Op 6 december 2022 werd in de woning van de verdachte te Helmond een grote hoeveelheid verdovende middelen aangetroffen, waaronder cocaïne, MDMA en hennep. De verdachte werd beschuldigd van medeplegen van het voorhanden hebben van deze middelen. De rechtbank oordeelde dat de verdachte wetenschap had van en beschikkingsmacht over de drugs, mede door haar actieve betrokkenheid en het ter beschikking stellen van haar woning.
De verdediging voerde aan dat de verdachte geen wetenschap had van de drugs en dat de middelen mogelijk zonder haar medeweten waren opgeslagen. Dit werd door de rechtbank verworpen op basis van onder meer WhatsApp-berichten, verklaringen en gedragingen van de verdachte. De rechtbank sprak de verdachte echter vrij van het onderdeel heroïne, omdat dit niet wettig en overtuigend was bewezen.
De rechtbank achtte de verdachte medepleger en veroordeelde haar tot 18 maanden gevangenisstraf, waarbij rekening werd gehouden met de ernst van de feiten, haar persoonlijke omstandigheden en de overschrijding van de redelijke termijn. De straf is onvoorwaardelijk en hoger dan de eis van de officier van justitie vanwege de ernst van het delict.