Uitspraak
RECHTBANK OOST-BRABANT
[verdachte]
De tenlastelegging.
De formele voorvragen.
Het bewijs.
Een proces-verbaal van aangifte d.d. 5 september 2024, inhoudende de verklaring van [slachtoffer] (p. 40-53):
A: Dat ik verkracht ben.
A: [naam hotel] in Eindhoven.
A: Dinsdag 3 september 2024 tussen 16:00 uur en 17:00 uur.
A: [verdachte] (
de rechtbank begrijpt: de verdachte). Hij is mijn ex vriend.
Een proces-verbaal van verhoor verdachte d.d. 5 september 2024, inhoudende de verklaring van de verdachte (p. 254-259):
Een proces-verbaal van verhoor verdachte bij de rechter-commissaris op de vordering tot bewaring d.d. 9 september 2024, inhoudende de verklaring van de verdachte:
A: Ja.
auw, auw, dit doet pijn”. Verdachte luisterde hier niet naar. Aangeefster zei daarop “
ik wil dit niet, dit doet pijn, stop”, maar ook hierop werd niet gereageerd door verdachte.
Ik gaf je aan hoe pijn je me deed toen je in me kont ging en je luisterde er niet na.”. Ook heeft ze twee vriendinnen bericht dat verdachte zijn geslachtsdeel in haar anus had gestopt. Verder valt op dat aangeefster consistent en gedetailleerd heeft verklaard over zowel de seksuele handelingen als over de omstandigheden waaronder deze hebben plaatsgevonden. De rechtbank ziet daarom geen reden om aan de betrouwbaarheid van de verklaring van aangeefster te twijfelen.
stop” heeft gezegd. Hierop reageerde verdachte niet. [getuige] heeft verklaard dat aangeefster tegen haar heeft gezegd dat verdachte zijn penis heel hard in haar anus heeft gestopt en dat zij toen steeds “
stop, stop, ik wil dit niet” heeft gezegd, maar dat verdachte bleef doorgaan. Ook stuurde aangeefster kort na het incident nog een Whatsapp-bericht aan verdachte waarin ze schrijft: “
Ik gaf je aan hoe pijn je me deed toen je in me kont ging en je luisterde er niet na[ar]”.