Uitspraak
RECHTBANK OOST-BRABANT
[verdachte] ,
De tenlastelegging.
terwijl hij, verdachte, wist, althans redelijkerwijs moest vermoeden, dat dat voorwerp geheel of gedeeltelijk - onmiddellijk of middellijk - afkomstig was uit enig misdrijf.
De formele voorvragen.
Bewijs.
bewijsoverwegingen’ de door de raadsman gevoerde verweren bespreken.
- proces-verbaal van doorzoeking ter inbeslagneming, opgemaakt door verbalisant [verbalisant 1] d.d. 29 februari 2024, dossierpagina 146-147;
- proces-verbaal van bevindingen van verbalisant [verbalisant 2] d.d. 28 februari 2024, dossierpagina 148-149;
- rapport van het NFI opgemaakt door ing. [verbalisant 3] d.d. 22 maart 2024, los opgenomen;
- een geschrift, te weten een productbeoordeling 24-074 met bijlagen, opgemaakt door drs. B. van den Hurk (senior inspecteur met aandachtsgebied statusbepaling bij de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd) d.d. 11 april 2024, los opgenomen, pagina 1 en 2 en bijlage 1;
- een geschrift, te weten een bevoegdheidsbeoordeling 24-074, opgemaakt door N.A. Buiskool (inspecteur/medewerker infodesk bij de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd) d.d. 11 april 2024, los opgenomen, pagina 1 en 2;
- verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting d.d. 6 juni 2024, pagina 2.
De bewezenverklaring.
De strafbaarheid van het feit.
De strafbaarheid van verdachte.
Oplegging van straf en/of maatregel.
Beslag.
Toepasselijke wetsartikelen.
DE UITSPRAAK
gevangenisstrafvoor de duur van
20 maandenmet aftrek overeenkomstig artikel 27 Wetboek Pro van Strafrecht.