Uitspraak
RECHTBANK OOST-BRABANT
C/01/417067 / FT RK 25/396 (verzoek dwangregeling)
C/01/417068 / FT RK 25/397 (verzoek schuldsaneringsregeling)
OHRA ZORGVERZEKERING N.V.,
1.Het procesverloop
2.Het verzoek en het verweer
Met uitzondering van [ex-partner] respectievelijk LBIO, Ohra en Paypal zijn alle overige schuldeisers akkoord gegaan met de aangeboden schuldregeling.
Deze vordering, die kinderalimentatie betreft, is een preferente vordering en geniet bijzondere wettelijke bescherming. De vordering houdt direct verband met het levensonderhoud en de verzorging van de kinderen van [ex-partner] . Het belang van de kinderen bij betaling van deze vordering dient zwaarder te wegen dan het belang van de overige schuldeisers.
Verder is [verzoeker] ten aanzien van het ontstaan en onbetaald laten van zijn schulden niet te goeder trouw geweest.
3.De beoordeling
1 januari 2026 met zijn vaste dienstverband bij werkgever [naam] over een stabiel inkomen. Tegen deze achtergrond is reservering van gelden ten behoeve van aflossing van de schuldenlast voldoende gewaarborgd.
[ex-partner] heeft op inhoudelijke gronden geweigerd om met de aangeboden schuldregeling in te stemmen. Verder heeft zij inhoudelijk verweer gevoerd op het verzoekschrift dwangregeling en op een aantal van de daarbij overgelegde stukken.
Paypal heeft bij e-mailbericht van 18 juli 2024 geweigerd met de aangeboden schuldregeling akkoord te gaan, maar gaat daarbij niet in op de aan de schuldregeling ten grondslag gelegde onderbouwing. Zij heeft in dit e-mailbericht namelijk volstaan met de algemene mededeling dat zij “geen betaalvoorstellen kan accepteren voor bedragen die lager zijn dan het negatieve saldo”. Dit is geen inhoudelijke, maar een principiële weigeringsgrond. Het staat Paypal vrij om, zo volgt uit rechtsoverweging 3.5., de aangeboden schuldregeling te weigeren. Het vasthouden aan een principiële weigeringsgrond maakt het evenwel van aanvang af onmogelijk om tijdens het minnelijk traject met Paypal tot een schuldregeling te komen. Paypal heeft daarnaast geen verweerschrift ingediend en is evenmin op zitting verschenen. In een e-mailbericht van 7 januari 2026 deelt Paypal mr. Joosten, advocaat voornoemd, mede dat zij “een schuldregeling normaliter accepteert als een persoon onder bewind staat”. Daarmee stelt Paypal een algemene voorwaarde aan instemming met een schuldregeling. Zij gaat hiermee eraan voorbij dat de aangeboden schuldregeling voorziet in het waarborgen van de aflossing van de schuldenlast doordat bij [bewindvoerderskantoor] een beheerrekening wordt aangehouden. In de hiervoor uiteengezette opstelling van Paypal ziet de rechtbank aanleiding om alleen Paypal in de door [verzoeker] zelf gemaakte kosten van de procedure te veroordelen.
Vanwege de aard van deze procedure zal de rechtbank hierbij aansluiten bij het tarief in een kort geding voor zaken zonder ingewikkelde feitelijke of juridische aspecten. De proceskosten van [verzoeker] worden voor salaris advocaat begroot op een bedrag van maximaal € 760,-.
3.De beslissing
begroot op maximaal € 760,-;