Uitspraak
RECHTBANK OOST-BRABANT
[verdachte] ,
De tenlastelegging.
De formele voorvragen.
Het bewijs.
- verdachte (onder meer) handelt in rookwaren;
- verdachte tot 19 september 2024 op 1,71 kilometer van het overvallen tankstation heeft gewoond;
- verdachte in de periode rondom de overval in Oss woonde of daar hoofdzakelijk verbleef;
- medeverdachte [medeverdachte] op de ochtend voorafgaand aan de overval via Whatsapp door verdachte is gevraagd: “die eene wat ik toen zij”, “vlak bij waar [ik] gewoont heb”, “vandaag” te “pakken”, “nu alleen jij en ik”;
- verdachte vervolgens – enkele uren voor de overval – aan “ [alias broer van verdachte] ” (gekoppeld aan een nummer in gebruik bij [broer] , een broer van verdachte) via Whatsapp-berichten heeft gestuurd met de inhoud: “Miss vanavond wel mooie handel”;
- de telefoon in gebruik bij verdachte zich vanaf 17:16 uur verplaatst heeft vanuit de regio Oss naar de regio Heesch;
- met de telefoon in gebruik bij verdachte tussen 18:51 uur en 20:01 uur drie datasessies hebben plaatsgevonden, waarbij de telefoon contact heeft gemaakt met een zendmast in Heesch, waarna er om 20:13 uur en 20.24 uur twee inkomende gesprekken zijn geweest die zijn doorgeschakeld naar voicemail;
- de overval omstreeks 20:30 uur heeft plaatsgevonden;
- de overvallers 20-30 sloffen shag en 10 sloffen sigaretten van verschillende merken hebben buit gemaakt;
- om 20:39 uur met de telefoon in gebruik bij verdachte een datasessie heeft plaatsgevonden binnen het bereik van een zendmast in Heesch;
- verdachte om 20:39 uur via Whatsapp door “ [alias broer van verdachte] ” is gebeld;
- verdachte om 21:00 uur aan “ [alias broer van verdachte] ” via Whatsapp berichten heeft gestuurd met de inhoud: “45 totaal”, “Slof”, “Van alles wa” en “Niet te veel praten hier”;
- via de telefoon in gebruik bij verdachte om 21:38 uur een uitgaand gesprek heeft plaatsgevonden, waarbij gebruik is gemaakt van een zendmast in Oss.