De rechtbank Oost-Brabant heeft verdachte veroordeeld voor medeplegen van het aanwezig hebben van een hoeveelheid ayahuasca met de werkzame stof N,N-Dimethyltryptamine (DMT), een middel vermeld op lijst I van de Opiumwet, in een woning te Eersel op 24 april 2019.
Het onderzoek startte na het overlijden van een man in Eindhoven, waarbij politieonderzoek leidde tot een inval tijdens een ayahuasca-retraite. Verdachte was aanwezig en betrokken bij de organisatie die deze sessies organiseerde. De rechtbank oordeelde dat verdachte samen met anderen feitelijke macht had over de ayahuasca, wat medeplegen oplevert. Het bereiden of verstrekken van de stof kon niet worden bewezen, waardoor verdachte daarvan werd vrijgesproken.
De rechtbank hield rekening met de aard en ernst van het feit, de gezondheidsrisico’s van DMT, en de persoonlijke omstandigheden van verdachte, die geen eerdere strafbare feiten had. Vanwege een overschrijding van de redelijke termijn van bijna zeven jaar werd de straf beperkt tot de duur van het voorarrest van twee dagen. De rechtbank legde een gevangenisstraf van twee dagen op, met aftrek van het voorarrest.