Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBOBR:2026:2268

Rechtbank Oost-Brabant

Datum uitspraak
2 april 2026
Publicatiedatum
9 april 2026
Zaaknummer
NL:TZ:0000482394:B001
Instantie
Rechtbank Oost-Brabant
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 7 lid 4 Regeling beloning curatoren, bewindvoerders en mentoren
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vaststelling hogere jaarbeloning bewindvoerder wegens problematische schulden

Verzoeker, Census Beheer B.V., verzoekt de kantonrechter om de jaarbeloning van de bewindvoerder van betrokkene vast te stellen conform artikel 7 lid 4 van Pro de Regeling beloning curatoren, bewindvoerders en mentoren. Dit verzoek is ingegeven door de problematische schuldenlast van betrokkene en haar partner, die gezamenlijk een huishouden voeren en elk een eigen schuldregeling nodig hebben.

De kantonrechter heeft het verzoek beoordeeld op basis van de ingediende stukken en heeft afgezien van een mondelinge behandeling. Uit de boedelbeschrijving blijkt dat betrokkene een inkomen van €865,41 per maand heeft, wat onvoldoende is om de schuldenlast van €2790 binnen 18 maanden af te lossen. Daarnaast is er sprake van een gezamenlijke huurschuld en een verslechterde inkomenssituatie doordat de partner recent zijn baan verloor.

De kantonrechter overweegt dat de bewindvoerder uiterlijk binnen vier maanden na aanvang van het bewind inzicht moet geven in de problematische schulden en een verzoek tot vaststelling van de beloning kan indienen. Verzoeker heeft dit verzoek niet binnen deze termijn ingediend, waardoor onduidelijk is of betrokkene met terugwerkende kracht aanspraak kan maken op bijzondere bijstand voor de bewindvoerderskosten vanaf 20 november 2025.

De kantonrechter besluit de hogere beloning onder voorwaarden toe te wijzen: indien betrokkene met terugwerkende kracht bijzondere bijstand kan ontvangen, geldt de hogere beloning vanaf 20 november 2025; zo niet, dan vanaf de datum van toekenning van die bijstand. De kosten van het late verzoek komen voor rekening van verzoeker. Tevens wordt bepaald dat bewijs van toekenning van bijzondere bijstand bij de jaarrekening moet worden gevoegd.

Uitkomst: De kantonrechter stelt de hogere jaarbeloning van de bewindvoerder vast met ingang van 20 november 2025, afhankelijk van de toekenning van bijzondere bijstand.

Uitspraak

RECHTBANK OOST-BRABANT
Toezicht
Locatie 's-Hertogenbosch
toezichtnummer
:
NL:TZ:0000482394:B001
CBM-nummer
:
[beschikkingsnummer]
datum
:
2 april 2026

Beschikking van de kantonrechter

op verzoek van:
Census Beheer B.V.,
Postbus 5105, 5800 GC Venray,
Kamer van Koophandel-nummer 14100361,
hierna te noemen: verzoeker,
met betrekking tot:

[betrokkene] ,geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] ,wonende te [adres] , [postcode] [woonplaats]hierna te noemen: betrokkene.

Procedure

De kantonrechter heeft kennisgenomen van:
- het verzoek (met bijlagen), ontvangen op 10 februari 2026,
- de nadere informatie, ontvangen op 27 februari 2026,
De kantonrechter heeft op grond van de ontvangen informatie afgezien van een mondelinge behandeling.

Beoordeling

Verzoeker vraagt om de jaarbeloning met ingang van 20 november 2025 vast te stellen conform artikel 7 lid 4 van Pro de Regeling beloning curatoren, bewindvoerders en mentoren (hierna: de Regeling).
Verzoeker licht het verzoek als volgt toe:
“ook bij betrokkene is er sprake van schulden. Zie boedelbeschrijving. Ik verzoek u de beloning aan te passen naar het hoge tarief voor beide personen. De schuldenlast voor betrokkene is weliswaar lager dan van partner maar ze heeft zelf een inkomen van € 865,41 per maand ( [uitkering] ). Met dit inkomen is het niet mogelijk om de schuldenlast van haarzelf in 18 maanden af te lossen. Ze heeft nu een schuldenlast van € 2790. Dat houdt in dat ze € 155 per maand zou moeten aflossen. Daarnaast is partner onlangs zijn baan verloren en heeft hij nu een WW uitkering aangevraagd. De gezamenlijke inkomsten zullen lager worden. Ook voor betrokkene zal waarschijnlijk een aanmelding Schuldhulpverlening gedaan moeten worden.
** aangezien betrokkene en haar partner een gezamenlijke huishouding voeren zullen schulden van betrokkene en partner uit het gezamenlijk vermogen betaald worden met ieder afzonderlijk een eigen VTLB. Er zal voor beiden een aparte schuldregeling aangevraagd moeten worden. Daarnaast is er een achterstand in de vaste lasten (gezamenlijke huurschuld).
De kantonrechter zal, gelet op de ontvangen informatie, het verzoek onder voorwaarden toewijzen en overweegt hiertoe het volgende.
Uitgangspunt is dat de bewindvoerder uiterlijk ten tijde van het indienen van de boedelbeschrijving - waarvoor een termijn van vier maanden na aanvang van het bewind wordt gegeven - inzichtelijk moet hebben gemaakt in hoeverre sprake is van problematische schulden. Op dat moment kan een verzoek tot vaststelling van de beloning conform artikel 7 lid 4 van Pro de Regeling worden ingediend en door de kantonrechter worden beoordeeld. Op basis van de beloningsbeschikking kan de bewindvoerder namens betrokkene, indien deze daarvoor in aanmerking komt, aanspraak maken op bijzondere bijstand voor de bewindvoerderskosten.
Indien en voor zover binnen de gemeente van de woonplaats van betrokkene een andere, kortere termijn voor indiening van de aanvraag voor bijzondere bijstand voor bewindvoerderskosten geldt, dient de bewindvoerder ervoor te zorgen dat binnen die (kortere) termijn een verzoek tot vaststelling van de beloning vanwege problematische schulden bij de kantonrechter is ingediend en beoordeeld, zodat de aanvraag voor bijzondere bijstand (zo nodig later nog aan te vullen) tijdig bij de gemeente kan worden ingediend.
Verzoeker heeft het beloningsverzoek niet binnen vier maanden na aanvang van het bewind, of zoveel eerder indien noodzakelijk in verband met de termijn voor de aanvraag voor bijzondere bijstand in de gemeente [naam gemeente] ingediend. Onduidelijk is of betrokkene met terugwerkende kracht aanspraak kan maken op bijzondere bijstand voor de kosten van de bewindvoerder vanaf 20 november 2025. Gelet daarop overweegt de kantonrechter als volgt. Indien betrokkene met terugwerkende kracht aanspraak kan maken op bijzondere bijstand mag de hogere beloning met terugwerkende kracht worden geïnd met ingang van 20 november 2025. Kan betrokkene geen aanspraak maken op bijzondere bijstand met terugwerkende kracht dan zal de hogere beloning worden geïnd met ingang van de datum waarop daarvoor bijzondere bijstand verleend zal worden. Dat verzoeker het beloningsverzoek niet eerder heeft ingediend, waardoor er mogelijk niet (met terugwerkende kracht) vanaf 20 november 2025 aanspraak gemaakt kan worden op bijzondere bijstand voor de bewindvoerderskosten moet, nu een nadere deugdelijke toelichting ontbreekt, voor rekening van verzoeker komen

Beslissing

De kantonrechter:
- stelt de beloning van de bewindvoerder met ingang van 20 november 2025 vast conform hetgeen is bepaald in artikel 7 lid Pro 4van de Regeling, dan wel met ingang van de datum waarop voor deze hogere beloning bijzondere bijstand verleend zal worden;
- bepaalt dat een kopie van de toekenning van de bijzondere bijstand, waaruit de datum van de toekenning blijkt en een kopie van deze machtiging bij de rekening en verantwoording betreffende het jaar waarin de hogere vergoeding alsnog in rekening is gebracht gevoegd dienen te worden.
Deze beschikking is gegeven door mr. F.H. Schormans, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op 2 april 2026.
Tegen deze beschikking kan -uitsluitend door tussenkomst van een advocaat- hoger beroep worden ingesteld bij het Gerechtshof 's-Hertogenbosch:
a. door de verzoeker en degenen aan wie een afschrift van deze beschikking (digitaal) is verstrekt of verzonden binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
b. door andere belanghebbenden binnen drie maanden na betekening daarvan of nadat deze beschikking hun op andere wijze bekend is geworden.