De werknemer werd op staande voet ontslagen nadat hij zich ziek had gemeld, maar de werkgever deze ziekmelding niet accepteerde. De kantonrechter legde de bewijslast bij de werknemer om aan te tonen dat hij daadwerkelijk ziek was op 25 oktober 2025. De werknemer leverde WhatsApp-gesprekken en een verklaring aan ter onderbouwing.
De werkgever betwistte de geloofwaardigheid van het bewijs, wijzend op inconsistenties en het ontbreken van medische symptomen die passen bij griep, en suggereerde dat de klachten eerder op een kater duidden. De kantonrechter concludeerde dat de werknemer onvoldoende bewijs had geleverd dat hij ziek was en dat misselijkheid op zichzelf geen ziekte aantoont.
Omdat niet vaststond dat ziekte de reden was voor het werkverzuim, en gezien de omstandigheden van de voorafgaande avond en nacht, oordeelde de kantonrechter dat er een dringende reden was voor ontslag op staande voet. Het verzoek van de werknemer om het ontslag te vernietigen werd afgewezen, evenals zijn overige verzoeken. De werknemer werd veroordeeld in de proceskosten.