Uitspraak
1.Waar gaat deze zaak over?
2.De procedure
- de conclusie van antwoord tevens houdende eis in reconventie, met producties (genummerd 1 t/m 10),
- de brief waarin is meegedeeld dat een mondelinge behandeling is bepaald,
3.De relevante feiten
6.1 Bestemmingsomschrijving
- Als alternatief is de gemeente bereid om de verplaatsingskosten van een woonboot binnen een straal van 100 kilometer om Eindhoven te betalen, waarbij de vergoeding niet hoger kan zijn dan de waarde van de boot;
- De gemeente neemt de kosten voor haar rekening van het in de oorspronkelijke
- De gemeente is bereid om de bewoners voortgezet gebruik van de ligplaatsen aan te bieden tot 1 juli 2028, om de bewoners voldoende tijd te geven alternatieve woonruimte of een alternatieve ligplaats te zoeken;
- De gemeente biedt desgewenst op individuele basis hulp bij het zoeken van alternatieve woonruimte.
1 juli 2024. Daarbij heeft de gemeente de ontruiming aangezegd per 1 juli 2028.
4.Het geschil
€ 50.000,-, althans een in goede justitie te bepalen dwangsom;
5.De beoordeling in conventie en in reconventie
Daarbij was het voor [gedaagde] vanaf het begin van de huurrelatie duidelijk dat zij geen huurbescherming had, althans dat had het moeten zijn, want in de huurovereenkomst is expliciet bepaald dat wanneer de gemeente besluit tot beëindiging van de huurovereenkomst, [gedaagde] geen recht heeft op schadevergoeding of het ter beschikking stellen van een andere ligplaats. Het risico dat haar woonboot minder waard wordt als de huur eindigt en zij geen andere ligplaats kan vinden, heeft dus altijd bestaan en komt voor rekening van [gedaagde] .
6:248 lid 2 BW was de gemeente niet tot meer verplicht.
Op grond van wet- of regelgeving hoeft de opzegging in beginsel ook niet gepaard te gaan met het aanbieden van een uitkoopregeling.
1 juli 2024, toewijsbaar is.
1 juli 2028 te ontruimen op straffe van een dwangsom van € 500,- per dag dat de ligplaats niet is ontruimd, met een maximum van € 50.000,-.
6.De beslissing
€ 50.000,-,
2 april 2026.