ECLI:NL:RBOBR:2026:2026
Rechtbank Oost-Brabant
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs voorbereidingshandelingen productie amfetamine
Verdachte werd beschuldigd van het medeplegen van voorbereidingshandelingen voor de productie van amfetamine in een loods te Cuijk. De officier van justitie stelde dat het drugslab met medeweten van verdachte was opgezet en geëxploiteerd, en eiste een gevangenisstraf van 14 maanden.
De rechtbank onderzocht of verdachte wist van het drugslab. Er was onvoldoende bewijs over de bouw en exploitatie van het lab, mede omdat verdachte verklaarde dat de vloer al bestond en hij niets had gemerkt van het lab. Ook was verdachte in de zomer van 2024 in het buitenland, wat zijn onwetendheid kan verklaren.
Hoewel verdachte toegang had tot de loods, was dit onvoldoende om kennis van het lab aan te nemen. Lichtverschijnselen konden verklaard worden door werkzaamheden van verdachte zelf. Er ontbrak nader onderzoek naar deze omstandigheden.
De rechtbank concludeerde dat het dossier onvoldoende bewijs bevatte om het ten laste gelegde te bewijzen en sprak verdachte integraal vrij.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs dat hij wist van het drugslab.