website van [website 1] . Hierbij werd twee keer de webpagina [website 2] bezocht, zijnde dezelfde site als de site die door de aangever [slachtoffer 1] werd bezocht.
8.
Een proces-verbaal van bevindingen, opgemaakt door verbalisant [verbalisant 4] d.d. 23 september 2024, dossierpagina’s 193-195, voor zover inhoudende:

Resumé:Naar aanleiding van deze bevindingen kan worden gesteld dat het nummer, behorende bij de[website 1] advertentie [nummer 1] , in de mobiele telefoon van verdachte [verdachte] zat van 16-08-2024 tot 25 augustus 2024 omstreeks 15.32 uur. Op 25 augustus 2024 omstreeks 15.53 uur komt vervolgens het nummer [nummer 2] in de mobiele telefoon. Dit komt ook overeen met de aangifte van aangever [slachtoffer 1] .

Resumé:Naar aanleiding van deze bevindingen kan worden gesteld dat verdachte [verdachte] , de bij zijn aanhouding aangetroffen mobiele telefoon Apple iPhone 11, zeer waarschijnlijk al voor 8 juni 2024 in zijn bezit had. Tevens kan worden gesteld dat de Apple iPhone 11 zich in de periode 08-06-2024 tot en met 24-07-2024 en van 09-08-2024 tot en met 26-08-2024 van minimaal 8 verschillende 06- nummers heeft bediend.

Simkaarthouder:Naar aanleiding van de bevindingen over het gebruik maken van meerdere 06-nummer(Simkaarten), werd er nader onderzoek verricht naar de Simkaarthouder van het in beslag genomen mobiele telefoon van verdachte [verdachte] . De Simkaarthouder vertoonde duidelijke sporen van slijtage waarbij ook een gedeelte is afgebroken, vermoedelijk veroorzaakt door het diverse malen uithalen en terugplaatsen van de Simkaarthouder.

9.
Een proces-verbaal van bevindingen, opgemaakt door verbalisant [verbalisant 3] d.d. 18 november, dossierpagina’s 196-206, voor zover inhoudende:
Op 12 september 2024 heb ik, verbalisant, op grond van artikel 126NA Wetboek van Strafvordering de gebruikersgegevens gevorderd van het adres [adres 2] [geboorteplaats] . Op dit adres woont verdachte [verdachte] . Uit dit onderzoek is gebleken dat het IP Adres [nummer 8] op peildatum, 12 september 2024 op
naam staat van verdachte [verdachte] , [adres 2] [geboorteplaats] . Provider Vodafone/Ziggo.

Resumé:Uit (vergelijkend) onderzoek van de historische gegevens van website [website 1] .nl is gebleken dat:- het account van [naam 1] op 31 maart 2024 is aangemaakt met het IP adres [nummer 8] ;- IP Adres [nummer 8] op peildatum, 12 september 2024 op naam staat van verdachte [verdachte][verdachte] , [adres 2] [geboorteplaats] . Provider Vodafone/Ziggo;- de telefoonnummers, gekoppeld aan het account van [naam 1] , allemaal voorkomen in deinbeslaggenomen telefoon van verdachte [verdachte] . Ze komen voor als owner;- tijdens whatsappgesprekken met één persoon veel wordt gewisseld met telefoonnummers en waarbij “ [naam 1] ” aangeeft dat haar telefoon kapot is;- er whatsappgesprekken zijn waarbij een seksafspraak wordt afgesproken, een aanbetaling wordt gedaan, maar waarbij “ [naam 1] ” niet komt opdagen.

Vaststelling op grond van de bewijsmiddelen.
De rechtbank acht op grond van de voorgaande bewijsmiddelen wettig en overtuigend bewezen dat verdachte degene is geweest die contact heeft gehad met aangever [slachtoffer 1] , door erotisch getinte chatgesprekken met hem te voeren, naaktfoto’s en zijn adres te laten verzenden en hem vervolgens dwingende en dreigende berichten te verzenden met de bedoeling dat hij een geldbedrag aan verdachte zou betalen. De rechtbank overweegt hiertoe als volgt.
In de telefoon van verdachte die hij bij zich had tijdens zijn aanhouding zijn de naaktfoto’s en de gesprekken met aangever [slachtoffer 1] aangetroffen. Het account van “ [naam 1] ” op [website 1] .nl waar aangever contact mee had, is op 31 maart 2024 aangemaakt met het IP adres van verdachte. De door aangever genoemde telefoonnummers van “ [naam 1] ” ( [nummer 4] ) en ( [nummer 3] ) waarmee hij werd afgedreigd, zijn gekoppeld aan het IMEI nummer vermeld op de simkaarthouder en afkomstig uit de telefoon van verdachte. Deze telefoon was op zondag 25 augustus 2024 van 21.54 uur tot maandag 26 augustus 00.05 uur in de directe nabijheid van de woning van verdachte. Vervolgens was deze telefoon tussen 00.29 uur en 00.41 uur op het centraal station te [geboorteplaats] waar ook de vriendin van verdachte te 00.27 uur aankwam en werd opgehaald door verdachte. De telefoon was op maandag 26 augustus 2024 van 2.08 uur tot en met 2.20 uur in het (dekkings)gebied van Winkel Centrum Woensel, waar verdachte op heterdaad is aangehouden nadat hij de envelop met geld onder de kliko vandaan had gehaald, zoals hij met aangever [slachtoffer 1] had afgesproken.
De rechtbank kan betrokkenheid van een mededader of medeplichtige niet uitsluiten. In dat verband is opvallend dat de politie geen stemherkenning op verdachte heeft kunnen doen met betrekking tot verschillende audio-opnames. De betrokkenheid van verdachte is echter zo groot dat hij zonder meer als pleger van het feit kan worden aangemerkt.
Het door verdachte geschetste alternatieve scenario dat hij geen enkele wetenschap had van de afdreiging via zijn telefoon en dat hij enkel van een persoon genaamd [naam 3] het door verdachte aan hem uitgeleende geld onder een kliko moest ophalen vindt, gelet op de hiervoor genoemde bevindingen van de politie, geen steun in het dossier.
Gelet op het vorenstaande worden de verweren van de raadsvrouw verworpen.
Het feit is wettig en overtuigend bewezen en verdachte komt geen beroep op afwezigheid van alle schuld toe.

De bewezenverklaring.

Op grond van de feiten en omstandigheden die zijn vervat in de hierboven uitgewerkte bewijsmiddelen in onderling verband en samenhang bezien komt de rechtbank tot het oordeel dat wettig en overtuigend bewezen is dat verdachte:
in de periode van 25 augustus 2024 tot en met 26 augustus 2024 te Eindhoven, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om met het oogmerk om zich wederrechtelijk te bevoordelen door bedreiging met smaad en openbaring van een geheim [slachtoffer 1] te dwingen tot afgifte van een hoeveelheid geld, dat aan die [slachtoffer 1] toebehoorde, nadat die [slachtoffer 1] via internet foto’s van zijn naakte lichaam had gestuurd via een WhatsApp-chat naar een veronderstelde escortdame [naam 1] , die [slachtoffer 1] heeft bericht via die WhatsApp-chat en via SMS-berichten dat hij 1000 euro moest betalen omdat anders zijn foto's van zijn naakte lichaam zouden worden verspreid en dat hij een pedofiel was en moest betalen omdat hij anders de consequenties zelf moest aanvaarden,
terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.
Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Blijkens het verhandelde ter terechtzitting is verdachte daardoor niet in de verdediging geschaad.

De strafbaarheid van het feit.

Het bewezen verklaarde levert op het in de uitspraak vermelde strafbare feit. Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten.

De strafbaarheid van verdachte.

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten. Verdachte is daarom strafbaar voor hetgeen bewezen is verklaard.

Oplegging van straf.

De eis van de officier van justitie.
De officier van justitie heeft gevorderd aan verdachte op te leggen een taakstaf voor de duur van 120 uren, subsidiair 60 dagen vervangende hechtenis. Daarnaast heeft de officier van justitie gevorderd aan verdachte op te leggen een gevangenisstraf voor de duur van 74 dagen met aftrek als bedoeld in artikel 27 van Pro het Wetboek van Strafrecht, waarvan 70 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren met daaraan gekoppeld de bijzondere voorwaarden zoals genoemd in het reclasseringsrapport van 25 februari 2026. Tot slot heeft de officier van justitie gevraagd de bijzondere voorwaarden en het uit te oefenen toezicht dadelijk uitvoerbaar te verklaren.
Een kopie van de vordering van de officier van justitie is aan dit vonnis gehecht.
Het standpunt van de verdediging.
De raadsvrouw van verdachte heeft gevraagd bij de strafoplegging rekening te houden met het gegeven dat sprake is van vormverzuimen in het voorbereidend onderzoek als bedoeld in artikel 359a van het Wetboek van Strafvordering. Verdachte is op zeer gewelddadige wijze aangehouden, hij is geblinddoekt en met handboeien afgevoerd naar het bureau waar hij urenlang in de nacht in onzekerheid heeft gezeten alvorens hij werd
voorgeleid. Het aanleggen van de handboeien en het blinddoeken van verdachte was onrechtmatig. Verder is verdachte niet ten spoedigste voorgeleid. Deze vormverzuimen dienen tot strafvermindering te leiden.
De raadsvrouw van verdachte heeft verder gevraagd bij de strafoplegging rekening te houden met het feit dat verdachte geen relevant strafblad heeft. Daarnaast heeft de raadsvrouw verzocht rekening te houden met de persoonlijke omstandigheden van verdachte. Hij is verstandelijk beperkt, heeft ADHD, hechtingsproblematiek, trauma’s, heeft naar eigen zeggen een autismespectrumstoornis en had last van verslavingen. Verdachte is jarenlang dak- en thuisloos geweest en woont nu bij begeleid wonen. Tot slot heeft de raadsvrouw gewezen op het reclasseringsrapport waaruit blijkt dat hij zich netjes aan alle voorwaarden heeft gehouden die bij de schorsing van de voorlopige hechtenis zijn opgelegd. De raadsvrouw heeft verzocht geen onvoorwaardelijke gevangenisstraf aan verdachte op te leggen die langer is dan de tijd die hij reeds in voorarrest heeft doorgebracht (4 dagen), maar in plaats daarvan een taakstraf eventueel met een voorwaardelijk deel taakstraf in combinatie met de bijzondere voorwaarden zoals door de reclassering geadviseerd.
Het oordeel van de rechtbank.
Bij de beslissing over de straf die aan verdachte dient te worden opgelegd, heeft de rechtbank gelet op de aard en de ernst van het bewezen verklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan. Bij de beoordeling van de ernst van het door verdachte gepleegde strafbare feit betrekt de rechtbank het wettelijke strafmaximum en de straffen die voor soortgelijke feiten worden opgelegd. Daarnaast houdt de rechtbank bij de strafbepaling rekening met de persoon en de persoonlijke omstandigheden van verdachte.
De rechtbank heeft in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.
Ernst van het feit.
Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan een poging tot afdreiging van aangever [slachtoffer 1] . Verdachte heeft zich op internet voorgedaan als meerderjarige escortdame en heeft aangever bewogen om zijn adres en naaktfoto’s van zichzelf te sturen. Nadat verdachte deze foto’s had ontvangen, heeft hij aangever gechanteerd om geld te betalen door bij het uitblijven van betaling te dreigen zijn foto’s te verspreiden en daarbij te vermelden dat aangever een pedofiel was. Dit alles moet bij aangever grote gevoelens van onveiligheid, angst en stress hebben veroorzaakt. Verdachte heeft gehandeld uit puur winstbejag en heeft zich van de belangen van het slachtoffer niets aangetrokken. Dit rekent de rechtbank verdachte zwaar aan.
Houding verdachte.
Verdachte neemt geen verantwoordelijkheid voor zijn daden en legt een ongeloofwaardige verklaring af in een poging om onder zijn straf uit te komen.
Persoonlijke omstandigheden.
De rechtbank heeft acht geslagen op het strafblad van verdachte. Hieruit blijkt dat verdachte eerder is veroordeeld. Kennelijk hebben deze veroordelingen verdachte er niet van weerhouden het onderhavige feit te plegen. Daarnaast heeft de rechtbank geconstateerd dat artikel 63 van Pro het Wetboek van Strafrecht van toepassing is.
Verder heeft de rechtbank het over verdachte opgemaakte reclasseringsrapport van 25 februari 2026 gezien. Hieruit blijkt het volgende:
“De heer [verdachte] werd geschorst uit preventieve hechtenis met als bijzondere voorwaarden de meldplicht bij reclassering, welke 24 september 2024 is gestart en de gedragsinterventie CoVa-plus2, die hij in maart 2025 succesvol heeft afgerond. Betrokkene heeft gedurende zijn schorsingstoezicht een meewerkende houding laten zien en is afspraakbetrouwbaar gebleken.
Op het leefgebied psychosociaal functioneren - met name zijn ADHD, LVB en kwetsbaarheid - worden wel problemen gezien die mogelijk direct verband kunnen hebben met de tenlastelegging. Daarnaast is betrokkene meerdere malen in aanraking gekomen met justitie, heeft hij - ondanks een groot hulpverlenersvangnet - een beperkt netwerk. In de afgelopen periode is begeleiding vanuit stichting Jeugdcoach gestopt, omdat betrokkene niet de meerwaarde inzag van deze begeleiding, aangezien zijn begeleider niet in de buurt woonde en hij de gesprekken die hij met deze coach had over onder andere het maken van keuzes, ook met zijn begeleiders van Lunetzorg kon voeren. Behandeling vanuit STEVIG is wel opgestart. In eerste instantie zullen zij zich richten op het helder krijgen van de
hulpvragen van betrokkene en hier een passende behandeling en begeleiding op uitzetten. Het is van belang dat reclassering hierin zorgt dat alle begeleiding en behandeling zich richt op het verminderen dan wel managen van het recidiverisico en zorgt dat alle betrokken instanties eenduidig te werk gaan, zodat betrokkene kan overzien wat hij moet doen en wat er van hem verwacht wordt. De heer [verdachte] ervaart geen directe problemen op het gebied van huisvesting, dagbesteding, relatie partner en gezin of middelengebruik.
Bij een veroordeling adviseren we de voortzetting van het lopende toezicht, aangevuld met ambulante behandeling. De behandeling kan zich aanpassen aan het niveau van betrokkene, daar de specialisatie van STEVIG zich richt op mensen met een licht verstandelijke beperking in combinatie met psychiatrische problematiek. De behandeling kan zich richten op het specificeren van de hulpvragen en huidige problematieken, het managen dan wel verlagen van het recidiverisico en het aanleren van copingstrategieën die hem ondersteuning bieden voor een delictvrije toekomst.
Advies over bijzondere voorwaarden
Bij een veroordeling adviseren wij een (deels) voorwaardelijke straf met de onderstaande bijzondere voorwaarden.
• Meldplicht bij reclassering
• Ambulante behandeling.”
Vormverzuimen.
De raadsvrouw heeft aangevoerd dat er sprake is van een vormverzuim omdat in strijd met de Ambtsinstructie na de aanhouding van verdachte ten behoeve van het vervoer handboeien en een blinddoek zijn aangelegd. Niet is gebleken van enige omstandigheid die zou duiden op vlucht of noodzaak hiertoe in verband met de veiligheid.
De rechtbank is van oordeel dat de betrokken agenten hebben gehandeld in de rechtmatige uitoefening van hun bevoegdheden. Als een verdachte moet worden aangehouden wordt er een veiligheidsinschatting gemaakt. Verdachte werd verdacht van afdreiging. Uit het proces-verbaal volgt ook dat het Aanhoudings- en Ondersteuningsteam was ingezet, omdat redelijkerwijs mocht worden aangenomen dat er levensbedreigende omstandigheden tegen de politie of anderen dreigden. Gelet hierop is in overeenstemming met de gegeven instructies van die veiligheidsprocedure de verdachte aangehouden waarbij hij werd geblinddoekt en geboeid. Gezien de aard van het feit waarvan hij op dat moment werd verdacht bood de ambtsinstructie ook de mogelijkheid voor het aanleggen van handboeien en het aanbrengen van een blinddoek, en daarmee is de wijze van aanhouding niet onrechtmatig te achten. De agenten hebben gehandeld in de rechtmatige uitoefening van hun functie, en mochten daarbij hun eigen veiligheid zwaarder laten wegen dan de gevolgen voor verdachte. Er is dus op die grond geen sprake van een vormverzuim in de zin van artikel 359a van het Wetboek van Strafvordering dat zou moeten leiden tot strafvermindering.
De raadsvrouw heeft verder betoogd dat verdachte niet ten spoedigste, maar enkele uren later is voorgeleid hetgeen tot strafvermindering moet leiden. Overeenkomstig het standpunt van de raadsvrouw is de rechtbank van oordeel dat sprake is van een vormverzuim. De politie heeft verantwoording afgelegd over dit verzuim en de redenen daarvoor. Vervolgens is verdachte alsnog voorgeleid bij een daartoe bevoegde hulpofficier. Het vormverzuim heeft er niet toe geleid dat verdachte langer dan toegestaan van zijn vrijheid is beroofd.
De rechtbank is van oordeel dat sprake is van een geringe schending waarbij geen sprake is van enig daadwerkelijk nadeel. Gelet daarop volstaat de rechtbank met de constatering van het vormverzuim.
De op te leggen straf.
Alles afwegende acht de rechtbank een taakstraf voor de duur van 120 uren, subsidiair 60 dagen hechtenis met aftrek als bedoeld in artikel 27 van Pro het Wetboek van Strafrecht en een gevangenisstraf voor de duur van 70 dagen geheel voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren passend en geboden. De rechtbank zal hieraan de bijzondere voorwaarden koppelen zoals door de reclassering zijn geadviseerd om verdachte ervan te weerhouden opnieuw strafbare feiten te plegen en hem de hulp en begeleiding te bieden die hij nodig heeft.
Dadelijke uitvoerbaarheid?
De officier van justitie heeft gevorderd om de bijzondere voorwaarden en het uit te oefenen toezicht dadelijk uitvoerbaar te verklaren.
Een bevel tot dadelijke uitvoerbaarheid kan op grond van artikel 14e van het Wetboek van Strafrecht alleen gegeven worden indien er ernstig rekening mee moet worden gehouden dat de veroordeelde wederom een misdrijf zal begaan dat gericht is tegen of gevaar veroorzaakt voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een of meer personen. Nu het feit dat verdachte heeft gepleegd niet gericht is tegen of gevaar veroorzaakt voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een of meer personen, is niet voldaan aan dit vereiste. De rechtbank zal daarom de dadelijke uitvoerbaarheid niet bevelen.

Beslag.

De rechtbank zal de in beslag genomen telefoon verbeurd verklaren. Hiermee is het strafbare feit gepleegd en de telefoon is eigendom van verdachte.

Toepasselijke wetsartikelen.

De beslissing is gegrond op de artikelen 9, 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 33, 33a, 45, 63 en 318 van het Wetboek van Strafrecht.

DE UITSPRAAK

De rechtbank:

Verklaart het ten laste gelegde bewezen zoals hiervoor is omschreven.
Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt hem daarvan vrij.
Het bewezen verklaarde levert op het misdrijf:

poging tot afdreiging

verklaart verdachte hiervoor strafbaar.
legt op de volgende straffen.
Een taakstraf voor de duur van 120 uren subsidiair 60 dagen hechtenis met aftrek overeenkomstig artikel 27 Wetboek Pro van Strafrecht
De rechtbank waardeert elke dag die verdachte in verzekering en in voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, op 2 uur te verrichten arbeid.
Een gevangenisstraf voor de duur van 70 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren
Voorwaarde is, dat de veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig zal maken aan een strafbaar feit.
En stelt als bijzondere voorwaarden:
Meldplicht bij reclassering
Veroordeelde meldt zich gedurende de proeftijd op afspraken met de reclassering, zo vaak en zolang de reclassering dat nodig vindt. De reclassering bepaalt op welke dagen en tijdstippen deze afspraken zijn. Voor de eerste afspraak meldt de veroordeelde zich binnen drie werkdagen nadat de proeftijd is ingegaan bij Reclassering Nederland op het adres [adres 3] of telefoonnummer [nummer 9] .
Ambulante behandeling
Veroordeelde laat zich gedurende de proeftijd behandelen door STEVIG of een soortgelijke zorgverlener, te bepalen door de reclassering, zolang de reclassering de behandeling nodig vindt. De behandeling start zo spoedig als mogelijk. De zorgverlener bepaalt de wijze van behandeling. De behandeling is gericht op het psychosociaal functioneren en alle bijkomende probleemgebieden wanneer deze door de zorgverlener worden vastgesteld.
Geeft opdracht aan de reclassering om toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden en de veroordeelde ten behoeve daarvan te begeleiden.
Hierbij gelden als voorwaarden dat de veroordeelde:
- meewerkt aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een geldig identiteitsbewijs ter inzage aanbiedt om de identiteit vast te stellen;
- meewerkt aan reclasseringstoezicht, waaronder het meewerken aan huisbezoeken en het zich melden bij de reclassering zo vaak en zolang de reclassering dat nodig vindt.
De rechtbank heft op het reeds geschorste bevel tot voorlopige hechtenis met ingang van heden.

Beslag

Verbeurdverklaringvan het inbeslaggenomen goed, te weten:
1 stk gsm(Omschrijving: [nummer 10] / Achterzijde gebarsten, Sticker peanutbutter bread, Rood, merk: Apple).
Dit vonnis is gewezen door:
mr. C.F.N. van Schaijk, voorzitter,
mr. S.J.W. Hermans en mr. E.C.L. Pechaczek, leden,
in tegenwoordigheid van mr. M.M.A. Akkers, griffier,
en is uitgesproken op 25 maart 2026.

Voetnoten

1.Wanneer hierna wordt verwezen naar een proces-verbaal, wordt – tenzij anders vermeld – bedoeld een proces-verbaal, opgemaakt in de wettelijke vorm door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren. Waar wordt verwezen naar bijlagen betreffen dit de bijlagen bij het proces-verbaal van de politie eenheid Oost-Brabant, Districtsrecherche Eindhoven, genummerd OB2R024126, onderzoeksnaam Maryam, sluitingsdatum 12 januari 2025, aantal doorgenummerde pagina’s 1-212.