Uitspraak
RECHTBANK OOST-BRABANT
1.Het procesverloop
[woonplaats] aan de [adres] , in zijn hoedanigheid van gewezen bestuurder van gefailleerde.
mr. N. van Wandelen verschenen.
[betrokkene] heeft op zitting de rechtbank ex artikel 88 Fw Pro verzocht om het bevel tot inbewaringstelling op te heffen. Dit verzoek en de voordracht van de rechter-commissaris tot verlenging van de schorsing van het bevel tot inbewaringstelling zijn door de rechtbank op zitting behandeld.
Het verzoek tot opheffing respectievelijk tot verlenging van de schorsing van het bevel tot inbewaringstelling
Bij zijn verzoek tot opheffing voert [betrokkene] aan dat hij zich door het bevel tot inbewaringstelling niet helemaal vrij voelt en dat hij ook bij opheffing van dit bevel bereid is om de met de curator gemaakte afspraken na te komen en zich periodiek bij de curator te melden.
Op 6 maart jl. heeft de rechtbank de inbewaringstelling van de heer [betrokkene] geschorst tot en met 6 april a.s. Middels dit bericht informeer ik u over de ontwikkelingen sinds deze beslissing.
De ontwikkelingen gaan inmiddels voortvarend en de informatie die ik u vrijdag jl. stuurde, kan ik inmiddels verder aanvullen. In algemene zin kan ik melden dat er behoudens de wekelijkse overleggen ook waar nodig tussentijds contact met de heer [betrokkene] en/of diens advocaat is om de ontwikkelingen te bespreken, maar ook de gezamenlijke acties te bepalen. Het is ook prettig om te merken dat de heer [betrokkene] woord houdt en de schorsing van de in bewaring stelling door de initiatieven daadwerkelijk voor meer informatie lijken te zorgen. Ik maak van de gelegenheid gebruik om de ontwikkelingen toe te lichten en zal dit tezamen met het beantwoorden van uw vragen te doen.
In aanvulling op mijn bericht van gisteren (31 maart) laat ik u weten dat ik vanmorgen telefonisch contact met de heer [C] heb gehad. Van het gesprek heb ik bijgaande notitie gemaakt.
3.De beoordeling
4.De beslissing
dit vonnis te ondertekenen