Uitspraak
1.De tenlastelegging.
- de woning gelegen aan het adres [adres 2] te Rotterdam, kadastraal bekend als [perceel 1] en/of
- de woning(en) gelegen aan het adres [adres 3] te Rotterdam, kadastraal bekend als [perceel 2] en/of
- de woning(en) gelegen aan het adres [adres 4] te Rotterdam, kadastraal bekend als [perceel 3] en/of
- de woning gelegen aan het adres [adres 5] te Rotterdam, kadastraal bekend als [perceel 4] en/o
- de woning gelegen aan het adres [adres 6] te Rotterdam, kadastraal bekend als [perceel 5] en/of
- de woning gelegen aan het adres [adres 7] te Rotterdam, kadastraal bekend als [perceel 6] ,
was/waren, en/of
2.De formele voorvragen.
3.De bewijsbeslissing.
zondergebruik te maken van een hypothecaire lening. Blijkbaar kon hij in 2014 beschikken over een dergelijk geldbedrag. Uitgaande van een legale en zichtbare herkomst van de gelden zouden de bij de Belastingdienst bekende inkomensgegevens, uitleg moeten geven voor de herkomsten van dergelijke geldbedragen.
“onderaan de streep heb ik er wat aan over gehouden om de start te kunnen maken met het aankopen van mijn vastgoed”.Bij het AMG-rapport en de brief zijn door verdachte stukken overgelegd ter onderbouwing van de door verdachte georganiseerde evenementen. Deze stukken bestaan onder andere uit flyers, facturen en afrekeningen. De stukken bevatten geen (begin van een) overzicht waaruit kan worden afgeleid wat de opbrengsten en kosten zijn geweest van de verschillende evenementen en wat verdachte daar aan over het heeft gehouden.
giraalzijn ontvangen. Ook in zoverre kunnen de huurinkomsten daarom geen grote contante stortingen verklaren.
- € 40.000,-- van zijn zus [naam 6] ten behoeve van de aankoop van de woning aan de [adres 2] (overgemaakt naar de notaris);
- € 10.000,-- van zijn moeder [naam 7] ten behoeve van de aankoop van de woning aan de [adres 2] (overgemaakt naar de notaris);
- € 15.000,-- van zijn zwager [naam 8] ten behoeve van de aankoop van de woning aan de [adres 2] (overgemaakt naar de notaris);
- € 23.000,-- van [naam 1] ten behoeve van de aankoop van het appartementsrecht aan de [adres 4] (overgemaakt naar verdachte en daarna naar de notaris);
- € 24.950,-- van [naam 9] ten behoeve van de aankoop van het appartementsrecht aan de [adres 4] (overgemaakt naar verdachte en daarna naar de notaris).
[verdachte] had geld nodig, dus ik heb hem dat geleend (…) Ik heb verder geen documentatie (…) ”Ik heb dit cash verstrekt (…) Waarschijnlijk heb ik met hem ergens afgesproken om het geld te overhandigen. lk denk dat het in verschillende keren is gegaan (…) Nee ik heb geen zekerheid gevraagd. Het is op basis van vertrouwen gegaan. lk ken de familie. De papieren zijn bijzaak. De rente en de aflossing is deels contant en deels per bank betaald. Per bank is ongeveer 30 a 40 duizend euro afgelost. Dat is niet op mijn
Ik heb dit samen met [verdachte] opgemaakt. lk gebruik dit document
Ik ken dit document niet. Misschien probeerde [verdachte] dit op zijn manier op te stellen. lk heb deze overeenkomst niet opgesteld.”.
(…) Een bedrag van tussen 350 en 400 duizend euro, plus minus (…) Ik heb dit bedrag geleend, van mijnheer [naam 4] . Ik heb dat geleend over de jaren 2013 tot en met 2018 en 2019. Dat bedrag is ook netjes aan hem terugbetaald. Dat is te bewijzen via de bankrekeningen. U vraagt mij of hij dit contant aan mij heeft geleend. Ja dat klopt, in delen, en dat is allemaal per bankrekening aan hem terugbetaald. Daar zijn stukken van en die krijgt u van mij.”. In het AMG-rapport van 26 december 2023 staat dat verdachte in april 2014 een onderhandse lening zou hebben afgesloten ter hoogte van € 87.000,-- bij [naam 4] .
- € 55.000,-- ten behoeve van de aankoop van de woning aan de [adres 3] (overgemaakt naar de notaris);
- € 1850,-- ten behoeve van de aankoop van de woning aan de [adres 4] (overgemaakt naar de notaris.
(€ 1500,-- [adres 3] en € 1850,-- [adres 4] )zijn afkomstig van de bankrekening van medeverdachte [medeverdachte] . De verklaring van verdachte dat dit geldbedrag is geleend wordt ondersteund door de verklaringen van medeverdachte [medeverdachte] . Uit de bevindingen van de FIOD is niet gebleken dat deze gelden direct te herleiden zijn naar contante stortingen. Voor deze bedragen is daarom sprake van een concrete, verifieerbare en niet op voorhand hoogst onwaarschijnlijke verklaring. Ook is te zien dat het geleende bedrag ad € 1850,-- op 8 november 2017 wordt terugbetaald door verdachte.
4.De bewezenverklaring.
- de woning gelegen aan het adres [adres 2] te Rotterdam, kadastraal bekend als [perceel 1] en
- de woning(en) gelegen aan het adres [adres 3] te Rotterdam, kadastraal bekend als [perceel 2] en
- de woning(en) gelegen aan het adres [adres 4] te Rotterdam, kadastraal bekend als [perceel 3] en
- de woning gelegen aan het adres [adres 6] te Rotterdam, kadastraal bekend als [perceel 5] en
- de woning gelegen aan het adres [adres 7] te Rotterdam, kadastraal bekend als [perceel 6] ,
5.De strafbaarheid van het feit.
6.De strafbaarheid van verdachte.
7.De oplegging van straf.
8.De toepasselijke wetsartikelen.
14a, 14b, 14c, 47, 57, 63, 420bis, 420ter van het Wetboek van Strafrecht.
9.DE UITSPRAAK
verklaarthet tenlastegelegde bewezen zoals hiervoor is omschreven;
verklaartniet bewezen wat verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt hem daarvan vrij;
verklaartdat het bewezenverklaarde oplevert het misdrijf:
verklaartverdachte hiervoor strafbaar en legt op de volgende straf: