Uitspraak
RECHTBANK Oost-Brabant
1.De procedure
- de conclusie van antwoord;
- de brief waarin is meegedeeld dat een mondelinge behandeling is bepaald;
2.De feiten
- refereert aan het volgens haar op 30 augustus 2023 uitgesproken voornemen tot het beëindigen van de (handels)relatie wegens te hoge prijzen;
- aangeeft zich niet gehouden te achten tot betaling van compensatie;
- vermeldt dat zij uit goede wil de opdrachten tijdelijk hervat heeft en de opzeggingstermijn heeft verlengd tot eind februari 2024.
3.Het geschil
4.De beoordeling
niet netjes” (#2.6) en voelde zich ook gehouden om [eiser] tegemoet te komen door [eiser] gedurende een periode weer opdrachten te verstrekken (#2.9 en 2.10). Het opnieuw verstrekken van opdrachten heeft echter niet (volledig) het plots wegvallen van de opdrachten kunnen helen. Immers: doordat [eiser] door de handelswijze werd overvallen, kon zij hierop niet anticiperen. Dat leidde noodgedwongen tot het (deels) stilvallen van bedrijfsactiviteiten en het (gedeeltelijk) wegvallen van de inkomstenstroom.