Eisers maakten bezwaar tegen een omgevingsvergunning voor de bouw van een recreatief bijbehorend bouwwerk nabij hun woningen. Het college verklaarde hun bezwaren niet-ontvankelijk omdat zij geen belanghebbenden zouden zijn. De rechtbank behandelde het beroep en onderzocht of eisers gevolgen van enige betekenis ondervinden.
De rechtbank stelde vast dat de afstand tussen het bouwwerk en de woningen van eisers meer dan 279 meter bedraagt, wat in de regel te groot is om van relevante gevolgen te spreken. Ook het zicht op het bouwwerk en de aanwezigheid van hoge bomen verminderen de impact. Daarnaast werden geluidsoverlast door paardengehinnik en hondengeblaf onvoldoende concreet en aannemelijk gemaakt.
De rechtbank concludeerde dat eisers geen belanghebbenden zijn omdat zij geen directe en betekenisvolle gevolgen ondervinden van het besluit. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en het bestreden besluit bleef in stand. Eisers krijgen geen griffierecht of proceskostenvergoeding terug.