Uitspraak
RECHTBANK OOST-BRABANT
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 22 april 2026 in de zaak tussen
[eiser 2],
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Vught
[naam]uit [vestigingsplaats] (de vergunninghouder).
Samenvatting
Procesverloop
Beoordeling door de rechtbank
- in het voorschrift wordt afgeweken van de CROW-normlengte voor haakse parkeervakken, die bedraagt namelijk 5,13 meter en niet 5,00 meter;
- in het voorschrift wordt afgeweken van de CROW-normbreedte voor langsparkeerplaatsen, die bedraagt namelijk 2,00 meter en niet 1,80 meter;
- de in de tekening zijn de haakse parkeervlakken 2,40 meter breed en niet, zoals het voorschrift in overeenstemming met de CROW-normbreedte bepaalt, 2,50 meter;
- de in de tekening uitgevoerde parkeersimulatie hanteert een andere maatvoering voor het voertuig dan het CROW hanteert, namelijk 4,30 meter lang en 1,78 meter breed in plaats van 4,88 meter lang en 1,83 meter breed;
- de langsparkeerplaatsen kunnen feitelijk alleen worden gebruikt als voertuigen met de voorzijde richting de straat worden geparkeerd, aangezien de bestuurder zijn bestuurdersportier anders niet open krijgt in verband met het direct naar de parkeervakken gelegen hekwerk;
- de ruimte tussen de haakse en langsparkeerplaatsen is in de praktijk beduidend smaller dan de weergegeven 6 meter omdat de gebruikers van de parkeerplaatsen realistischerwijs niet binnen de parkeervakken zullen blijven;
- de parkeerplaatsen zijn nu zo gesitueerd, dat twee van de drie roldeuren van het bestaande bedrijfsverzamelgebouw onbereikbaar raken op het moment dat de parkeercapaciteit volledig wordt benut;
- de situering van de parkeerplaatsen ook op andere manieren niet optimaal zijn, bijvoorbeeld doordat de fietsparkeerders moeilijk bij de fietsenstalling komen en een vluchtroute moeilijker bereikbaar wordt gemaakt.
Conclusie en gevolgen
€ 2.495,51aan proceskostenvergoeding in beroep toegekend.
Beslissing
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt het bestreden besluit voor zover daarin aan het besluit van 26 november 2024 een voorschrift is toegevoegd, luidende:
- vernietigt het bestreden besluit voor zover daarin geen proceskostenvergoeding is toegekend voor het indienen van het bezwaarschrift;
- bepaalt dat aan eisers een proceskostenvergoeding wordt toegekend voor het bezwaarschrift van € 666,-;
- bepaalt dat deze uitspraak in de plaats komt van het vernietigde gedeelte van het bestreden besluit;
- bepaalt dat het college het griffierecht van € 194,- aan eisers moet vergoeden;
- veroordeelt het college tot betaling aan eisers van € 2.495,51 aan proceskosten in beroep.
deze uitspraak te ondertekenen