Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBOBR:2026:2450

Rechtbank Oost-Brabant

Datum uitspraak
1 april 2026
Publicatiedatum
17 april 2026
Zaaknummer
NL:TZ:0000163210:B001
Instantie
Rechtbank Oost-Brabant
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Opheffing bewind wegens niet-medewerking betrokkene en onmogelijkheid bewindvoerder taken uit te voeren

De kantonrechter heeft op verzoek van Cardan Bewindvoering B.V. het bewind over de goederen van betrokkene opgeheven. Betrokkene ontving een uitkering uit het buitenland op haar eigen rekening en informeerde noch de bewindvoerder noch de gemeente hierover. Zij weigerde medewerking te verlenen door de uitkering over te maken naar de rekening van de bewindvoerder en de benodigde documentatie te verstrekken.

Hoewel betrokkene aangeeft het bewind te willen beëindigen en de bewindvoerder meent dat zij in staat is haar vermogensrechtelijke belangen zelfstandig te behartigen, ontbreekt een concrete onderbouwing dat de grondslag voor het bewind is komen te vervallen. De kantonrechter stelt dat het recht van betrokkene om het bewind te willen stoppen op zichzelf geen reden is voor opheffing.

De opheffing wordt echter toegewezen vanwege de houding van betrokkene, die het de bewindvoerder onmogelijk maakt zijn taken uit te voeren. Hierdoor acht de kantonrechter voortzetting van het bewind niet zinvol. Het bewind wordt opgeheven met ingang van veertien dagen na verzending van de beschikking.

Uitkomst: Het bewind wordt opgeheven vanwege niet-medewerking van betrokkene en onmogelijkheid voor de bewindvoerder zijn taken uit te voeren.

Uitspraak

RECHTBANK OOST-BRABANT
Zittingsplaats 's-Hertogenbosch
zaaknummer
:
NL:TZ:0000163210:B001
dossiernummer
:
BM39515
datum
:
1 april 2026
[initialen griffier]

beschikking op een verzoek tot opheffing van bewind

op verzoek van:
Cardan Bewindvoering B.V.,
Postbus 38253, 6503 AG Nijmegen,
Kamer van Koophandel-nummer 94535841,
hierna te noemen: verzoeker,
met betrekking tot:

[naam] ,geboren te [woonplaats] , [land] , op [datum] ,wonende te [adres] ,hierna te noemen: betrokkene.

procedure

De kantonrechter heeft kennisgenomen van:
- het verzoek (met bijlagen), ontvangen op 24 maart 2026;
- de akkoordverklaring van betrokkene.
De kantonrechter heeft op grond van de ontvangen informatie afgezien van een mondelinge behandeling.

beoordeling

Verzoeker vraagt om opheffing van het bewind ten behoeve van betrokkene. Betrokkene wil ook graag dat het bewind wordt opgeheven.
Aan het verzoek wordt, samengevat, het volgende ten grondslag gelegd.
Betrokkene houdt zich niet aan de voorwaarden die aan het bewind worden gesteld. Betrokkene heeft een uitkering uit [land] binnen laten komen op haar eigen rekening en daarover zowel de bewindvoerder als de gemeente niet geïnformeerd. Desgevraagd is betrokkene niet bereid om deze uitkering over te maken naar de rekening die beheerd wordt door de bewindvoerder en de onderliggende documentatie te verstrekken. Op deze manier is verzoeker niet in staat zijn werkzaamheden naar behoren uit te voeren.
Betrokkene heeft in plaats daarvan aangegeven direct te willen stoppen met het bewind. Verzoeker stemt daarmee in en merkt op dat het betrokkenes recht is om met het bewind te willen stoppen. Overigens acht verzoeker betrokkene wel in staat haar vermogensrechtelijke belangen zelfstandig te behartigen.
De kantonrechter stelt voorop dat het bewind is uitgesproken omdat betrokkene vanwege haar lichamelijke of geestelijke toestand niet in staat is om haar vermogensrechtelijke belangen te behartigen. Er is in het dossier geen enkel aanknopingspunt te vinden voor de stelling van de bewindvoerder dat betrokkene thans wel in staat kan worden geacht haar vermogensrechtelijke belangen zelf te behartigen. Als de bewindvoerder daadwerkelijk meent dat de grondslag voor het bewind is komen te vervallen, ligt het voor de hand dat concreet te onderbouwen. Bij gebrek daaraan gaat de kantonrechter er van uit dat de grondslag van het bewind onverminderd aanwezig is.
Bovendien merkt de bewindvoerder in toelichting op zijn verzoek op dat het het recht van betrokkene is om met het bewind te willen stoppen. Maar dat is op zichzelf geen reden voor opheffing van het bewind. Het verbaast de kantonrechter dan ook dat ook dit - schijnbaar - als argument voor het verzoek om opheffing naar voren wordt gebracht.
De kantonrechter zal het verzoek om opheffing van het bewind desalniettemin inwilligen. In deze situatie, waarbij betrokkene niet bereid is om inzicht te verschaffen in een geldstroom uit het buitenland terwijl het juist aan de bewindvoerder is om daarover het bewind uit te oefenen, kan de bewindvoerder zijn taken en verantwoordelijkheden niet waarmaken. De reden om het bewind op te heffen is dus gelegen in de houding van betrokkene; die houding maakt voortzetting van het bewind niet zinvol.

beslissing

De kantonrechter:
- heft het bewind over de goederen van
[naam]op met ingang van veertien dagen na
de datum van verzending van deze beschikking.
Deze beschikking is gegeven door mr. C.T.C. Wijsman, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op 1 april 2026.
Tegen deze beschikking kan - uitsluitend door tussenkomst van een advocaat - hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof te 's-Hertogenbosch:
door de verzoeker en degenen aan wie een afschrift van deze beschikking (digitaal) is verstrekt of verzonden binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
door andere belanghebbenden binnen drie maanden na betekening daarvan of nadat deze beschikking hun op andere wijze bekend is geworden.