ECLI:NL:RBOBR:2026:202

Rechtbank Oost-Brabant

Datum uitspraak
15 januari 2026
Publicatiedatum
14 januari 2026
Zaaknummer
01/342787-24
Instantie
Rechtbank Oost-Brabant
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Veroordeling voor ontucht met minderjarige, inclusief schadevergoeding

Op 15 januari 2026 heeft de Rechtbank Oost-Brabant uitspraak gedaan in een strafzaak tegen een verdachte die beschuldigd werd van ontucht met een minderjarige. De rechtbank heeft de verdachte veroordeeld tot een gevangenisstraf van twee jaar voor het meermalen plegen van ontuchtige handelingen met een slachtoffer dat de leeftijd van twaalf jaren maar nog niet die van zestien jaren had bereikt. De feiten vonden plaats tussen 15 en 17 december 2023 in Cuijk. De rechtbank heeft de vordering tot schadevergoeding van het slachtoffer toegewezen, die bestond uit materiële schade van €20.750,- en immateriële schade van €8.000,-. De rechtbank oordeelde dat de verklaring van het slachtoffer betrouwbaar was en voldoende steun vond in andere bewijsmiddelen, waaronder een notitie van de verdachte waarin hij het feit erkende. De rechtbank heeft de ernst van de feiten en de kwetsbaarheid van het slachtoffer in haar overwegingen meegenomen. De verdachte is ook veroordeeld tot betaling van de schadevergoeding aan de benadeelde partij, met wettelijke rente vanaf 17 december 2023.

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK OOST-BRABANT

Zittingsplaats ’s-Hertogenbosch
Team Strafrecht
Parketnummer: 01.342787.24
Datum uitspraak: 15 januari 2026
Vonnis van de rechtbank Oost-Brabant, meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken, in de zaak tegen:

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [1998] ,
wonende te [adres] .
Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting van 18 december 2025 en 8 januari 2026 (sluiting).
De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie en van hetgeen van de zijde van verdachte naar voren is gebracht.

De tenlastelegging.

De zaak is aanhangig gemaakt bij dagvaarding van 1 december 2025.
Aan verdachte is ten laste gelegd dat:
hij in of omstreeks de periode van 15 december 2023 tot en met 17 december 2023 te Cuijk, gemeente Land van Cuijk, althans in Nederland,
met [slachtoffer] , geboren op [2009] , die de leeftijd van twaalf jaren
maar nog niet die van zestien jaren had bereikt,
buiten echt,
een of meer ontuchtige handelingen heeft gepleegd, die bestonden uit of
mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die
[slachtoffer] ,
te weten:
-het duwen en/of brengen en/of (vervolgens) heen en weer bewegen van zijn, verdachtes, penis in de mond van die [slachtoffer] en/of
-het duwen en/of brengen en/of (vervolgens) heen en weer bewegen van zijn, verdachtes, penis in de vagina van die [slachtoffer] en/of
-het betasten van de borsten van die [slachtoffer] met zijn, verdachtes, vingers en/of mond.

De formele voorvragen.

Bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat de dagvaarding geldig is. De rechtbank is bevoegd van het ten laste gelegde kennis te nemen en de officier van justitie kan in de vervolging worden ontvangen. Voorts zijn er geen gronden gebleken voor schorsing van de vervolging.

De beoordeling van het ten laste gelegde feit.

Het standpunt van de officier van justitie.
De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat het aan verdachte ten laste gelegde feit wettig en overtuigend bewezen kan worden.
Het standpunt van de verdediging.
Op de in de pleitnota genoemde gronden en de daarop gegeven aanvullingen ter terechtzitting van 18 december 2025, heeft de verdediging vrijspraak van het ten laste gelegde feit bepleit. De verdediging voert daartoe aan dat de verklaring van het slachtoffer over hetgeen zou hebben plaatsgevonden geen steun vindt in het procesdossier. De notitie van 8 januari 2024 die op de telefoon van verdachte is aangetroffen heeft verdachte niet naar waarheid opgesteld, omdat hij door het bekennen van het feit omgang zou kunnen krijgen met zijn dochter.
Het oordeel van de rechtbank.
De bewijsmiddelen.
1.
De verklaring van verdachte ter terechtzitting van 18 december 2025 afgelegd.
Ik heb [slachtoffer] op 15 december 2023 en 17 december 2023 in persoon gezien in de woning van [zus van slachtoffer] in Cuijk. Ik heb de notitie met aanmaakdatum 8 januari 2024 die op mijn telefoon is aangetroffen zelf opgesteld.
2.
Het proces-verbaal van verhoor getuige, proces-verbaalnummer PL2100-202377305-11, opgemaakt en afgesloten op 10 januari 2024. Dit proces-verbaal houdt onder meer zakelijk weergegeven de verklaring van [slachtoffer] .
[pag. 41]
Achternaam: [slachtoffer]
Voornamen: [slachtoffer]
Geboortedatum: [2009]
[pag. 42 t/m 43]
[zus van slachtoffer] heeft een huis in Cuijk (…)
Ik bleef van vrijdag tot zaterdag daar slapen
(de rechtbank begrijpt: de woning van [zus van slachtoffer] te Cuijk op vrijdag 15 december 2023 tot zaterdag 16 december 2023)(…)
Op die vrijdag waren we met zijn drieën
(de rechtbank begrijpt: verdachte, [slachtoffer] en [zus van slachtoffer] )
Ik viel al heel snel in slaap. Toen ik wakker werd was mijn zus al naar boven en lag ik dus langs [verdachte] . (…) Toen had ik hem gepijpt en daarna hadden wij seks (…)
[pag. 44]
Vertel eens hoe dat het precies ging die vrijdag toen jouw zus al boven was en jij
met [verdachte] beneden was?
(…) Ik lag op de bank op het lange stuk en [verdachte] zat op de andere kant van de bank. Hij stak zijn hand uit en ik pakte zijn hand vast. We zijn toen dichter bij elkaar gaan zitten. (…) toen begon hij mij aan te raken.
- (…) toen heb ik hem gepijpt. Toen deed hij mijn broek uit. Toen zei hij dat ik op de bank moest gaan zitten op mijn knieën. Toen hebben we seks gehad.
Waarmee heeft hij jouw borsten aangeraakt?
- Met zijn handen en met zijn mond.
(…)
[pag. 45]
Wat heeft hij met zijn mond gedaan aan jouw borsten?
- Hij heeft aan mijn tepel gezogen.
(…)
Wat bedoel jij met pijpen?
- De lul in de mond doen en dan op en neer.
(…)
En dan?
- (…) Hij zei toen dat ik met mijn knieën op de bank moest gaan liggen en toen hebben we seks gehad.
(…)
(…) Wat bedoel je dan met seks?
- Ja gewoon vaginaal. Dus de lul in mijn vagina.
(…)
Die zondagavond ga jij naar het huis (
de rechtbank begrijpt: het huis van [zus van slachtoffer] te Cuijk) (…) Hoe ging dat?
(…) Toen deed hij
(de rechtbank begrijpt: verdachte)zijn broek uit en deed ik mijn broek uit. Toen duwde hij mij een beetje naar voren en toen hebben we weer vaginale seks gehad
3.
Het proces-verbaal van bevindingen inclusief bijlage, proces-verbaalnummer 24092611150213, opgemaakt en afgesloten op 26 september 2024. Dit proces-verbaal houdt onder meer zakelijk weergegeven de verklaring van verbalisant [verbalisant] .
[pag. 118]
(…) de telefoon van verdachte een iPhone 13 pro inbeslaggenomen en heeft het goednummer PL2700-24-036349-1 gekregen.
(…)
(…) werden de digitale veiliggestelde gegevens van de image van de mobiele telefoon, iPhone 13 pro met het goednummer PL2700-24-036349-1 door mij, [verbalisant] onderzocht.
Tijdens het onderzoek kwam onder andere naar voren:
Apple notes
Vanuit de Icloud/ recently deleted met de created time van 08 januari 2024 (…)
[pag. 120]
Created Date/Time 8-1-2024 11:28:48.686
Last modified Date/Time 8-1-2024 11:55:00.476
[betrokkene]
(…) one day (Thursday) my ex she asked me to go sleep in her house that I’ll watch
my daughter in the morning while she goes to the work.. I find this sister of her there., my ex went to sleep n I was watching a movie n her sister was watching it too n then she just stand up I didn't understand nothing n she just get all naked n come n play me until I couldn't control myself anymore n we had s*x, (…) then she came the second day (Sunday) she texted my ex n she said "are you home" she said "no but [verdachte] is there" n then she came to me n I can say she raped me for real.
Nadere overwegingen van de rechtbank.
Juridisch kader.
Op grond van artikel 342, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering kan het bewijs dat verdachte het tenlastegelegde feit heeft begaan niet worden aangenomen op grond van enkel de verklaring van het vermeende slachtoffer. Bij de beoordeling van het bewijs stelt de rechtbank voorop dat in een zedenzaak zich vaak de situatie voordoet dat alleen het slachtoffer en verdachte aanwezig zijn geweest bij de tenlastegelegde handelingen en dat zij allebei anders verklaren over wat er is gebeurd. Dit brengt in veel gevallen mee dat de verklaring van het vermeende slachtoffer als belangrijkste bewijsmiddel voorhanden is.
Steunbewijs kan ertoe leiden dat toch een bewezenverklaring kan volgen. Of sprake is van voldoende steunbewijs is afhankelijk van de omstandigheden van het geval. Uit vaste rechtspraak van de Hoge Raad kan worden afgeleid dat niet is vereist dat de tenlastegelegde handelingen als zodanig bevestiging vinden in ander bewijsmateriaal, maar dat het afdoende is wanneer de verklaring van het slachtoffer, als die betrouwbaar wordt bevonden, op onderdelen steun vindt in andere bewijsmiddelen, afkomstig van een andere bron dan degene die de belastende verklaring heeft afgelegd. De rechtbank ziet zich voor de vraag gesteld of de verklaring van het slachtoffer betrouwbaar is en of deze voldoende steun vinden in andere bewijsmiddelen. De rechtbank overweegt daartoe het volgende.
Betrouwbaarheid van de verklaring van [slachtoffer] .
De rechtbank acht de verklaring van [slachtoffer] betrouwbaar. Daarbij is van belang dat haar verklaring op essentiële onderdelen consistent en gedetailleerd is en steun vindt in andere bewijsmiddelen. Daarnaast betrekt de rechtbank bij haar oordeel dat [slachtoffer] op 10 januari 2024 heeft verklaard dat het afgeven van deze verklaring voor haar moeilijk was, mede vanwege de mogelijke negatieve gevolgen voor verdachte. Deze omstandigheid draagt bij aan de aannemelijkheid van haar verklaring, nu deze niet wijst op een impulsieve of lichtvaardige verklaring.
Steunbewijs voor de verklaring van [slachtoffer] .
De rechtbank dient vervolgens te beoordelen of de verklaring van [slachtoffer] voldoende steun vindt in de overige bewijsmiddelen in het dossier. De rechtbank beantwoordt die vraag bevestigend. Het steunbewijs voor de verklaring van [slachtoffer] wordt vooral gevonden in de verwijderde notitie van 8 januari 2024 die op de telefoon van verdachte is aangetroffen. In deze notitie geeft verdachte onder meer aan dat hij tweemaal seks heeft gehad met de zus van zijn ex-partner. De rechtbank stelt vast dat dit het slachtoffer [slachtoffer] is. De gang van zaken die verdachte beschrijft komt op concrete punten overeen met hetgeen [slachtoffer] nadien op 10 januari 2024 bij de politie heeft verklaard.
Ter terechtzitting is door de verdediging een scenario geschetst waarin verdachte de notitie van 8 januari 2024 zou hebben opgesteld, omdat aan verdachte zou zijn kenbaar gemaakt dat hij omgang zou kunnen krijgen met zijn dochter als hij het feit zou bekennen. De rechtbank merkt op dat verdachte dit zelf op geen enkel moment gedurende het opsporingsonderzoek of ter terechtzitting heeft verklaard. Gezien het voorgaande schuift de rechtbank dit scenario als onaannemelijk ter zijde. De verklaring van verdachte dat hij deze notitie zelf heeft opgesteld, maar dat het niet klopt wat er in deze notitie staat, schuift de rechtbank eveneens terzijde. De rechtbank gaat er vanuit dat zoals verdachte heeft verklaard, hij deze notitie heeft opgesteld. Omdat de notitie bijna volledig overeenkomt met de verklaring van [slachtoffer] en omdat de notitie vanuit het “ik-perspectief” is geschreven, heeft de rechtbank geen enkele reden om te twijfelen aan de waarachtigheid van hetgeen verdachte in deze notitie heeft geschreven.
Conclusie.
De rechtbank concludeert op grond van het voorgaande dat de verklaring van [slachtoffer] betrouwbaar is en in voldoende mate steun vindt in andere, van haar verklaring onafhankelijke, bewijsmiddelen, namelijk de verklaring van verdachte op zitting en de door verdachte zelf opgestelde notitie waarin hij het tenlastegelegde bekent, en dat op grond daarvan het aan verdachte ten laste gelegde feit wettig en overtuigend bewezen moet worden verklaard.

De bewezenverklaring.

Op grond van de feiten en omstandigheden die zijn vervat in de hierboven uitgewerkte bewijsmiddelen komt de rechtbank tot het oordeel dat wettig en overtuigend bewezen is dat verdachte
in de periode van 15 december 2023 tot en met 17 december 2023 te Cuijk, gemeente Land van Cuijk, met [slachtoffer] , geboren op [2009] , die de leeftijd van twaalf jaren
maar nog niet die van zestien jaren had bereikt, buiten echt, ontuchtige handelingen heeft gepleegd, die mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die
[slachtoffer] , te weten:
-het brengen en vervolgens heen en weer bewegen van zijn, verdachtes, penis in de mond van die [slachtoffer] en
-het brengen en vervolgens heen en weer bewegen van zijn, verdachtes, penis in de vagina van die [slachtoffer] en
-het betasten van de borsten van die [slachtoffer] met zijn, verdachtes, vingers en mond.
Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Blijkens het verhandelde ter terechtzitting is verdachte daardoor niet in de verdediging geschaad.

De strafbaarheid van het feit.

Het bewezen verklaarde levert op het in de uitspraak vermelde strafbare feit.
Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten.

De strafbaarheid van verdachte.

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten. Verdachte is daarom strafbaar voor hetgeen bewezen is verklaard.

Oplegging van straf.

De eis van de officier van justitie.
De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte voor het ten laste gelegde feit zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van drie jaren. Een kopie van de vordering van de officier van justitie is aan dit vonnis gehecht.
Het standpunt van de verdediging.
De verdediging heeft geen straftoemetingsverweer gevoerd.
Het oordeel van de rechtbank.
Bij de beslissing over de straf die aan verdachte dient te worden opgelegd, heeft de rechtbank gelet op de aard en de ernst van het bewezen verklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan. Bij de beoordeling van de ernst van het door verdachte gepleegde strafbare feit betrekt de rechtbank het wettelijke strafmaximum en de straffen die voor soortgelijke feiten worden opgelegd. Daarnaast houdt de rechtbank bij de strafbepaling rekening met de persoon en de persoonlijke omstandigheden van verdachte zoals die onder meer naar voren zijn gekomen in het over hem uitgebrachte reclasseringsadvies van 11 december 2025. De rechtbank heeft in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.
De ernst van het feit.
Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het plegen van ontuchtige handelingen met het minderjarige, kwetsbare zusje van zijn ex-partner. Verdachte wist ook dat zij minderjarig en kwetsbaar was. Vanwege het aanzienlijke leeftijdsverschil tussen verdachte en het slachtoffer was er sprake van een ongelijke verhouding. Door zijn handelen heeft verdachte de lichamelijke en geestelijke integriteit van het slachtoffer op zeer grove wijze geschonden. Het betreft zeer ernstige misdrijven waarvan de gevolgen voor een slachtoffer nagenoeg steeds veelomvattend en ingrijpend zullen zijn. Dit geldt ook in deze zaak, zoals blijkt uit de op de terechtzitting voorgedragen slachtofferverklaring. Verdachte heeft op geen enkele moment rekening gehouden met de belangen, de gevoelens en het welzijn van het slachtoffer en heeft kennelijk enkel gehandeld ter bevrediging van zijn eigen lustgevoelens. Bovendien heeft verdachte tijdens de seks geen condoom gebruikt en het slachtoffer daarmee blootgesteld aan risico’s op seksueel overdraagbare aandoeningen of ongewenste zwangerschap.
Strafmodaliteit
De rechtbank is van oordeel dat gelet op de ernst van het feit in verband met een juiste normhandhaving niet kan worden volstaan met het opleggen van een andersoortige of geringere straf dan een gevangenisstraf van langere duur.
De rechtbank zal een lichtere straf opleggen dan de door de officier van justitie gevorderde straf, omdat de rechtbank van oordeel is dat de straf die de rechtbank zal opleggen de ernst van het bewezenverklaarde voldoende tot uitdrukking brengt. Alles afwegende, is de rechtbank van oordeel dat oplegging van een gevangenisstraf voor de duur van twee jaren, passend en geboden is.
Motivering van de beslissing op de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer] .
De vordering van de benadeelde partij.
De benadeelde partij heeft een vordering ingediend tot een totaalbedrag van € 28.750,-, bestaande uit € 20.750,- materiële schade en € 8.000,- immateriële schade. De materiële schade bestaat uit de kosten voor studievertraging van één jaar.
Het standpunt van de officier van justitie.
De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de gevorderde materiële en immateriële schade kan worden toegewezen tot een door de rechtbank vast te stellen bedrag.
Het standpunt van de verdediging.
De verdediging heeft de vordering van de benadeelde partij niet inhoudelijk betwist.
Het oordeel van de rechtbank.
Materiële schadevergoeding
De rechtbank acht de gevorderde materiële schadevergoeding toewijsbaar, omdat de toegewezen posten betrekking hebben op schade die rechtstreeks voortvloeit uit het bewezenverklaarde feit en de schade in voldoende mate is onderbouwd en niet is betwist.
Immateriële schadevergoeding.
Gezien de aard van het bewezenverklaarde feit, alsmede de toelichting op de vordering van de benadeelde partij, is de rechtbank van oordeel dat vaststaat dat de benadeelde partij door de ontucht ernstig psychisch letsel heeft opgelopen. De hoogte van het gevorderde bedrag aan immateriële schade acht de rechtbank voldoende onderbouwd. De rechtbank is van oordeel dat de door de benadeelde partij gevorderde immateriële schadevergoeding van
€ 8.000,- een rechtstreeks gevolg is van het bewezenverklaarde feit en acht de verdachte aansprakelijk voor deze schade.
De vordering wordt in haar geheel toegewezen. De vordering wordt verder vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 17 december 2023 tot aan de datum van de algehele voldoening van het toegewezen bedrag.
De rechtbank zal voor het toegewezen bedrag tevens de schadevergoedingsmaatregel opleggen, omdat de rechtbank het wenselijk acht dat de Staat schadevergoeding aan het slachtoffer bevordert.
Aangezien aan verdachte meer verplichtingen tot vergoeding van dezelfde schade worden opgelegd, zal de rechtbank bepalen dat als verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat daarmee zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij komt te vervallen en andersom, indien verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij, daarmee zijn verplichting tot betaling aan de Staat komt te vervallen.

Toepasselijke wetsartikelen.

De beslissing is gegrond op de artikelen:
36f, 57, 245 Wetboek van Strafrecht.

DE UITSPRAAK

De rechtbank:

Verklaart het ten laste gelegde bewezen zoals hiervoor is omschreven.

Verklaartniet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt hem daarvan vrij.
Het bewezen verklaarde levert op het misdrijf:
-
Met iemand die de leeftijd van twaalf jaren maar nog niet die van zestien jaren heeft bereikt, buiten echt, ontuchtige handelingen plegen die mede bestaan uit het seksueel binnendringen van het lichaam, meermalen gepleegd

Verklaart verdachte hiervoor strafbaar.

Legt op de volgende straf en maatregel.

- Een
gevangenisstrafvoor de duur van
twee jaren
Maatregel van schadevergoeding voor [slachtoffer] :
Legtaan de verdachte op de verplichting tot betaling aan de Staat ten behoeve van [slachtoffer] , van een bedrag van 28.750,00 euro.
Bepaalt dat indien volledig verhaal niet mogelijk blijkt gijzeling kan worden toegepast voor de duur van 178 dagen. De toepassing van deze gijzeling heft de hiervoor opgelegde betalingsverplichting niet op.
Voormeld bedrag bestaat uit 20.750,00 euro materiële schade en 8.000,00 euro immateriële schade. De vergoeding van materiële en immateriële schade wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 17 december 2023 tot aan de dag der algehele voldoening.
Beslissing op de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer] :
Wijstde vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij toe en veroordeelt de verdachte tot betaling aan de benadeelde partij, [slachtoffer] , van een bedrag van 28.750,00 euro, bestaande uit 20.750,00 euro materiële schade en 8.000,00 euro immateriële schade.
De vergoeding van materiële en immateriële schade wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 17 december 2023 tot aan de dag der algehele voldoening.
Veroordeeltverdachte tevens in de proceskosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, en in de proceskosten die de benadeelde partij ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog moet maken.
Verdachte is van zijn schadevergoedingsplicht jegens de benadeelde bevrijd voor zover hij heeft voldaan aan een van de hem opgelegde verplichtingen tot vergoeding van deze schade.
Dit vonnis is gewezen door:
mr. T. Kraniotis, voorzitter,
mr. M.J.C. van der Vegte en mr. A.J. den Besten, leden,
in tegenwoordigheid van mr. J. Beex, griffier,
en is uitgesproken op 15 januari 2026.