Uitspraak
RECHTBANK OOST-BRABANT
abusive head trauma). Ook beschuldigt de officier van justitie verdachte ervan dat hij [slachtoffer] in de periode tussen 1 en 27 juni 2021 ribbreuken heeft toegebracht. Verdachte ontkent alle beschuldigingen.
1.Tenlastelegging
2.Eis officier van justitie
- wordt veroordeeld voor de als feit 1 primair ten laste gelegde doodslag;
- wordt vrijgesproken van feit 2;
- voor doodslag wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf van acht jaren.
3.Standpunt verdediging
4.Oordeel van de rechtbank over het bewijs
abusive head trauma) (4.2). Naar het oordeel van de rechtbank kan het niet anders zijn dan dat verdachte op 28 juni 2021 hevig geweld op [slachtoffer] heeft uitgeoefend (4.3) en dat hij dat ook opzettelijk (in juridische zin) heeft gedaan (4.4). Van de ribbreuken kan de rechtbank niet vaststellen dat deze op een moment voor 28 juni 2021 door verdachte zijn toegebracht (4.5). De volledige bewezenverklaring staat in paragraaf 4.6.
subduraal) gezien. [12] Vanwege de slechte toestand van [slachtoffer] wordt besloten om hem over te brengen naar het Maastricht UMC+. Daar worden verdere onderzoeken uitgevoerd, zoals een nieuwe CT-scan en een MRI-scan. Uit die onderzoeken blijkt dat [slachtoffer] ernstige bloedingen in de hersenen heeft en dat er beschadiging van het hersenweefsel zichtbaar is. Omdat de prognose voor [slachtoffer] uitzichtloos bleek, is op [overlijdensdatum] de beademing gestopt en is [slachtoffer] diezelfde dag overleden. [13]
peracute hypoxische encefalopathie), wat de slechte toestand en het overlijden van [slachtoffer] zonder meer kan verklaren. Het neuropathologisch onderzoek van het ruggenmerg toont een recente bloeduitstorting onder het harde hersenvlies ter hoogte van de lendenwervelkolom. Het neuropathologisch onderzoek van het harde hersenvlies in de schedelholte (
craniale dura) toont een
neomembraan(een nieuw vlies rond of aan oppervlakte van een bloedstolsel) en een recent
subduraal hematoom. [19]
hypoxische encephalopathie). [26] Ook bevestigt zij de breuken van de rechter 5e rib en linker 6e rib achterwaarts. Soerdjbalie-Maikoe gaat wel uit van het bestaan van een breuk linker 5e rib achterwaarts, [27] terwijl Rijken dat niet doet. Tijdens de inhoudelijke behandeling van de strafzaak heeft Rijken toegelicht dat dit verschil van interpretatie naar zijn oordeel geen relevantie heeft voor de doodsoorzaak gelet op de andere letsels. [28]
rebleeding) uit een reeds bestaande bloeding sluit Rijken ook uit als oorzaak voor het letsel bij [slachtoffer] , omdat dit niet gepaard gaat met acute neurobiologische verschijnselen zoals bij [slachtoffer] het geval was. [31] Tijdens de zitting heeft Rijken verklaard dat als sprake zou zijn geweest van een hernieuwde bloeding, dit niet leidt tot overlijden. [32] Bij gebrek aan andere oorzaken, moet volgens Rijken daarom sprake zijn geweest van een krachtsinwerking. Rijken heeft op zitting toegelicht dat zelfs al zou er sprake zijn van medische problematiek, alsnog een krachtsinwerking nodig zou zijn om te komen tot een dergelijke bloeduitstorting, zij het in minder hevige mate. [33]
Likelihood Ratio (LR)) bepaald voor het aantreffen van de combinatie van medische bevindingen (ademhalingsproblemen, bloeduitstorting onder het harde hersenvlies, tekenen van doorgemaakt zuurstoftekort in de hersenen en ribbreuken) onder de hypothese van niet-accidentele versus de hypothese van accidentele krachtsinwerking. Nijs concludeert dat sprake moet zijn geweest van forse krachtsinwerkingen op het hoofd van [slachtoffer] en dat het aantreffen van de combinatie van de medische bevindingen minimaal 50 keer waarschijnlijker (LR > 50) is onder de hypothese van niet-accidentele krachtsinwerking (toegebracht letsel) dan onder de hypothese van accidentele krachtsinwerking. [40] Rijken neemt dit over in zijn rapport. [41] Soerdjbalie-Maikoe schrijft dat zij deze conclusie goed kan volgen en neemt deze ook over in haar rapport. [42] Kortom, het bestaan van de medische bevindingen is volgens de deskundigen waarschijnlijker onder het scenario dat het letsel is
toegebracht, dan onder het scenario dat het letsel het gevolg is
van een ongeval.
axonaleschade (letsel van de zenuwuitlopers), maar dat het niet aantreffen van traumatische letsels bij het onderzoek van de hersenen een schedeltrauma niet uitsluit. [43] Soerdjbalie-Maikoe schrijft dat de afwezigheid van traumatische letsels in de oogbollen, zoals bij [slachtoffer] , een traumatische oorzaak voor hoofdletsels niet uitsluit. [44]
agonaleademhaling
(gasping, waarmee het happen naar adem wordt bedoeld). [51] De rechtbank is uit andere rechtszaken over
abusive head traumaermee bekend dat deskundigen zeggen dat bij zuigelingen normaal functioneren, zoals het leegdrinken van een fles, niet meer mogelijk is na een hevige krachtsinwerking die leidt tot ernstig (fataal of bijna-fataal) hersenletsel. Hoewel dat niet zijn directe expertise is, heeft Rijken dat tijdens de zitting bevestigd. [52]
rebleeding) is ontstaan – door een stuip of spontaan – waardoor acute neurologische verslechtering en ernstige hersenschade is opgetreden. Van Sonderen trekt de conclusie van Rijken en Soerdjbalie-Maikoe dat sprake is geweest van een krachtsinwerking in twijfel.
rebleeding), dan verloopt dit zonder klinische verschijnselen. [60] Rijken schrijft dat hernieuwde bloedingen alleszins niet gepaard gaan met acute ernstige neurologische verschijnselen met een dodelijk verloop (zoals bij [slachtoffer] wel het geval was). [61] Hij heeft dit tijdens de zitting nogmaals bevestigd. [62]
curriculum vitaevan Van Sonderen niet blijkt dat zij beschikt over de voor deze zaak benodigde kunde, kennis en ervaring op het gebied van forensische pathologie. Zij is geen forensisch arts en zij heeft geen wetenschappelijke publicaties op dat gebied op haar naam staan. Ook is het de rechtbank opgevallen dat haar
curriculum vitaeinaccuraat is, omdat daarop deze strafzaak is genoemd waarbij vermeld staat dat Van Sonderen daarin als deskundige is benoemd, terwijl dat niet zo is. En in twee andere door haar genoemde strafzaken [63] zijn de desbetreffende rechtbanken in hun beoordeling juist niet uitgegaan van de door Van Sonderen opgestelde rapportages. Daarmee wordt een onjuist beeld geschetst ten aanzien van de deskundigheid van Van Sonderen in strafzaken zoals deze. Van Sonderen is evenmin als deskundige opgenomen in het NRGD.
abusive head trauma).
gasping), en de noodzaak tot ziekenhuisopname moeten zijn ontstaan tijdens of direct na de krachtsinwerking. De rechtbank gaat er daarom van uit dat er hevig geweld op [slachtoffer] is toegebracht kort voordat [slachtoffer] naar adem ging happen en door verdachte 112 is gebeld op 28 juni 2021.
op het momentdat hij hevig geweld op [slachtoffer] heeft toegepast. Juist daarin heeft de rechtbank geen inzicht gekregen.
- vast te pakken en/of te houden en/of
- (vervolgens) (hevig) door elkaar en/of heen en weer en/of op en neer te schudden en/of
- tegen een oppervlak te slaan en/of te stoten en/of
- (hard) op/tegen zijn hoofd te slaan/ stompen en/of
- anderszins (hevig) geweld uit te oefenen op zijn hoofd,
waardoor een of meer bloedingen/bloeduitstortingen onder het harde hersenvlies en hersenletsel is/zijn ontstaan, ten gevolge waarvan [slachtoffer] op [overlijdensdatum] is overleden.
5.Kwalificatie en strafbaarheid
6.Straf
7.Voorlopige hechtenis
8.Wettelijke voorschriften
9.Beslissingen
- verklaart bewezen dat verdachte feit 1 primair, zoals in paragraaf 4.6 is omschreven, heeft gepleegd;
- verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt hem daarvan vrij;
- stelt vast dat het bewezen feit strafbaar is gesteld als doodslag zoals vermeld in paragraaf 5.1;
- verklaart verdachte strafbaar;
- veroordeelt verdachte tot een
- beveelt dat de tijd die verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, van de gevangenisstraf wordt afgetrokken;