ECLI:NL:RBOBR:2026:2331

Rechtbank Oost-Brabant

Datum uitspraak
1 april 2026
Publicatiedatum
13 april 2026
Zaaknummer
C/01/423805 / HA ZA 26-121
Instantie
Rechtbank Oost-Brabant
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Verstek
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:119 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toewijzing vordering Gemeente tegen Inventaris Magazijn Eindhoven wegens betaling hoofdsom en kosten

De Gemeente Helmond heeft een civiele procedure aangespannen tegen Inventaris Magazijn Eindhoven B.V. (IME) wegens een vordering tot betaling van een hoofdsom en diverse kosten. IME is niet verschenen, waarna verstek is verleend.

De rechtbank heeft de vordering van de Gemeente als gegrond beoordeeld en deze volledig toegewezen. IME is veroordeeld tot betaling van een hoofdsom van €962.496,51, vermeerderd met wettelijke rente vanaf 1 januari 2017. Daarnaast zijn kosten van een onderzoek onder leiding van een deskundige en een vervolgonderzoek toegewezen, eveneens met wettelijke rente vanaf respectievelijke data in 2018 en 2019.

Verder is IME veroordeeld tot betaling van buitengerechtelijke incassokosten en proceskosten, inclusief griffierecht en advocaatkosten, met wettelijke rente. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard en de wettelijke rente over de proceskosten wordt eveneens toegewezen indien niet tijdig betaald wordt.

Uitkomst: IME wordt veroordeeld tot betaling van de gevorderde hoofdsom, onderzoekskosten, incassokosten en proceskosten met wettelijke rente.

Uitspraak

RECHTBANK Oost-Brabant

Civiel recht
Zittingsplaats 's-Hertogenbosch
Zaaknummer: C/01/423805 / HA ZA 26-121
Vonnis van 1 april 2026
in de zaak van
GEMEENTE HELMOND,
te Helmond,
eisende partij,
hierna te noemen: de Gemeente,
advocaat: mr. B.M. Reinders,
tegen
INVENTARIS MAGAZIJN EINDHOVEN B.V.,
te Eindhoven,
gedaagde partij,
hierna te noemen: IME,
niet verschenen.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding
- het tegen IME verleende verstek.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.

2.De beoordeling

2.1.
De Gemeente heeft gevorderd zoals is vermeld in de dagvaarding waarmee deze procedure is ingeleid. De inhoud van deze dagvaarding moet als hier herhaald en ingelast worden beschouwd.
2.2.
De vordering komt de rechtbank niet onrechtmatig of ongegrond voor en zal als volgt worden toegewezen.
2.3.
IME is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van de Gemeente worden begroot op:
- kosten van de dagvaarding
155,02
- griffierecht
10.487,00
- salaris advocaat
4.631,00
(1 punt × € 4.631,00)
- nakosten
178,00
(plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
15.451,02
2.4.
De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.

3.De beslissing

De rechtbank
3.1.
veroordeelt IME om aan de Gemeente te betalen een bedrag in hoofdsom van € 962.496,51, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro over dit bedrag, met ingang van 1 januari 2017, tot de dag van volledige betaling,
3.2.
veroordeelt IME om aan de Gemeente te betalen een bedrag van € 75.697,00 voor kosten van het onder leiding van [A] uitgevoerde onderzoek, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro over dit bedrag, met ingang van 1 januari 2018, tot de dag van volledige betaling,
3.3.
veroordeelt IME om aan de Gemeente te betalen een bedrag van € 17.500,00 voor kosten van het vervolgonderzoek door I-TEK, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro over het toegewezen bedrag, met ingang van 1 januari 2019, tot de dag van volledige betaling,
3.4.
veroordeelt IME om aan de Gemeente te betalen een bedrag van € 6.587,48 wegens buitengerechtelijke incassokosten, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro over het toegewezen bedrag, met ingang van de dag van de dagvaarding (19 februari 2026), tot de dag van volledige betaling,
3.5.
veroordeelt IME in de proceskosten van € 15.451,02, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met € 92,00 plus de kosten van betekening als IME niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
3.6.
veroordeelt IME tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald,
3.7.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. E.J.C. Adang en in het openbaar uitgesproken op 1 april 2026.