Uitspraak
1.De procedure
2.De feiten
“Haar leven staat op de kop. Wat eerst begon als goede scheiding is een drama geworden door het feit dat zij 9 maanden voorgelogen is. Zij is zo ontzettend boos, tot 2 keer toe hem aangevlogen, veel alcohol gedronken afgelopen tijd. En nog steeds liegt hij, want hij vertelde de andere relatie te hebben beëindigd, er zou geen contact meer zijn, kijkt zij in zijn telefoon blijkt hij een have dag met haar gebeld te hebben… Het is echt crisis voor haar… Al hun gezamenlijk vrienden wisten van zijn relatie, niemand heeft het haar verteld, dus kan zij nu niemand meer vertrouwen en heeft gebroken met deze vrienden.”In de daaropvolgende periode tot 30 december 2024 noteert de huisarts meermaals dat er sprake is van “paniek bij scheiding” en wordt [verzoekster] doorverwezen naar de psycholoog.
Naar aanleiding van een inzageverzoek van een inwoner is er op 5 november 2025 een intern onderzoek gestart wie haar persoonslijst in de Basisregistratie Personen (BRP) heeft geraadpleegd en met welke reden. Hieruit is gebleken dat jij in de periode augustus 2024 tot en met mei 2025 in totaal zeven keer de persoonsgegevens van deze inwoner hebt geraadpleegd. Daarnaast blijkt dat je ook inzage hebt gehad in het dossier van haar moeder. Deze raadplegingen betroffen dus geen eenmalig incident, maar vonden herhaaldelijk plaats zonder dat daar een geldige functionele aanleiding voor was. Omdat er geen rechtvaardiging is gevonden voor jouw handelen, hebben wij vandaag met jou hierover een gesprek gevoerd.
3.Het verzoek en het verweer
4.De beoordeling
“Bovengenoemde cliënt is verwezen in verband met moeite met het loslaten van ex-partner na traumatische scheiding na vreemdgaan partner (…) Zij presenteert zich met klachten van intens verdriet, boosheid, wanhoop, aanhoudende stress en angst, paniekgevoelen, suïcidale gedachten, rumineren over onrecht en voortdurende preoccupatie met het gedrag van haar ex-partner en zijn nieuwe partner.”In maart 2025 kroop [verzoekster] naar eigen zeggen uit het dal. Dat hing samen met het vertrek van haar ex-man uit de gezamenlijke woning. Hoewel de psychische toestand waarin [verzoekster] verkeerde haar gedrag niet goedkeurt, verklaart het dat wel. Ook voor de raadpleging in mei 2025. De gegevens die zij heeft opgezocht staan namelijk in zeer nauw verband met het persoonlijk leed dat zij heeft geleden en de psychische klachten die zij heeft gehad. [verzoekster] heeft meermaals dezelfde gegevens opgevraagd, te weten de gegevens van de inwoner en haar moeder. Tijdens de mondelinge behandeling heeft [verzoekster] desgevraagd toegelicht niets met de opgezochte gegevens van de inwoner (noch die van haar moeder) te hebben gedaan. Ze begrijpt ook niet waarom ze meermaals dezelfde gegevens opzocht. Dat neemt, nogmaals, niet weg de verwijtbaarheid van de gedraging van [verzoekster] – zij had namelijk beter moeten weten – maar de kantonrechter is van oordeel dat – gelet op de omstandigheden waaronder [verzoekster] de verwijtbare handelingen verrichtte – niet sprake is van
ernstigverwijtbaar handelen.