ECLI:NL:RBOBR:2026:2218
Rechtbank Oost-Brabant
- Mondelinge uitspraak
- Rechtspraak.nl
Beoordeling terugwerkende kracht kinderopvangtoeslag tot maximaal drie maanden
Eiseres heeft kinderopvangtoeslag aangevraagd met terugwerkende kracht voor het gehele jaar 2024, terwijl de wet een maximale terugwerkende periode van drie maanden hanteert. De Dienst Toeslagen verleende een voorschot voor december 2024, waarna eiseres bezwaar maakte om toeslag voor het hele jaar toe te kennen.
De rechtbank oordeelt dat de wettelijke bepaling in artikel 1.3, tweede lid, van de Wet kinderopvang duidelijk stelt dat toeslag niet eerder dan drie maanden voor de aanvraag kan worden toegekend. Er is geen ruimte voor afwijking van deze termijn, ook niet op basis van redelijkheid of coulance.
Hoewel de rechtbank begrip heeft voor de situatie van eiseres en erkent dat zij te goeder trouw handelde, kan zij niet afwijken van de wetgever's keuze. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard en het besluit van de Dienst Toeslagen blijft in stand.
Partijen is gewezen op de mogelijkheid tot hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen zes weken na verzending van het proces-verbaal.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de kinderopvangtoeslag wordt slechts toegekend met terugwerkende kracht tot maximaal drie maanden vóór de aanvraag.